Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 25.

Samenstelling

Lid
3

De afvaardiging geschiedt aan de hand van een door de kleine synode op te stellen rooster dat voor elke classicale vergadering aangeeft wanneer zij een predikant, een ouderling, een diaken of een ouderling die tevens kerkrentmeester is, dient af te vaardigen. Dit rooster wordt zo opgesteld dat per tien ambtsdragers er ten naaste bij drie predikanten, twee ouderlingen die niet tevens kerkrentmeester zijn, drie diakenen en twee ouderlingen die tevens kerkrentmeester zijn, van de generale synode deel uitmaken.