Kerkorde NHK (1951) Ord. 11

Ordinantie voor het opzicht.

 

I. Het opzicht over de gemeenten.
1. De kerkvisitatie.
2. Kerkvisitatoren.
3. Hoe de kerkvisitatie gehouden wordt.

II. Het opzicht over belijdenis en wandel der leden.
4. Het opzicht over belijdenis en wandel der leden.
5. Door wie het opzicht wordt gehouden.

III. Handhaving van de kerkelijke tucht.
6. Bijzondere middelen ter handhaving van de kerkelijke tucht.
7. Het besluit tot gebruik van een bijzonder middel ter handhaving van de kerkelijke tucht.
8. Beroep.
9. Vernietiging.
10. Verwijzing.
11. Herziening.
12. Herstel.
13. Algemene bepalingen.

IV. Het opzicht over de dienst des Woords en de catechese.
14. Het opzicht over de dienst des Woords en de catechese.
15. Het opzicht van de provinciale kerkvergadering.
16. Het opzicht van de generale synode.
17. Bijzondere bepalingen.
18. Terugkeer in het ambt.

V. Gravamina.
19. Het indienen van een gravamen.
20. De behandeling van het gravamen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11.I.

Ordinantie voor het opzicht.

 

I. Het opzicht over de gemeenten.

Artikel
1-3

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-1-1

Ordinantie voor het opzicht.

 

I. Het opzicht over de gemeenten.

Artikel 1.

De kerkvisitatie.

Lid
1

De kerkvisitatie, dienstbaar aan de opbouw van de gemeente als het lichaam des Heren, gaat uit van de meerdere vergaderingen, en omvat
het onderzoek naar en het opzicht over het geestelijk leven der gemeente en de vervulling van ambten, bedieningen en functies;
het wegnemen — door raadgeving en overleg — van moeilijkheden in en tussen de organen van gemeente en Kerk; en
de bevordering van de dienst der gemeente in de wereld.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-1-2

Ordinantie voor het opzicht.

 

I. Het opzicht over de gemeenten.

Artikel 1.

De kerkvisitatie.

Lid
2

De kerkvisitatie wordt gehouden door de visitatoren-provinciaal, daarin bijgestaan door de brede moderamina der classicale vergaderingen en door visitatoren-generaal.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-1-3

Ordinantie voor het opzicht.

 

I. Het opzicht over de gemeenten.

Artikel 1.

De kerkvisitatie.

Lid
3

Aan de visitatie van visitatoren-provinciaal zijn onderworpen de gemeenten, de ambten, bedieningen, functies en organen, behorende tot, of werkzaam zijnde binnen de grenzen van een kerkprovincie; aan de visitatie van visitatoren-generaal de overige ambten, bedieningen, functies en organen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-2-1

Ordinantie voor het opzicht.

 

I. Het opzicht over de gemeenten.

Artikel 2.

Kerkvisitatoren.

Lid
1

Het getal van visitatoren-provinciaal bedraagt één meer dan het tweevoud van het getal der in de betrokken kerkprovincie gelegen classes.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-2-2

Ordinantie voor het opzicht.

 

I. Het opzicht over de gemeenten.

Artikel 2.

Kerkvisitatoren.

Lid
2

Het getal van visitatoren-generaal bedraagt vijf.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-2-3

Ordinantie voor het opzicht.

 

I. Het opzicht over de gemeenten.

Artikel 2.

Kerkvisitatoren.

Lid
3

Van de visitatoren-provinciaal benoemt elke classicale vergadering er twee, telkens voor een tijdvak van vier jaren, en wel een uit de dienaren des Woords en een uit de ouderlingen der kerkprovincie.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-2-4

Ordinantie voor het opzicht.

 

I. Het opzicht over de gemeenten.

Artikel 2.

Kerkvisitatoren.

Lid
4

Het dan nog ontbrekende lid wordt voor een tijdvak van acht jaren benoemd door de provinciale kerkvergadering uit de dienaren des Woords der Kerk of uit hen, die vroeger met dit ambt zijn bekleed geweest en de rechten als van een emeritus hebben; dit lid fungeert tevens als praeses van visitatoren-provinciaal.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-2-5

Ordinantie voor het opzicht.

 

I. Het opzicht over de gemeenten.

Artikel 2.

Kerkvisitatoren.

Lid
5

Van de visitatoren-generaal worden er vier benoemd door de generale synode voor een tijdvak van vijf jarern, en wel twee uit de dienaren des Woords en twee uit de ouderlingen der Kerk, terwijl het vijfde lid, dat tevens optreedt als praeses van visitatoren-generaal, door de synode voor een tijdvak van tien jaren wordt benoemd uit de dienaren des Woords of uit hen, die vroeger met dit ambt zijn bekleed geweest en de rechten als van een emeritus hebben.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-2-6

Ordinantie voor het opzicht.

 

I. Het opzicht over de gemeenten.

Artikel 2.

Kerkvisitatoren.

Lid
6

Het is niet mogelijk tegelijkertijd lid te zijn van een college van visitatoren-provinciaal en van dat van visitatoren-generaal.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-2-7

Ordinantie voor het opzicht.

 

I. Het opzicht over de gemeenten.

Artikel 2.

Kerkvisitatoren.

Lid
7

Visitatoren kiezen zich, telkens voor een kalenderjaar, uit hun midden een assessor en een scriba.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-2-8

Ordinantie voor het opzicht.

 

I. Het opzicht over de gemeenten.

Artikel 2.

Kerkvisitatoren.

Lid
8

Bij ontstentenis van de praeses neemt de assessor diens werkzaamheden waar, terwijl de scriba bij ontstentenis wordt vervangen door een der door de praeses daartoe aangezochte visitatoren.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-2-9

Ordinantie voor het opzicht.

 

I. Het opzicht over de gemeenten.

Artikel 2.

Kerkvisitatoren.

Lid
9

Naast elke visitator wordt een secundus benoemd, behalve voor de praeses.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-3-1

Ordinantie voor het opzicht.

 

I. Het opzicht over de gemeenten.

Artikel 3.

Hoe de kerkvisitatie gehouden wordt.

Lid
1

Visitatoren-provinciaal regelen de visitaties, doch zo, dat elke gemeente in de kerkprovincie tenminste eenmaal in de vier jaren door twee der visitatoren wordt bezocht.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-3-2

Ordinantie voor het opzicht.

 

I. Het opzicht over de gemeenten.

Artikel 3.

Hoe de kerkvisitatie gehouden wordt.

Lid
2

Visitatoren-provinciaal worden bijgestaan door de brede moderamina der classicale vergaderingen, die ook zelf in overleg met visitatoren kunnen overgaan tot het houden van een bijzondere visitatie binnen hun classis.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-3-3

Ordinantie voor het opzicht.

 

I. Het opzicht over de gemeenten.

Artikel 3.

Hoe de kerkvisitatie gehouden wordt.

Lid
3

Zo dikwijls te hunner kennis gekomen feiten en omstandigheden hun daartoe aanleiding geven, of hun van een kerkeraad of van het breed moderamen ener meerdere vergadering een verzoek daartoe bereikt, houden visitatoren-provinciaal door middel van een of meer hunner, tussentijds, buitengewone visitaties of treden zij schriftelijk dan wel mondeling met de betrokken kerkeraden of ambtsdragers in verbinding.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-3-4

Ordinantie voor het opzicht.

 

I. Het opzicht over de gemeenten.

Artikel 3.

Hoe de kerkvisitatie gehouden wordt.

Lid
4

De praeses van visitatoren is belast met de mondelinge of schriftelijke voorbereiding van buitengewone visitaties.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-3-5

Ordinantie voor het opzicht.

 

I. Het opzicht over de gemeenten.

Artikel 3.

Hoe de kerkvisitatie gehouden wordt.

Lid
5

Visitatoren-generaal geven als samenbindend orgaan voor de kerkvisitatie algemene leiding aan de kerkvisitatie en verlenen op verzoek van visitatoren-provinciaal hun bijstand bij de visitatie.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-3-6

Ordinantie voor het opzicht.

 

I. Het opzicht over de gemeenten.

Artikel 3.

Hoe de kerkvisitatie gehouden wordt.

Lid
6

Visitatoren plegen geregeld overleg met de brede moderamina van de meerdere ambtelijke vergaderingen uit hun ressort en houden deze op de hoogte van het resultaat van de niet-periodieke visitaties.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-3-7

Ordinantie voor het opzicht.

 

I. Het opzicht over de gemeenten.

Artikel 3.

Hoe de kerkvisitatie gehouden wordt.

Lid
7

Zij ontvangen geregeld inzage van de gegevens der gemeenten, waarover de met het toezicht belaste organen der Kerk beschikken.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-3-8

Ordinantie voor het opzicht.

 

I. Het opzicht over de gemeenten.

Artikel 3.

Hoe de kerkvisitatie gehouden wordt.

Lid
8

Op verzoek van visitatoren en op door deze te bepalen dag en uur wordt in de gemeente, waar een visitatie wordt gehouden, een vergadering van de kerkeraad belegd, welke vergadering wordt gehouden onder voorzitterschap van een der visitatoren.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-3-9

Ordinantie voor het opzicht.

 

I. Het opzicht over de gemeenten.

Artikel 3.

Hoe de kerkvisitatie gehouden wordt.

Lid
9

Alle leden van de kerkeraad zijn verplicht deze vergadering bij te wonen en ingeval van verhiindering daarvan schriftelijk met opgave van redenen aan de voorzitter van de kerkeraad kennis te geven.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-3-10

Ordinantie voor het opzicht.

 

I. Het opzicht over de gemeenten.

Artikel 3.

Hoe de kerkvisitatie gehouden wordt.

Lid
10

Ieder, die voor visitatoren wordt opgeroepen in die kerkeraadsvergadering te verschijnen, is gehouden aan dat verzoek te voldoen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-3-11

Ordinantie voor het opzicht.

 

I. Het opzicht over de gemeenten.

Artikel 3.

Hoe de kerkvisitatie gehouden wordt.

Lid
11

Bij gelegenheid van de periodieke visitatie worden de leden der gemeente daarvan tenminste veertien dagen tevoren verwittigd door afkondiging in een kerkdienst en mededeling met toelichting in het kerkblad, en wordt hun op hun verzoek de gelegenheid geboden tot een gesprek met visitatoren.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-3-12

Ordinantie voor het opzicht.

 

I. Het opzicht over de gemeenten.

Artikel 3.

Hoe de kerkvisitatie gehouden wordt.

Lid
12

Alle ambtsdragers en organen der Kerk verstrekken aan visitatoren mondeling of schriftelijk de door dezen ten behoeve van hun arbeid gevraagde inlichtingen en gegevens.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-3-13

Ordinantie voor het opzicht.

 

I. Het opzicht over de gemeenten.

Artikel 3.

Hoe de kerkvisitatie gehouden wordt.

Lid
13

Visitatoren-provinciaal zenden telken jare een overzicht over het kerkelijk leven der gevisiteerde gemeenten van een bepaalde classis in bij haar classicale vergadering ter behandeling en een afschrift daarvan aan de provinciale kerkvergadering en aan visitatoren-generaal ter kennisneming.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-3-14

Ordinantie voor het opzicht.

 

I. Het opzicht over de gemeenten.

Artikel 3.

Hoe de kerkvisitatie gehouden wordt.

Lid
14

Om de vier jaren stellen visitatoren-provinciaal uit hun gegevens een overzicht samen over het kerkelijk leven in de kerkprovincie en zenden dit ter behandeling aan de betrokken provinciale kerkvergadering en een afschrift daarvan aan visitatoren-generaal, die ten behoeve van de generale synode een algemeen overzicht samenstellen over het geestelijk leven van gemeenten en Kerk.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-3-15

Ordinantie voor het opzicht.

 

I. Het opzicht over de gemeenten.

Artikel 3.

Hoe de kerkvisitatie gehouden wordt.

Lid
15

Visitatoren-provinciaal zenden telken jare een rapport in, hun werkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar betreffende, bij de provinciale kerkvergadering, en visitatoren-generaal bij de generale synode.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11.II.

Ordinantie voor het opzicht.

 

II. Het opzicht over belijdenis en wandel der leden.

Artikel
4-5

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-4-1

Ordinantie voor het opzicht.

 

II. Het opzicht over belijdenis en wandel der leden.

Artikel 4.

Het opzicht over belijdenis en wandel der leden.

Lid
1

Het opzicht over belijdenis en wandel van de leden der Kerk strekt
tot opbouw van hun geestelijk leven,
tot behoud van hen, die dreigen af te dwalen en
tot terechtbrenging van hen, die in ergerlijke zonden zijn gevallen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-4-2

Ordinantie voor het opzicht.

 

II. Het opzicht over belijdenis en wandel der leden.

Artikel 4.

Het opzicht over belijdenis en wandel der leden.

Lid
2

Geven iemands belijdenis en wandel aanleiding tot bijzondere bemoeienis, dan geschiedt deze zo mogelijk eerst door broederlijke samenspreking en herderlijk vermaan.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-4-3

Ordinantie voor het opzicht.

 

II. Het opzicht over belijdenis en wandel der leden.

Artikel 4.

Het opzicht over belijdenis en wandel der leden.

Lid
3

Indien nodig nemen zij, wie het houden van opzicht is toevertrouwd, een der bijzondere middelen ter hand, in deze ordinantie gegeven ter handhaving van de kerkelijke tucht.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-5-1

Ordinantie voor het opzicht.

 

II. Het opzicht over belijdenis en wandel der leden.

Artikel 5.

Door wie het opzicht wordt gehouden.

Lid
1

Het opzicht wordt gehouden over de leden der gemeente
door het consistorie
en dat over de ouderlingen, diakenen en, behoudens het bepaalde in hoofdstuk IV van deze ordinantie, over hen, die in een bediening zijn gesteld
door de classicale vergadering.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-5-2

Ordinantie voor het opzicht.

 

II. Het opzicht over belijdenis en wandel der leden.

Artikel 5.

Door wie het opzicht wordt gehouden.

Lid
2

Behoudens het bepaalde in hoofdstuk IV van deze ordinantie wordt het opzicht over de dienaren des Woords, de emeriti-predikanten, de vicarissen en hen, die de rechten als van een emeritus hebben, gehouden
door de provinciale kerkvergadering.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-5-3

Ordinantie voor het opzicht.

 

II. Het opzicht over belijdenis en wandel der leden.

Artikel 5.

Door wie het opzicht wordt gehouden.

Lid
3

Zowel de classicale vergadering als de provinciale kerkvergadering doen dit opzicht houden door een commissie voor het opzicht, bestaande uit vijf leden, door haar gekozen uit de predikanten en ouderlingen uit haar midden, telkens voor een tijdvak van één jaar en met voor ieder dezer leden een secundus en een tertius, die allen als zodanig herkiesbaar zijn, zolang hun zittingstijd duurt.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-5-4

Ordinantie voor het opzicht.

 

II. Het opzicht over belijdenis en wandel der leden.

Artikel 5.

Door wie het opzicht wordt gehouden.

Lid
4

Alvorens de behandeling van een zaak tegen een dienaar des Woords ter hand te nemen, vraagt de betrokken commissie voor het opzicht het advies van visitatoren-provinciaal.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-5-5

Ordinantie voor het opzicht.

 

II. Het opzicht over belijdenis en wandel der leden.

Artikel 5.

Door wie het opzicht wordt gehouden.

Lid
5

Zij, die met het houden van het opzicht zijn belast, kunnen — zonder dat daarvan herziening kan worden gevraagd — bepalen, dat degene, tegen wiens belijdenis en wandel, anders dan krachtens hoofdstuk IV van deze ordinantie, ernstige bezwaren zijn gerezen, voorlopig uitgesloten wordt van de deelneming aan het Heilig Avondmaal en geen kerkelijke handelingen krachtens zijn ambt, bediening of functie verricht, zolang de Kerk terzake geen eindoordeel heeft uitgesproken.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-5-6

Ordinantie voor het opzicht.

 

II. Het opzicht over belijdenis en wandel der leden.

Artikel 5.

Door wie het opzicht wordt gehouden.

Lid
6

Een kerkelijk lichaam kan in zaken van opzicht over belijdenis en wandel aan zijn leden inzake het ter vergadering verhandelde en de daar ter tafel gekomen stukken geheimhouding opleggen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11.III.

Ordinantie voor het opzicht.

 

III. Handhaving van de kerkelijke tucht.

Artikel
6-13

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-6-1

Ordinantie voor het opzicht.

 

III. Handhaving van de kerkelijke tucht.

Artikel 6.

Bijzondere middelen ter handhaving van de kerkelijke tucht.

Lid
1

Jegens degenen, die ondanks broederlijke samenspreking en herderlijk vermaan voortgaan het leven der Kerk op ernstige wijze te verstoren, doordat zij nalatig blijven in de vervulling van ambt, bediening of functie, of volharden in een onchristelijke belijdenis en wandel,
alsmede jegens degenen, wier gedragingen de weg van bespreking en vermaan onbegaanbaar doen zijn,
kan door hen, die tot het houden van het opzicht zijn geroepen, worden gebruik gemaakt van een of meer der zes middelen ter handhaving van de kerkelijke tucht, te weten
1. een vermaning;
2. uitsluiting van de deelneming aan het Heilig Avondmaal, totdat er genoegzame reden is, de uitgeslotene wederom toe te laten;
3. een verbod — voor een ten hoogste op twaalf maanden te bepalen tijd — tot het verrichten van handelingen krachtens een ambt, bediening of functie, al of niet gepaard gaande met verlies, geheel of ten dele, van de daaraan verbonden inkomsten;
4. losmaking van de ambtsbediening, alsmede van de standplaats, waarop de betrokkene is gevestigd, eventueel onder bepaling, dat hij gedurende een vast te stellen tijdvak van ten hoogste drie jaren niet naar een ambt, bediening of functie mag staan;
5. ontzetting uit een ambt, waarmede men is bekleed of van een bediening of een functie, die men vervult, met verlies van het recht om naar een ambt, een bediening of een functie te staan;
6. uitsluiting uit de gemeenschap der Kerk, met gebruikmaking van een daartoe bestemd formulier uit het dienstboek der Kerk.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-7-1

Ordinantie voor het opzicht.

 

III. Handhaving van de kerkelijke tucht.

Artikel 7.

Het besluit tot gebruik van een bijzonder middel ter handhaving van de kerkelijke tucht.

Lid
1

Het besluit tot het gebruik van een bijzonder middel ter handhaving van de kerkelijke tucht kan slechts worden genomen, nadat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a. dat de betrokkene tenminste veertien dagen tevoren en per aangetekende brief, onder aanvoering van de bezwaren, welke tegen hem bestaan, is geroepen persoonlijk te verschijnen in een vergadering van hen, die met het opzicht zijn belast, en dat hem, zo hij niet in staat is geweest te verschijnen nog eenmaal de gelegenheid daartoe is geboden;
b. dat hem op zijn verzoek afschrift is gegeven van de stukken en van de processen-verbaal van de getuigenissen, welke bij de behandeling der zaak ter tafel komen;
c. dat hij in de gelegenheid is gesteld zich — ook door het doen horen van het getuigenis van anderen — te rechtvaardigen, en ter vergadering zich te doen vergezellen van een ambtsdrager der Kerk, gekozen in overleg met de praeses der visitatoren-provinciaal;
d. dat op zijn verzoek een samenvatting van de door hem voor de vergadering afgelegde verklaringen wordt opgesteld, in zijn aanwezigheid wordt voorgelezen en, na door hem accoord te zijn bevonden, door de vergadering wordt gearresteerd;
e. dat — zo het gebruik van het zesde middel ter handhaving van de kerkelijke tucht wordt overwogen — tevoren met de betrokken visitatoren overleg wordt gepleegd.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-7-2

Ordinantie voor het opzicht.

 

III. Handhaving van de kerkelijke tucht.

Artikel 7.

Het besluit tot gebruik van een bijzonder middel ter handhaving van de kerkelijke tucht.

Lid
2

De formulering van het besluit tot toepassing van zulk een middel bevat de feiten en redenen waarop het berust.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-7-3

Ordinantie voor het opzicht.

 

III. Handhaving van de kerkelijke tucht.

Artikel 7.

Het besluit tot gebruik van een bijzonder middel ter handhaving van de kerkelijke tucht.

Lid
3

Binnen acht dagen na de dag, waarop het besluit tot het gebruik van een bijzonder middel ter handhaving van de kerkelijke tucht is genomen, wordt daarvan een afschrift gezonden
a. per aangetekende brief aan de betrokkene, onder vermelding van de termijn, binnen welke en de wijze, waarop door hem beroep kan worden ingesteld;
b. aan de kerkeraad der gemeente, waartoe de betrokkene behoort, indien dit besluit is genomen door de commissie voor het opzicht ener meerdere vergadering;
c. aan het breed moderamen der opvolgende meerdere vergadering ten behoeve van haar commissie voor het opzicht.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-7-4

Ordinantie voor het opzicht.

 

III. Handhaving van de kerkelijke tucht.

Artikel 7.

Het besluit tot gebruik van een bijzonder middel ter handhaving van de kerkelijke tucht.

Lid
4

Binnen acht dagen na de dag, waarop de termijn in eerste aanleg om in beroep te gaan of in tweede aanleg om vernietiging te vragen, is voorbijgegaan, zonder dat van dit middel is gebruik gemaakt, zendt het consistorie of de commissie voor het opzicht, door welke de uitspraak werd gedaan, een afschrift daarvan aan de commissie voor het opzicht uit de generale synode.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-7-5

Ordinantie voor het opzicht.

 

III. Handhaving van de kerkelijke tucht.

Artikel 7.

Het besluit tot gebruik van een bijzonder middel ter handhaving van de kerkelijke tucht.

Lid
5

Het breed moderamen van een meerdere vergadering, van oordeel zijnde, dat een mindere vergadering uit zijn ressort ten aanzien van een lid der Kerk in gebreke blijft ter zake van het houden van opzicht over diens belijdenis en wandel, kan over de beweegredenen daartoe inlichtingen vragen en, zo het deze onvoldoende oordeelt en die mindere vergadering niet bereid mocht zijn van houding te veranderen, aan die meerdere vergadering verzoeken zelf de zaak ter hand te nemen en een besluit te nemen, als naar haar oordeel de mindere vergadering had moeten nemen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-8-1

Ordinantie voor het opzicht.

 

III. Handhaving van de kerkelijke tucht.

Artikel 8.

Beroep.

Lid
1

Hij, die meent, dat jegens hem een bijzonder middel ter handhaving van de kerkelijke tucht ten onrecht is toegepast, kan zich binnen veertien dagen na de dag, waarop het afschrift van het betrokken besluit door hem is ontvangen, beroepen op de opvolgende meerdere vergadering.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-8-2

Ordinantie voor het opzicht.

 

III. Handhaving van de kerkelijke tucht.

Artikel 8.

Beroep.

Lid
2

De generale synode, handelende krachtens het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, spreekt zich daarover uit door middel en bij monde van een door haar uit de predikanten en ouderelingen uit haar midden benoemde commissie voor het opzicht, welke vijf leden telt, met voor ieder een secundus en een tertius, en telkens voor de duur van één kalenderjaar wordt benoemd.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-8-3

Ordinantie voor het opzicht.

 

III. Handhaving van de kerkelijke tucht.

Artikel 8.

Beroep.

Lid
3

Het besluit tot toepassing van een bijzonder middel ter handhaving van de kerkelijke tucht treedt, zo de betrokkene binnen de termijn, genoemd in het eerste lid van dit artikel, niet in beroep gekomen is, in werking op de dag, waarop deze termijn is verstreken.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-8-4

Ordinantie voor het opzicht.

 

III. Handhaving van de kerkelijke tucht.

Artikel 8.

Beroep.

Lid
4

Het beroep wordt ingesteld door middel van een gedagtekend, gemotiveerd en per aangetekende brief verzonden bezwaarschrift.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-8-5

Ordinantie voor het opzicht.

 

III. Handhaving van de kerkelijke tucht.

Artikel 8.

Beroep.

Lid
5

Aan de in de eerste vier leden van art. 7 dezer ordinantie gestelde voorschriften moet ook bij de behandeling in beroep worden voldaan.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-8-6

Ordinantie voor het opzicht.

 

III. Handhaving van de kerkelijke tucht.

Artikel 8.

Beroep.

Lid
6

Van elk besluit in beroep door de mindere vergadering genomen, wordt een afschrift gezonden aan de generale synode.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-9-1

Ordinantie voor het opzicht.

 

III. Handhaving van de kerkelijke tucht.

Artikel 9.

Vernietiging.

Lid
1

De commissie voor het opzicht uit de generale synode kan een uitspraak inzake de toepassing van een bijzonder middel ter handhaving van de kerkelijke tucht, waarvan de betrokkene geen voorziening in hoger beroep of vernietiging heeft gevraagd, eigener beweging vernietigen, indien daarbij de in de ordinanties der Kerk voorgeschreven vormen niet in acht zijn genomen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-9-2

Ordinantie voor het opzicht.

 

III. Handhaving van de kerkelijke tucht.

Artikel 9.

Vernietiging.

Lid
2

De commissie neemt zulk een besluit tot vernietiging binnen drie weken na de ontvangst van het afschrift van de betrokken uitspraak.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-9-3

Ordinantie voor het opzicht.

 

III. Handhaving van de kerkelijke tucht.

Artikel 9.

Vernietiging.

Lid
3

Degene, op wie een bijzonder middel ter handhaving van de kerkelijke tucht is toegepast, kan ook zelf en dan binnen veertien dagen na de dag waarop hem het afschrift van de uitspraak in hoger beroep is toegezonden, bij de commissie voor het opzicht uit de generale synode een verzoek indienen tot vernietiging van die uitspraak, wegens een of meer door hem aangevoerde vormgebreken, in welk geval de commissie voor het opzicht binnen veertien dagen beslist, of zij tot die vernietiging overgaat.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-9-4

Ordinantie voor het opzicht.

 

III. Handhaving van de kerkelijke tucht.

Artikel 9.

Vernietiging.

Lid
4

De commissie zendt van haar besluit tot vernietiging binnen acht dagen na de dag waarop dit besluit is genomen een afschrift
a. aan het lichaam, dat de vernietigde uitspraak deed;
b. per aangetekende brief aan de betrokkene.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-9-5

Ordinantie voor het opzicht.

 

III. Handhaving van de kerkelijke tucht.

Artikel 9.

Vernietiging.

Lid
5

Bij vernietiging, zowel eigener beweging als op verzoek, neemt het lichaam dat de vernietigde uitspraak deed de zaak opnieuw ter hand tot herstel van de geconstateerde vormgebreken.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-9-6

Ordinantie voor het opzicht.

 

III. Handhaving van de kerkelijke tucht.

Artikel 9.

Vernietiging.

Lid
6

Van het nieuwe besluit van het betrokken lichaam, op welk besluit het bepaalde in de eerste vier leden van art. 7 dezer ordinantie wederom van toepassing is, staat beroep open als bedoeld in art. 8 van deze ordinantie.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-10-1

Ordinantie voor het opzicht.

 

III. Handhaving van de kerkelijke tucht.

Artikel 10.

Verwijzing.

Lid
1

De commissie voor het opzicht uit de synode is bevoegd binnen dertig dagen na ontvangst van het afschrift van een uitspraak, waarvan de betrokkene geen voorziening in hoger beroep of vernietiging heeft gevraagd, deze bij gemotiveerd besluit buiten werking te stellen, indien door die uitspraak naar het oordeel der commissie de gelijkheid in de uitoefening van het opzicht ernstig wordt gekwetst.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-10-2

Ordinantie voor het opzicht.

 

III. Handhaving van de kerkelijke tucht.

Artikel 10.

Verwijzing.

Lid
2

In dat geval verwijst de commissie de zaak naar een soortgelijke ambtelijke vergadering binnen de kerkprovincie, dan wel naar de kerkvergadering van een aangrenzende kerkprovincie, teneinde, desgewenst aan de hand van de bij de vorige behandeling van de zaak vastgestelde feitelijke gegevens, te komen tot een nieuwe uispraak, waarbij rekening gehouden wordt met de motieven, die tot de verwijzing hebben geleid.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-10-3

Ordinantie voor het opzicht.

 

III. Handhaving van de kerkelijke tucht.

Artikel 10.

Verwijzing.

Lid
1

Van dit nieuwe besluit, waarop het bepaalde in de eerste vier leden van art. 7 dezer ordinantie wederom van toepassing is, staat beroep open als bedoeld in art. 8 van deze ordinantie.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-11-1

Ordinantie voor het opzicht.

 

III. Handhaving van de kerkelijke tucht.

Artikel 11.

Herziening.

Lid
1

Indien de commissie voor het opzicht uit de generale synode feiten en omstandigheden ontwaart, waarmede bij de toepassing van een bijzonder middel ter handhaving der kerkelijke tucht geen rekening kon worden gehouden, toen het laatste besluit werd genomen en welke, indien deze bekend geweest waren, naar de mening van de commissie voor het opzicht uit de generale synode tot een ander besluit aanleiding zouden hebben kunnen geven, is deze commissie bevoegd tot herziening van deze zaak over te gaan, in welk geval de commissie een zodanig besluit neemt als naar haar mening genomen zou moeten zijn, zo bij de vreoegere behandeling van de zaak deze feiten en omstandigheden reeds bekend waren geweest.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-12-1

Ordinantie voor het opzicht.

 

III. Handhaving van de kerkelijke tucht.

Artikel 12.

Herstel.

Lid
1

Aan hem, op wie het vijfde middel ter handhaving van de kerkelijke tucht is toegepast, kan — nadat tenminste vijf jaren zijn verstreken — bij berouw, bevestigd door belijdenis en wandel, en zo het belang der Kerk daardoor niet wordt geschaad, door de generale synode, voorgelicht door haar commissie voo het opzicht, opnieuw de bevoegdheid worden verleend om te staan naar het ambt, de bedieninig of de functie, waaruit hij werd ontzet.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-12-2

Ordinantie voor het opzicht.

 

III. Handhaving van de kerkelijke tucht.

Artikel 12.

Herstel.

Lid
2

Degene, op wie het zesde middel ter handhaving van de kerkelijke tucht is toegepast, kan, wanneer hij zijn schuld beleden en zijn berouw door belijdenis en wandel bevestigd heeft, op gezag van het kerkelijk lichaam, dat dit middel op hem heeft toegepast, door de kerkeraad, met gebruikmaking van een daartoe bestemd formulier uit het dienstboek der Kerk, wederom als lidmaat in de gemeente worden opgenomen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-13-1

Ordinantie voor het opzicht.

 

III. Handhaving van de kerkelijke tucht.

Artikel 13.

Algemene bepalingen.

Lid
1

Behoudens het bepaalde in het vijfde lid van art. 9 dezer ordinantie wordt aan de behandeling van een zaak volgens de artikelen 6-12 van deze ordinantie niet deelgenomen door hem, die in deze zaak aan het nemen van een besluit ter zake van de toepassing van een bijzonder middel ter handhaving van de kerkelijke tucht reeds in een vroeger stadium heeft deelgenomen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-13-2

Ordinantie voor het opzicht.

 

III. Handhaving van de kerkelijke tucht.

Artikel 13.

Algemene bepalingen.

Lid
2

Het lid van een vergadering, dat de betrokkene door bloed- of aanverwantschap tot in de derde graad bestaat, neemt in de kerkeraad geen deel aan de behandeling van de zaak en wordt in de commissies voor het opzicht van andere ambtelijke vergaderingen tijdens deze behandeling door zijn secundus, tertius of door een plaatsvervangend lid vervangen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-13-3

Ordinantie voor het opzicht.

 

III. Handhaving van de kerkelijke tucht.

Artikel 13.

Algemene bepalingen.

Lid
3

De plaats van het lid van een commissie voor het opzicht, wiens zaak krachtens deze ordinantie door die commissie wordt behandeld of die geroepen is voor deze commissie als getuige te verschijnen, wordt ingenomen door diens secundus, tertius of een plaatsvervangend lid.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-13-4

Ordinantie voor het opzicht.

 

III. Handhaving van de kerkelijke tucht.

Artikel 13.

Algemene bepalingen.

Lid
4

Een vergadering is tot geheimhouding verplicht met betrekking tot hetgeen daar terzake van de levenswandel van een lid der Kerk is behandeld.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11.IV.

Ordinantie voor het opzicht.

 

IV. Het opzicht over de dienst des Woords en de catechese.

Artikel
14-18

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-14-1

Ordinantie voor het opzicht.

 

IV. Het opzicht over de dienst des Woords en de catechese.

Artikel 14.

Het opzicht over de dienst des Woords en de catechese.

Lid
1

Het opzicht over de dienst des Woords en de catechese strekt overeenkomstig art. X der kerkorde tot opbouw van de evangeliebediening en tot wering uit de verkondiging en kerkelijk onderricht van datgene wat de fundamenten der Kerk aantast, doordat het de gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift uitsluit en doordat het de gemeenschap met de belijdenis der vaderen verbreekt.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-14-2

Ordinantie voor het opzicht.

 

IV. Het opzicht over de dienst des Woords en de catechese.

Artikel 14.

Het opzicht over de dienst des Woords en de catechese.

Lid
2

Gesteund door broederlijke samenspreking en vermaan, voortvloeiende uit de medeverantwoordelijkheid van de ouderlingen voor de bediening des Woords en uit de leiding, die de classicale vergadering heeft te geven aan het leven en werken der classis, wordt dit opzicht gehouden door de provinciale kerkvergadering en de generale synode.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-14-3

Ordinantie voor het opzicht.

 

IV. Het opzicht over de dienst des Woords en de catechese.

Artikel 14.

Het opzicht over de dienst des Woords en de catechese.

Lid
3

Het bepaalde in de artikelen 14-18 dezer ordinantie is van overeenkomstige toepassing op allen, die in enigerlei bediening of functie werkzaam zijn in de dienst des Woords en van de catechese.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-15-1

Ordinantie voor het opzicht.

 

IV. Het opzicht over de dienst des Woords en de catechese.

Artikel 15.

Het opzicht van de provinciale kerkvergadering.

Lid
1

Een provinciale kerkvergadering of haar breed moderamen, redenen hebbende om aan te nemen, dat een dienaar des Woords bij de verrichting van de aan zijn ambt verbonden werkzaamheden zo predikt en leert, dat hij de fundamenten der Kerk aantast, draagt aan visitatoren-provinciaal op, een onderzoek daarnaar in te stellen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-15-2

Ordinantie voor het opzicht.

 

IV. Het opzicht over de dienst des Woords en de catechese.

Artikel 15.

Het opzicht van de provinciale kerkvergadering.

Lid
2

Mocht dit vermoeden aanvankelijk blijken niet zonder grond te zijn, dan trachten de visitatoren die dienaar des Woords door broederlijke bespreking en herderlijk vermaan tot verandering van gevoelen te brengen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-15-3

Ordinantie voor het opzicht.

 

IV. Het opzicht over de dienst des Woords en de catechese.

Artikel 15.

Het opzicht van de provinciale kerkvergadering.

Lid
3

Leidt dit naar hun oordeel niet tot het begeerde resultaat, dan geven visitatoren daarvan bericht aan de provinciale kerkvergadering.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-15-4

Ordinantie voor het opzicht.

 

IV. Het opzicht over de dienst des Woords en de catechese.

Artikel 15.

Het opzicht van de provinciale kerkvergadering.

Lid
4

Wanneer deze geen termen aanwezig acht, de zaak voortgang te doen hebben, brengt zij dit schriftelijk ter kennis van de dienaar en de visitatoren; acht zij verdere bespreking noodzakelijk, zo nodigt zij de dienaar uit tot een samenspreking.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-15-5

Ordinantie voor het opzicht.

 

IV. Het opzicht over de dienst des Woords en de catechese.

Artikel 15.

Het opzicht van de provinciale kerkvergadering.

Lid
5

Aan deze samenspreking met de provinciale kerkvergadering nemen tevens deel vijf leden van de raad voor de zaken van Kerk en theologie, door de raad daartoe aangewezen, die daarna aan de provinciale kerkvergadering schriftelijk hun oordeel mededelen, waarbij zij, die zich met het gevoelen der meerderheid niet kunnen verenigen, hun oordeel afzonderlijk indienen, terwijl een afschrift van deze stukken aan de dienaar des Woords wordt toegezonden.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-15-6

Ordinantie voor het opzicht.

 

IV. Het opzicht over de dienst des Woords en de catechese.

Artikel 15.

Het opzicht van de provinciale kerkvergadering.

Lid
6

Na de dienaar des Woords wederom in de gelegenheid te hebben gesteld tot een samenspreking en tot het indienen van een schriftelijke samenvatting van zijn inzichten, spreekt de provinciale kerkvergadering, na met het oordeel van de vijf leden van de raad voor de zaken van Kerk en theologie te rade te zijn gegaan, uit, of zij van oordeel is, dat de dienaar des Woords zich niet meer beweegt in de weg van het belijden der Kerk en daarmede de fundamenten der Kerk aantast.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-15-7

Ordinantie voor het opzicht.

 

IV. Het opzicht over de dienst des Woords en de catechese.

Artikel 15.

Het opzicht van de provinciale kerkvergadering.

Lid
7

De provinciale kerkvergadering, oordelende, dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord, brengt haar met redenen omkleed oordeel ter kennis van de generale synode en van de dienaar des Woords, wie het aangaat.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-15-8

Ordinantie voor het opzicht.

 

IV. Het opzicht over de dienst des Woords en de catechese.

Artikel 15.

Het opzicht van de provinciale kerkvergadering.

Lid
8

Bij een ontkennend antwoord geeft de provinciale kerkvergadering daarvan kennis aan de dienaar des Woords en aan de raad voor de zaken van Kerk en theologie.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-16-1

Ordinantie voor het opzicht.

 

IV. Het opzicht over de dienst des Woords en de catechese.

Artikel 16.

Het opzicht van de generale synode.

Lid
1

Indien een zaak van opzichgt naar het bepaalde in art. 15 van deze ordinantie bij de generale synode is overgebracht, wijst het breed moderamen uit haar leden een bijzondere commissie aan, welke tot taak heeft de behandeling van de zaak door de synode voor te bereiden.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-16-2

Ordinantie voor het opzicht.

 

IV. Het opzicht over de dienst des Woords en de catechese.

Artikel 16.

Het opzicht van de generale synode.

Lid
2

Deze commissie stelt de betrokken dienaar des Woords in de gelegenheid zijn eventuele bezwaren tegen het oordeel der provinciale kerkvergadering schriftelijk bij haar in te brengen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-16-3

Ordinantie voor het opzicht.

 

IV. Het opzicht over de dienst des Woords en de catechese.

Artikel 16.

Het opzicht van de generale synode.

Lid
3

Voorts vraagt zij over de aangelegen zaak het oordeel van de raad voor de zaken van Kerk en theologie, die dat oordeel op schrift stelt en — vergezeld van de memories van de leden van de raad, die zich met het gevoelen der meerderheid niet mochten kunnen verenigen — aan de synode toezendt.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-16-4

Ordinantie voor het opzicht.

 

IV. Het opzicht over de dienst des Woords en de catechese.

Artikel 16.

Het opzicht van de generale synode.

Lid
4

In de vergaderingen van de generale synode, waar de betrokken zaak wordt behandeld, zijn, nevens de bij toerbeurt als adviseurs optredende leden van de raad voor de zaken van Kerk en theologie, drie daartoe bijzonderlijk door die raad afgevaardigde leden aanwezig.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-16-5

Ordinantie voor het opzicht.

 

IV. Het opzicht over de dienst des Woords en de catechese.

Artikel 16.

Het opzicht van de generale synode.

Lid
5

De generale synode biedt de dienaar des Woords gelegenheid in de vergadering der synode zijn gevoelen persoonlijk en desgewenst met bijstand van een of twee door hem aangewezen ambtsdragers der Kerk toe te lichten en te verdedigen, van welke toelichting en verweer een samenvatting wordt opgesteld, welke door de dienaar na accoordbevinding wordt ondertekend.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-16-6

Ordinantie voor het opzicht.

 

IV. Het opzicht over de dienst des Woords en de catechese.

Artikel 16.

Het opzicht van de generale synode.

Lid
6

Het eindoordeel der synode is met redenen omkleed en wordt, alvorens dit ter kennis van de Kerk wordt gebracht, aan de dienaar des Woords, aan diens kerkeraad, aan de classicale vergadering, aan de provinciale kerkvergadering, waaronder hij ressorteert, en aan de raad voor de zaken van Kerk en theologie in afschrift toegezonden.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-16-7

Ordinantie voor het opzicht.

 

IV. Het opzicht over de dienst des Woords en de catechese.

Artikel 16.

Het opzicht van de generale synode.

Lid
7

De generale synode stelt voor de dienaar des Woords, wiens gevoelen door haar geoordeeld mocht worden het belijden der Kerk te weerspreken, een termijn vast van ten minste zes en ten hoogste negen maanden, binnen welke hij zich op het oordeel der synode kan beraden.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-16-8

Ordinantie voor het opzicht.

 

IV. Het opzicht over de dienst des Woords en de catechese.

Artikel 16.

Het opzicht van de generale synode.

Lid
8

Gedurende dit beraad onthoudt hij zich van het verrichten van de aan zijn ambt verbonden werkzaamheden; uiterlijk aan het einde van deze termijn legt de dienaar des Woords een schriftelijke verklaring af, gericht aan de generale synode.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-16-9

Ordinantie voor het opzicht.

 

IV. Het opzicht over de dienst des Woords en de catechese.

Artikel 16.

Het opzicht van de generale synode.

Lid
9

Indien deze dienaar des Woords om des gewetens wille het oordeel der synode niet aanvaardt of geen stellige verklaring daaromtrent aflegt, wordt hem door de generale synode verzocht ontheffing van zijn ambtsbediening te vragen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-16-10

Ordinantie voor het opzicht.

 

IV. Het opzicht over de dienst des Woords en de catechese.

Artikel 16.

Het opzicht van de generale synode.

Lid
10

Indien hij daartoe niet bereid is, wordt hij door de generale synode van zijn ambt ontheven.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-17-1

Ordinantie voor het opzicht.

 

IV. Het opzicht over de dienst des Woords en de catechese.

Artikel 17.

Bijzondere bepalingen.

Lid
1

De dienaar des Woords, die naar het bepaalde van het negende of tiende lid van art. 16 dezer ordinantie ingevolge het verzoek of besluit der synode van zijn ambt ontheven is, heeft nadien wat zijn aanvangstraktement betreft ten laste van zijn laatste gemeente, zonodig met steun uit de algemene middelen der Kerk en overigens ten laste van de kas voor de predikantstraktementen, of, zo hij geen predikant voor gewone werkzaamheden is, ten laste van het orgaan van hetwelk hij zijn bezoldiging ontving, nog gedurende zes en dertig volle maanden aanspraak op een bedrag, gelijk aan 2/3 van de aan zijn standplaats of functie verbonden inkomsten, verminderd met 2/3 deel van de inkomsten, welke hij in die tijd uit arbeid geniet; terwijl gedurende die tijd de aanspraken op emeritaats-, weduwen- en wezenpensioen, voor zover deze ten laste van de Kerk of haar gemeenten komen, tegen betaling door hem van de uit dien hoofde verschuldigde premiën en bijdragen in stand blijven.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-17-2

Ordinantie voor het opzicht.

 

IV. Het opzicht over de dienst des Woords en de catechese.

Artikel 17.

Bijzondere bepalingen.

Lid
2

In afwijking van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel gaat de daar gegeven garantie voor een predikant, nadat hij de leeftijd van vijf en zestig jaren heeft bereikt, in geen geval het bedrag te boven, dat hij als emeritaatspensioen zou hebben genoten, zo hij op die leeftijd op de laatstelijk door hem beklede standplaats of in de laatstelijk door hem beklede functie, emeritaat had verkregen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-17-3

Ordinantie voor het opzicht.

 

IV. Het opzicht over de dienst des Woords en de catechese.

Artikel 17.

Bijzondere bepalingen.

Lid
3

Na afloop van de termijn van zes en dertig maanden wordt hem hetzij een premievrije polis gegeven, hetzij de wiskundige reserve van zijn pensioen-aanspraken, voor zover deze ten laste van de Kerk of hare gemeenten komen, uitgekeerd, tenzij hij er de voorkeur aan geeft tegen betaling door hemzelf van de verzekeringkundig daarvoor vast te stellen premiën in de kerkelijke pensioenfondsen ingeschreven te blijven.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-18-1

Ordinantie voor het opzicht.

 

IV. Het opzicht over de dienst des Woords en de catechese.

Artikel 18.

Terugkeer in het ambt.

Lid
1

Hij, die door toepassing van het bepaalde in het negende of tiende lid van artikel 16 dezer ordinantie niet meer in het ambt staat, kan, door de generale synode, de raad voor de zaken van Kerk en theologie gehoord, wederom worden toegelaten tot de evangeliebediening en het recht verkrijgen te staan naar het ambt van dienaar des Woords, nadat hij verklaard heeft het oordeel der synode alsnog te aanvaarden en zich te zullen bewegen in de weg van het belijden der Kerk.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-18-2

Ordinantie voor het opzicht.

 

IV. Het opzicht over de dienst des Woords en de catechese.

Artikel 18.

Terugkeer in het ambt.

Lid
2

In dit geval wordt hij geacht het consent verkregen te hebben, bedoeld in art. 17 van de ordinantie voor de verkiezing van ambtsdragers.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11.V.

Ordinantie voor het opzicht.

 

V. Gravamina.

Artikel
19-20

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-19-1

Ordinantie voor het opzicht.

 

V. Gravamina.

Artikel 19.

Het indienen van een gravamen.

Lid
1

Een lidmaat, zich onder beroep op het Woord Gods in zijn geweten bezwaard gevoelende over uitingen der Kerk ter zake van haar belijden, kan zijn gravamen schriftelijk en gedocumenteerd voorleggen aan de kerkeraad zijner gemeente, die door bespreking en onderricht tracht tot wegneming van de bezwaren te komen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-19-2

Ordinantie voor het opzicht.

 

V. Gravamina.

Artikel 19.

Het indienen van een gravamen.

Lid
2

Oordeelt de kerkeraad het gravamen daartoe van genoegzaam belang of dient de bezwaarde in het tegengestelde geval zelf een verzoek tot behandeling bij de classicale vergadering in, dan doet deze de bezwaarde door een commissie uit haar midden horen en beslist of er gegronde redenen zijn het gravamen aan de provinciale kerkvergadering ter beoordeling voor te leggen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-20-1

Ordinantie voor het opzicht.

 

V. Gravamina.

Artikel 20.

De behandeling van het gravamen.

Lid
1

De provinciale kerkvergadering gaat over tot onderzoek van het gravamen en benoemt uit haar midden een commissie van voorbereiding; zij nodigt bij de behandeling daarvan de bezwaarde uit en drie door de raad voor de zaken van Kerk en theologie aangewezen leden van die raad en beslist vervolgens of het gravamen aan de generale synode moet worden doorgezonden teneinde te komen tot een eindoordeel daarover van de Kerk.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-20-2

Ordinantie voor het opzicht.

 

V. Gravamina.

Artikel 20.

De behandeling van het gravamen.

Lid
2

De generale synode benoemt in dat geval uit haar midden een commissie van voorbereiding, die de bezwaarde hoort, het advies vraagt van de raad voor de zaken van Kerk en theologie met het inzicht van de leden van die raad, die zich met het advies der meerderheid niet kunnen verenigen en zo nodig het oordeel vraagt van daarvoor in aanmerking komende andere Kerken.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 11-20-3

Ordinantie voor het opzicht.

 

V. Gravamina.

Artikel 20.

De behandeling van het gravamen.

Lid
3

De synode geeft vervolgens een eindoordeel over het gravamen en brengt dit ter kennis van de Kerk.