4.3.3 De vorming van een nieuwe gemeente

Er kunnen verschillende redenen zijn om tot de vorming van een nieuwe gemeente over te gaan. Het kan zijn dat de gemeente (bij monde van de kerkenraad) zelf vraagt om gesplitst te worden, bijvoorbeeld omdat de opbouw van het kerkelijk leven in een nieuwe woonlocatie beter door een zelfstandige gemeente kan worden behartigd. Het verzoek kan ook uitgaan van belanghebbende gemeenteleden die van mening zijn dat het gewenst is om tot gemeentevorming over te gaan, bijvoorbeeld om daardoor aan de missionaire roeping van de gemeente beter gestalte te kunnen geven. Uiteraard zal de classicale vergadering dan moeten overwegen of een dergelijke gemeente voldoende levensvatbaarheid heeft (ord. 2-13-4). Daarbij zullen in een groei- of ontwikkelingsfase aan de nieuwe gemeente geen al te hoge eisen mogen worden gesteld, en daar geeft de kerkorde ook ruimte voor (ord. 4-6-4). In alle gevallen zullen de betrokken kerkenraden en gemeenteleden in de gelegenheid worden gesteld om hun mening kenbaar te maken. Het besluit tot de vorming van de nieuwe gemeente wordt uiteindelijk genomen door de classicale vergadering.

De vorming van een nieuwe gemeente brengt belangrijke rechtsgevolgen met zich mee. Voor de regeling daarvan zijn behalve in ord. 2-19 ook in de generale regeling fusie en splitsing (art. 3) de nodige voorschriften gegeven.

 

Als het gaat om het vormen van een nieuwe gemeente naast een bestaande gemeente van de Protestantse Kerk in Nederland moet aan meer voorwaarden worden voldaan. Hierbij kan het gaan om het vormen van een nieuwe protestantse gemeente (naast bestaande gemeenten die niet verenigen willen) of een nieuwe hervormde, gereformeerde of evangelisch-lutherse gemeente (naast een bestaande hervormde, gereformeerde of evangelisch-lutherse gemeente die al dan niet verenigd is). In dat geval is advies van het regionale college voor de visitatie nodig. Dat gaat na wat er aan de hand is en of er geen andere mogelijkheden zijn voor de leden van de kerk die het verzoek hebben ingediend. Uiteindelijk is de goedkeuring van de generale synode nodig, waardoor tot uitdrukking wordt gebracht dat een dergelijk besluit zeker niet lichtvaardig kan worden genomen (ord. 2-13-6).