Ordinantie 13 De opleiding en vorming van predikanten

 

V. Toelating tot het ambt van predikant

Artikel 16.

De aanvraag van en de vereisten voor de toelating tot een colloquium

Lid
2

Bij de aanvraag moeten worden overgelegd:
a. een verklaring over belijdenis en wandel, afgegeven door de kerkenraad van de gemeente(n) tot welke de betrokkene als belijdend lid de afgelopen twee jaar heeft behoord, waarbij de kleine synode in bijzondere omstandigheden voor elk geval afzonderlijk de termijn van twee jaar kan verkorten,
b. een bewijs dat met goed gevolg de opleiding tot predikant respectievelijk tot predikant-geestelijk verzorger is gevolgd aan de Protestantse Theologische Universiteit,
dan wel een verklaring van het college van bestuur dat voldaan is aan de vereisten voor het afleggen van het colloquium,
c. een verklaring omtrent de geschiktheid tot het ambt van predikant, afgegeven door de geschiktheidscommissie,
d. een levensbeschrijving van betrokkene waarin deze met name roeping en beweegredenen om predikant in de Protestantse Kerk in Nederland te willen worden, verwoordt, alsmede
e. een preek over een door de aanvrager gekozen Schriftgedeelte, vergezeld van een orde van de dienst met de daarbij gekozen Schriftlezing(en) en liederen.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 13-16-2-c en d, besluit generale synode, d.d. 11 april 2008, ingegaan 1 juli 2008.
Eerdere wijziging kerkorde, ordinantie 13, besluit generale synode, d.d. 17 november 2006, ingegaan 1 december 2006.