Kerkorde NHK (1951) Ord. 7.I.

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel
1-7

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-1-1

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 1.

De opleiding en vorming van de dienaar des Woords.

Lid
1

De opleiding van de dienaar des Woords geschiedt aan de theologische faculteit van de Rijksuniversiteiten te Leiden, Groningen en Utrecht en aan de gemeentelijke universiteit van Amsterdam.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-1-2

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 1.

De opleiding en vorming van de dienaar des Woords.

Lid
2

Aan de kerkelijke hoogleraren en aan andere, daartoe door de Kerk uitgenodigde, hoogleraren der universiteit is bij de theologische opleiding opgedragen bijzondere zorg te besteden aan de vorming tot het ambt van dienaar des Woords.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-1-3

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 1.

De opleiding en vorming van de dienaar des Woords.

Lid
3

Aan de kerkelijke en andere, daartoe door de generale synode uitgenodigde, hoogleraren is mede toevertrouwd het betonen van geestelijke zorg aan hen, die in het album der Kerk zijn ingeschreven.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-2-1

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 2.

De commissie voor het theologisch hoger onderwijs.

Lid
1

Bij haar voortdurende zorg voor de opleiding en vorming van de dienaren des Woords wordt de generale synode bijgestaan door een commissie voor het theologisch hoger onderwijs.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-2-2

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 2.

De commissie voor het theologisch hoger onderwijs.

Lid
2

Deze commissie telt zeven leden, door de generale synode benoemd uit de lidmaten der Kerk, onder wie ten hoogste vier leden uit de predikanten en tenminste twee leden uit haar midden.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-2-3

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 2.

De commissie voor het theologisch hoger onderwijs.

Lid
3

Men kan niet tegelijk lid van deze commissie zijn en kerkelijk hoogleraar of rector van het seminarium, bedoeld in art. 13 van deze ordinantie.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-2-4

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 2.

De commissie voor het theologisch hoger onderwijs.

Lid
4

De commissie kiest zich een voorzitter, een vice-voorzitter en een secretaris.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-2-5

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 2.

De commissie voor het theologisch hoger onderwijs.

Lid
5

Zij heeft tot taak, in naam van en in verantwoordelijkheid aan de generale synode, de belangen te verzorgen van de opleiding en vorming van de dienaren des Woords, voorzover zulks niet behoort tot de opdracht der hoogleraren of van de rector van het seminarium.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-2-6

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 2.

De commissie voor het theologisch hoger onderwijs.

Lid
6

Zij is daarbij, nevens hetgeen haar verder in deze ordinantie is opgedragen, onder meer belast met
de voorlichting van synode en Kerk over de opleiding en vorming van de dienaren des Woords;
de zorg voor de belangen der Kerk bij de opleiding tot predikant gedurende de jaren van het voorbereidend hoger onderwijs;
de behartiging van de stoffelijke belangen aan opleiding en vorming verbonden;
de voorbereiding tot oprichting, al of niet in samenwerking met andere lichamen, van de instituten, aan welke bij opleiding en vorming blijkt behoefte te bestaan;
het besturen of doen besturen van deze instituten; en
de leiding van het seminarium.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-2-7

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 2.

De commissie voor het theologisch hoger onderwijs.

Lid
7

Het overleg, voortvloeiende uit de raadpleging van de Hervormde Kerk over de bezetting van leerstoelen in de theologische of litteraire faculteit ener universiteit, waar de Kerk haar dienaren des Woords doet opleiding, wordt namens haar gevoerd door de commissie voor het theologisch hoger onderwijs in overleg met het breed moderamen der generale synode, de kerkelijke hoogleraren aan die universiteit gehoord.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-2-8

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 2.

De commissie voor het theologisch hoger onderwijs.

Lid
8

De commissie brengt telken jare vóór 1 October en mede aan de hand van haar door de kerkelijke hoogleraren en de rector van het seminarium verstrekte gegevens verslag uit aan de generale synode over de opleiding en vorming van de dienaren des Woords in het afgelopen academiejaar.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-3-1

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 3.

De kerkelijke hoogleraren.

Lid
1

De benoeming en het ontslag van kerkelijke hoogleraren geschiedt door de generale synode.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-3-2

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 3.

De kerkelijke hoogleraren.

Lid
2

Alvorens de generale synode tot zulk een benoeming overgaat, doet de commissie voor het theologisch hoger onderwijs — na overleg met de vergadering van de hoogleraren der Kerk en gehoord het advies van de theologische faculteit, waar de te benoemen hoogleraar zal werkzaam zijn — haar een aanbeveling met tenminste drie namen toekomen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-3-3

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 3.

De kerkelijke hoogleraren.

Lid
3

De generale synode kan, indien de omvang van het werk dat vereist, overgaan tot de benoeming van docenten vanwege de Hervormde Kerk.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-3-4

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 3.

De kerkelijke hoogleraren.

Lid
4

Tot kerkelijk hoogleraar zijn benoembaar zij, die — behoudens door de generale synode van deze voorwaarde te verlenen ontheffing — tenminste vijf jaren als dienaar des Woords de Hervormde Kerk hebben gediend.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-3-5

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 3.

De kerkelijke hoogleraren.

Lid
5

Hij, die benoemd is tot kerkelijk hoogleraar, verklaart binnen vier weken, of hij deze benoeming aanvaardt.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-3-6

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 3.

De kerkelijke hoogleraren.

Lid
6

Hij, die tot kerkelijk hoogleraar is benoemd of met een bepaalde opdracht is belast, belooft, vóór het tijdstip, waarop die benoeming of opdracht ingaat, ten overstaan van het moderamen der generale synode, dat hij bij zijn arbeid aan de opleiding en vorming van de dienaren des Woords zich naar art. X der kerkorde zal bewegen in de weg van het belijden der Kerk, het opzicht der generale synode daarover aanvaardt, zich zal onderwerpen aan de regelen van de orde der Kerk en zal medewerken aan de opbouw van de Hervormde Kerk als openbaring van de ene heilige katholieke of algemene christelijke Kerk.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-3-7

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 3.

De kerkelijke hoogleraren.

Lid
7

De synode kan, in bijzondere gevallen en in overleg met de betrokken kerkelijke hoogleraar, ook een rijks- of gemeentelijk hoogleraar uitnodigen een opdracht te aanvaarden tot het onderwijs in een of meer der vakken, welke als onderdeel van de opleiding en vorming door de kerkelijke hoogleraren zouden moeten worden gedoceerd.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-3-8

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 3.

De kerkelijke hoogleraren.

Lid
8

De kerkelijke hoogleraren wijden zich geheel aan de opleiding en vorming van de dienaren des Woords, de kerkelijke docenten worden nevens hun eigen werkzaamheden belast met een taak ten aanzien van een bepaald onderdeel van deze opleiding en vorming en kunnen een leeropdracht ontvangen aan meer dan een universiteit.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-3-9

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 3.

De kerkelijke hoogleraren.

Lid
9

Het onderwijs vanwege de Kerk wordt gegeven in
bijbelse theologie,
dogmatiek,
christelijke ethiek,
wezen en geschiedenis van het apostolaat,
praktische theologie,
geschiedenis van de Nederlandse Hervormde Kerk en van haar symbolische en liturgische geschriften,
kerkrecht,
en voorts in die vakken, waarin de generale synode het onderwijs alsnog noodzakelijk of wenselijk acht.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-3-10

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 3.

De kerkelijke hoogleraren.

Lid
10

De verdeling van deze vakken over de hoogleraren en de vaststelling van het aantal uren, waarin een bepaald vak zal worden gedoceerd, geschiedt onder goedkeuring van de generale synode door de commissie voor het theologisch hoger onderwijs, de vergadering der kerkelijke hoogleraren gehoord.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-3-11

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 3.

De kerkelijke hoogleraren.

Lid
11

De kerkelijke hoogleraren bij eenzelfde universiteit fungeren bij toerbeurt telkens gedurende een academisch jaar als voorzitter en regelen de zorg voor het bijhouden van het album der Kerk en voor de verdere administratieve aangelegenheden ter plaatse in onderling overleg.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-3-12

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 3.

De kerkelijke hoogleraren.

Lid
12

De kerkelijke hoogleraren komen onder leiding van de in diensttijd oudste aanwezige hoogleraar naar behoefte in vergadering bijeen ter behandeling van de hen gemeenschappelijk rakende aangelegenheden.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-3-13

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 3.

De kerkelijke hoogleraren.

Lid
13

Een kerkelijk hoogleraar kan geen zitting hebben in een vertegenwoordigend lichaam van de staat, noch enige staatsrechtelijke functie vervullen, noch enige nevenbetrekking, waaraan regelmatige inkomsten zijn verbonden, dan met toestemming van het breed moderamen der synode, de commissie voor het theologisch hoger onderwijs gehoord, waarbij dat moderamen tevens beslist, of de hoogleraar geheel of ten dele op non-activiteit wordt gesteld.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-3-14

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 3.

De kerkelijke hoogleraren.

Lid
14

Bij afwezigheid of ontstentenis van een kerkelijk hoogleraar regelen de overige kerkelijke hoogleraren, onder goedkeuring van de commissie voor het theologisch hoger onderwijs, de wijze, waarop in de waarneming van zijn werkzaamheden wordt voorzien.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-3-15

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 3.

De kerkelijke hoogleraren.

Lid
15

Behoudens dispensatie in bijzondere gevallen door het moderamen der generale synode te verlenen, heeft de kerkelijke hoogleraar zijn woonplaats binnen de grenzen van de burgerlijke gemeente, in welke de betrokken universiteit is gevestigd.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-3-16

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 3.

De kerkelijke hoogleraren.

Lid
16

Aan de kerkelijke hoogleraren worden jaarwedde en pensieonrechten verzekerd tot eenzelfde bedrag als zijn of zullen worden toegekend aan de rijkshoogleraren, terwijl voor de verplichting tot aftreden na volbrachte diensttijd gelijke bepalingen gelden als voor de rijkshoogleraren.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-4-1

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 4.

De inschrijving in het album.

Lid
1

Zij, die begeren tot dienaar des Woords in de Hervormde Kerk te worden gevormd, laten zich van de aanvang hunner studie af telken jare inschrijven in het album der Kerk, met dien verstande, dat de inschrijvingsgelden niet meer dan viermaal verschuldigd zijn.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-4-2

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 4.

De inschrijving in het album.

Lid
2

Voor de inschrijving in het album en voor het afleggen van de kerkelijke examens zijn inschrijvings- en examengelden verschuldigd, waarvan het bedrag, onder goedkeuring van het breed moderamen der synode, wordt vastgesteld door de commissie voor het theologisch hoger onderwijs.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-4-3

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 4.

De inschrijving in het album.

Lid
3

In het album der Kerk worden ook ingeschreven vrouwelijke theologische studenten, die het kerkelijk examen wensen af te leggen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-5-1

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 5.

Het onderzoek naar de geschiktheid voor het predikambt.

Lid
1

Zij, die voor de eerste maal in het album der Kerk zijn ingeschreven, maken binnen drie maanden na die inschrijving persoonlijk kennis met de kerkelijke hoogleraren der universiteit en onderwerpen zich op verlangen dier hoogleraren aan een onderzoek, betrekking hebbende op de aanvankelijke geschiktheid voor het predikambt of vicariaat.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-5-2

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 5.

Het onderzoek naar de geschiktheid voor het predikambt.

Lid
2

De hoogleraren vragen daarbij desgewenst het getuigenis van rectoren, leraren, predikanten en anderen, onder wier leiding de ingeschrevene voordien heeft gestaan, alsmede van de andere hoogleraren der faculteit.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-5-3

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 5.

Het onderzoek naar de geschiktheid voor het predikambt.

Lid
3

Aan hem, die naar het oordeel van de kerkelijke hoogleraren de aanvankelijke geschiktheid tot het predikambt of vicariaat mist of op een later tijdstip van de vorming blijk geeft deze geschiktheid toch niet in voldoende mate te bezitten, wordt daarvan — indien de commissie voor het theologich hoger onderwijs dit inzicht deelt — door deze commissie mondeling mededeling gedaan.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-6-1

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 6.

De kas voor de vorming van de dienaren des Woords.

Lid
1

De onkosten der Kerk, aan opleiding en vorming verbonden, worden bestreden uit een kas voor de vorming van de dienaren des Woords.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-6-2

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 6.

De kas voor de vorming van de dienaren des Woords.

Lid
2

De beslissing over de besteding van de gelden van deze kas berust bij de commissie voor het theologisch hoger onderwijs, met dien verstande, dat haar begroting de goedkeuring behoeft van de generale financiële raad.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-6-3

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 6.

De kas voor de vorming van de dienaren des Woords.

Lid
3

Voor deze kas geldt het bepaalde in art. 19 van de ordinantie voor de kerkelijke financiën.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-6-4

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 6.

De kas voor de vorming van de dienaren des Woords.

Lid
4

In deze kas worden gestort
de wettelijke en andere bijdragen van de overheid voor de opleiding van de dienaren des Woords, voorzover deze niet rechtstreeks aan de kerkelijke hoogleraren worden uitbetaald;
de inschrijvings- en examengelden van hen, die in het album der Kerk zijn ingeschreven;
de internaats- en lesgelden van hen, die aan het seminarium deelnemen;
renten van ten name der kas belegde gelden en van daarvoor aangewezen generale fondsen der Kerk;
bijdragen van kerkeraden en andere kerkelijke organen;
de opbrengst van collecten; en
andere inkomsten.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-6-5

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 6.

De kas voor de vorming van de dienaren des Woords.

Lid
5

Uit deze kas worden bestreden
de administratie- en andere kosten van de commissie voor het theologisch hoger onderwijs, van de kerkelijke hoogleraren en docenten en andere uitgaven ten behoeve van het theologisch hoger onderwijs en van het seminarium; en
de traktementen der kerkelijke hoogleraren en docenten, voorzover deze hun niet rechtstreeks door rijk of gemeente worden uitbetaald, benevens de traktementen van de rector en docenten van het seminarium.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-7-1

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 7.

De fondsen voor het theologisch hoger onderwijs.

Lid
1

De voor het theologisch hoger onderwijs der Kerk nodige generale fondsen worden gevormd bij besluit van de genereale financiële raad.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-7-2

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 7.

De fondsen voor het theologisch hoger onderwijs.

Lid
2

Als zodanig zullen er in ieder geval zijn een fonds voor het theologisch hoger onderwijs der Kerk en een studiefonds.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 7-7-3

Ordinantie voor de opleiding en vorming van de dienaar des Woords en voor de theologische arbeid der Kerk.

 

I. Opleiding en vorming.

Artikel 7.

De fondsen voor het theologisch hoger onderwijs.

Lid
3

Voor het beheer, de administratie en de beslissing over de besteding van de gelden dezer fondsen zijn dezelfde bepalingen van kracht als terzake gegeven ten aanzien van de kas voor de vorming van de dienaren des Woords.