Ordinantie voor de ambtelijke vergaderingen.

 

VI. Algemene bepalingen.

Artikel 21.

De orde der vergaderingen.

Lid
7

Een kerkelijk lichaam vergadert — voorzover daarvoor in de ordinanties der Kerk geen bepaalde aanwijzingen zijn gegeven — ten tijde en ter plaatse door het lichaam, of, zo dit niet is geschied, door zijn voorzitter vastgesteld.