Ordinantie voor het opzicht.

 

III. Handhaving van de kerkelijke tucht.

Artikel 12.

Herstel.

Lid
1

Aan hem, op wie het vijfde middel ter handhaving van de kerkelijke tucht is toegepast, kan — nadat tenminste vijf jaren zijn verstreken — bij berouw, bevestigd door belijdenis en wandel, en zo het belang der Kerk daardoor niet wordt geschaad, door de generale synode, voorgelicht door haar commissie voo het opzicht, opnieuw de bevoegdheid worden verleend om te staan naar het ambt, de bedieninig of de functie, waaruit hij werd ontzet.