Kerkorde NHK (1951) Ord. 11.II.

Ordinantie voor het opzicht.

 

II. Het opzicht over belijdenis en wandel der leden.

Artikel
4-5

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-4-1

Ordinantie voor het opzicht.

 

II. Het opzicht over belijdenis en wandel der leden.

Artikel 4.

Het opzicht over belijdenis en wandel der leden.

Lid
1

Het opzicht over belijdenis en wandel van de leden der Kerk strekt
tot opbouw van hun geestelijk leven,
tot behoud van hen, die dreigen af te dwalen en
tot terechtbrenging van hen, die in ergerlijke zonden zijn gevallen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-4-2

Ordinantie voor het opzicht.

 

II. Het opzicht over belijdenis en wandel der leden.

Artikel 4.

Het opzicht over belijdenis en wandel der leden.

Lid
2

Geven iemands belijdenis en wandel aanleiding tot bijzondere bemoeienis, dan geschiedt deze zo mogelijk eerst door broederlijke samenspreking en herderlijk vermaan.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-4-3

Ordinantie voor het opzicht.

 

II. Het opzicht over belijdenis en wandel der leden.

Artikel 4.

Het opzicht over belijdenis en wandel der leden.

Lid
3

Indien nodig nemen zij, wie het houden van opzicht is toevertrouwd, een der bijzondere middelen ter hand, in deze ordinantie gegeven ter handhaving van de kerkelijke tucht.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-5-1

Ordinantie voor het opzicht.

 

II. Het opzicht over belijdenis en wandel der leden.

Artikel 5.

Door wie het opzicht wordt gehouden.

Lid
1

Het opzicht wordt gehouden over de leden der gemeente
door het consistorie
en dat over de ouderlingen, diakenen en, behoudens het bepaalde in hoofdstuk IV van deze ordinantie, over hen, die in een bediening zijn gesteld
door de classicale vergadering.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-5-2

Ordinantie voor het opzicht.

 

II. Het opzicht over belijdenis en wandel der leden.

Artikel 5.

Door wie het opzicht wordt gehouden.

Lid
2

Behoudens het bepaalde in hoofdstuk IV van deze ordinantie wordt het opzicht over de dienaren des Woords, de emeriti-predikanten, de vicarissen en hen, die de rechten als van een emeritus hebben, gehouden
door de provinciale kerkvergadering.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-5-3

Ordinantie voor het opzicht.

 

II. Het opzicht over belijdenis en wandel der leden.

Artikel 5.

Door wie het opzicht wordt gehouden.

Lid
3

Zowel de classicale vergadering als de provinciale kerkvergadering doen dit opzicht houden door een commissie voor het opzicht, bestaande uit vijf leden, door haar gekozen uit de predikanten en ouderlingen uit haar midden, telkens voor een tijdvak van één jaar en met voor ieder dezer leden een secundus en een tertius, die allen als zodanig herkiesbaar zijn, zolang hun zittingstijd duurt.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-5-4

Ordinantie voor het opzicht.

 

II. Het opzicht over belijdenis en wandel der leden.

Artikel 5.

Door wie het opzicht wordt gehouden.

Lid
4

Alvorens de behandeling van een zaak tegen een dienaar des Woords ter hand te nemen, vraagt de betrokken commissie voor het opzicht het advies van visitatoren-provinciaal.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-5-5

Ordinantie voor het opzicht.

 

II. Het opzicht over belijdenis en wandel der leden.

Artikel 5.

Door wie het opzicht wordt gehouden.

Lid
5

Zij, die met het houden van het opzicht zijn belast, kunnen — zonder dat daarvan herziening kan worden gevraagd — bepalen, dat degene, tegen wiens belijdenis en wandel, anders dan krachtens hoofdstuk IV van deze ordinantie, ernstige bezwaren zijn gerezen, voorlopig uitgesloten wordt van de deelneming aan het Heilig Avondmaal en geen kerkelijke handelingen krachtens zijn ambt, bediening of functie verricht, zolang de Kerk terzake geen eindoordeel heeft uitgesproken.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-5-6

Ordinantie voor het opzicht.

 

II. Het opzicht over belijdenis en wandel der leden.

Artikel 5.

Door wie het opzicht wordt gehouden.

Lid
6

Een kerkelijk lichaam kan in zaken van opzicht over belijdenis en wandel aan zijn leden inzake het ter vergadering verhandelde en de daar ter tafel gekomen stukken geheimhouding opleggen.