Ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

 

III. De verkiezing en bevestiging van herders en leraars.

Artikel 20.

De approbatie.

Lid
1

Indien het beroep is aanvaard, vraagt de kerkeraad onder overlegging van de verlangde stukken en gegevens daarop de approbatie van het breed moderamen der classicale vergadering, welke verleend wordt, zo gebleken is,
dat voldaan is aan de voorwaarden gesteld in de artikelen 13-19 van deze ordinantie;
dat — blijkens een door het breed moderamen van de provinciale kerkvergadering der kerkprovincie, tot welke de beroepene behoort, afgegeven verklaring — tegen deze geen ingebrachte bezwaren terzake van diens belijdenis of wandel, verkondiging of kerkelijk onderricht in behandeling zijn, of een bijzondere maatregel ter handhaving van de kerkelijke tucht op hem wordt toegepast;
dat de gemeente heeft voldaan aan alle bij of krachtens ordinantie opgelegde financiële verplichtingen;
dat de beroepene heeft voldaan aan zijn pensioenlasten en zijn verplichtingen jegens de door hem bezette standplaats.