Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

II. De verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen.

Artikel 4.

De zesjaarlijkse stemming.

Lid
3

Deze stemming geschiedt, behalve waar de omstandigheden — zulks ter beoordeling van het breed moderamen der classicale vergadering — dit niet toelaten, in een vergadering van lidmaten, onder leiding van het moderamen van de kerkeraad, met gesloten stembiljetten, terwijl de meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen beslist en bij staking van stemmen de bestaande wijze van verkiezing gehandhaafd blijft.