Ordinantie voor het opzicht.

 

III. Handhaving van de kerkelijke tucht.

Artikel 11.

Herziening.

Lid
1

Indien de commissie voor het opzicht uit de generale synode feiten en omstandigheden ontwaart, waarmede bij de toepassing van een bijzonder middel ter handhaving der kerkelijke tucht geen rekening kon worden gehouden, toen het laatste besluit werd genomen en welke, indien deze bekend geweest waren, naar de mening van de commissie voor het opzicht uit de generale synode tot een ander besluit aanleiding zouden hebben kunnen geven, is deze commissie bevoegd tot herziening van deze zaak over te gaan, in welk geval de commissie een zodanig besluit neemt als naar haar mening genomen zou moeten zijn, zo bij de vreoegere behandeling van de zaak deze feiten en omstandigheden reeds bekend waren geweest.