Ordinantie voor de ambtelijke vergaderingen.

 

VI. Algemene bepalingen.

Artikel 19.

Zittingstijd.

Lid
5

Indien ten aanzien van een kerkelijk lichaam is bepaald, dat de zittingsduur minder dan vijf jaren bedraagt, wordt door dat lichaam een rooster van periodieke aftreding opgemaakt, waarbij telkenjare evenzoveel of ten naaste bij zoveel gelijke delen van de leden aftreden, als de zittingstijd jaren duurt.