Bijzondere overgangsbepalingen.

 

Ordinantie 13.

No.
280

Dienstdoende predikanten, die op 30 April 1951 tevens als hulpprediker in een andere gemeente werkzaam waren, worden per 1 Mei 1951 geacht voor de duur hunner benoeming te zijn aangesteld volgens en werkzaam te zijn naar de bepalingen van dit artikel.