[Cap. I.] De Collegiis ac Prouinciarum Classibus.

= De colleges en de classes van de provincies.

Artikel
[2.]

Ideo putamus quidem ante omnia laborandum vt et Collegia disciplinarum instituantur, in quibus doceantur tres linguae, ac imprimis theologiae syncera professio diligensque exercitatio vigeat. Et simul Belgiae singulae prouinciae in certas ac ratas classes seu paroecias distribuantur: quò cuique ecclesiae constare possit, cum quibus grauiora quaeque negocia quae ad publicam vtilitatem spectare videbuntur ei sunt conferenda consultandaque.

= Daarom vinden wij dat er voor alles aan gewerkt moet worden dat er colleges van wetenschappen worden opgericht, waarin de drie talen worden onderwezen en vooral de zuivere voorstelling en de nauwkeurige beoefening van de theologie tot bloei kan komen. Tegelijk vinden wij dat de onderscheiden Nederlandse provincies in bepaalde vaste classes of parochies worden ingedeeld; zo kan elke kerk duidelijk zijn met welke andere zij bijeen heeft te komen en te beraadslagen over alle meer gewichtige zaken die haars inziens het algemeen belang betreffen.