Deel II: Bijzondere overgangsbepalingen

 

Ordinantie 4

No.
201c

Degenen die tot secundus of tertius lid van de in overgangsbepaling 201b genoemde colleges zijn benoemd, worden geacht met inachtneming van de nieuwe regels tot toegevoegde leden in die colleges te zijn benoemd voor de resterende tijd van hun benoeming. Voor zover aansluitende benoeming in het college in beginsel mogelijk is, kan zodanige benoeming plaatsvinden met dien verstande dat betrokkenen niet langer dan twaalf aaneengesloten jaren deel van het college kunnen uitmaken.1


1 Aanvulling overgangsbepalingen, overgangsbepaling 201c, besluit generale synode d.d. 19 april 2012, ingegaan 1 januari 2013.