Ordinantie 3 Het ambt en de andere diensten

 

IV. De rechtspositie van de predikanten en de kerkelijke medewerkers

De predikanten

Predikanten voor gewone werkzaamheden

Artikel 20.

Ontheffing van werkzaamheden

Lid
1

Indien door oorzaken gelegen bij de gemeente of door oorzaken gelegen in de persoon van de betrokken predikant of door andere oorzaken — in een gemeente zulke spanningen rijzen, dat de vraag rijst of de predikant deze gemeente nog langer met stichting kan dienen, kan het breed moderamen van de classicale vergadering op verzoek van de predikant, op verzoek van de kerkenraad of uit eigen beweging, gehoord het regionale college voor de visitatie aan het generale college voor de ambtsontheffing vragen een oordeel uit te spreken.
Het college spreekt zijn oordeel uit, gehoord de predikant, de kerkenraad en — en voor zover nodig — het regionale college voor de visitatie. In het geval dat een predikant verbonden is aan een wijkgemeente, wordt zowel de wijkkerkenraad als de algemene kerkenraad gehoord. In geval van een predikant verbonden aan een evangelisch-lutherse gemeente, dient bovendien de medewerking verkregen te worden van de evangelisch-lutherse synode.
Tegen het oordeel van het generale college kan men in beroep gaan bij het generale college voor de behandeling van bezwaren en geschillen.1


1 Wijziging kerkorde, ordinantie 3-20-1, besluit generale synode d.d. 23 september 2011, ingegaan 1 januari 2013.