Ordinantie voor het pastoraat.

 

VI. Ontheffing van en ontzetting uit het ambt.

Artikel 30.

Ontheffing wegens ongeschiktheid tot het dienstwerk.

Lid
4

Dit wachtgeld wordt hem, zo hij niet tot een andere kerkgemeenschap overgaat, onder verrekening van de door pensioenfondsen der Kerk aan hem verschuldigde of van hem ontvangen bedragen, uitgekeerd, indien hij uit andere hoofde geen inkomen geniet, dat, vermeerderd met het wachtgeld, de laatstgenoten predikantsinkomsten te boven gaat.