Ordinantie voor het pastoraat.

 

VII. Nevenwerkzaamheden.

Artikel 33.

Nevenwerkzaamheden.

Lid
2

Het moderamen hoort daarover de kerkeraad en kan, op grond van de waardigheid van het ambt, van beletselen voor een goede ambtsvervulling of van andere belangen der gemeente, bij gemotiveerd besluit, hetzij de bevoegdheid tot het verrichten van een bepaalde nevenwerkzaamheid uisluiten, hetzij — de betrokken predikant gehoord — bepaalde voorwaarden vaststellen, welke de predikant bij het verrichten daarvan in acht dient te nemen.