Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Overige dienstdoende predikanten

Artikel 23.

Predikanten met een bijzondere opdracht

Lid
4

De ambtelijke vergadering die de predikant met een bijzondere opdracht beroept, treft een regeling met de betrokken instelling waarin wordt vastgelegd dat deze ambtelijke vergadering verantwoordelijk is voor het werk dat de predikant met een bijzondere opdracht ambtelijk verricht en dat de gemeente respectievelijk de classis respectievelijk de evangelisch-lutherse gemeenten tezamen respectievelijk de kerk niet aansprakelijk zijn voor de financiële gevolgen van ontheffing van of ontzetting uit het ambt of ontslag uit de dienstbetrekking.
Na ontslag uit de dienstbetrekking zonder voorafgaande ontheffing van of zonder voorafgaande ontzetting uit het ambt wordt de betrokken predikant ontheven van de werkzaamheden. Betrokkene behoud als predikant van de kerk de bevoegdheid tot de bediening van Woord en sacramenten, en is, tenzij deze de kleine synode laat weten dat de omstandigheden het onmogelijk maken een beroep in overweging te nemen, beroepbaar predikant voor een periode van vier jaar. Deze periode kan telkens met vier jaar door de kleine synode worden verlengd.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-23-4, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.