Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 16.

Werkwijze

In dezelfde bijeenkomst waarin de moderamenleden worden gekozen, wordt op dezelfde wijze voor de tijd van een jaar een aantal andere leden van de classicale vergadering gekozen die met het moderamen het breed moderamen vormen.
Het breed moderamen wordt zo samengesteld dat per tien ambtsdragers er ten naaste bij drie predikanten, twee ouderlngen die niet tevens kerkrentmeester zijn, drie diakenen en twee ouderlingen die tevens kerkrentmeester zijn, van het breed moderamen deel uitmaken.
Ten behoeve van de vergaderingen van het breed moderamen wordt voor elk lid daarvan uit de classicale vergadering een secundus gekozen die aan dezelfde vereisten voldoet als de primus en die bij verhindering of ontstentenis van deze als primus fungeert.