Rapport dHKO (2012) E11

E11 particuliere synode
E11.1 De particuliere synode komt eens in de drie jaar in vergadering bijeen voor de aanwijzing van de afgevaardigden naar de generale synode.
E11.2 Er zijn vier particuliere synodes. De ressorten worden vastgesteld door de generale synode.
E11.3 Elke classis vaardigt een predikant en een ouderling af naar de particuliere synode.
E11.4 De particuliere synodes zijn verder uitsluitend belast met de kerkelijke rechtspraak volgens artikel F7.

Toelichting

1. In WO-1 en WO-2 hebben wij voorgesteld de particuliere synode (PS) te laten vervallen en de generale synode (GS) om de twee jaar bijeen te laten komen. Zie voor de PS de MvT in WO-1 bij E2 en in WO-2 bij E3. Zie voor de GS telkens E7.

2. De GS Harderwijk heeft op 11 juni 2011 uit haar midden een ad-hoc commissie ingesteld met als opdracht een onderzoek te doen naar de bestuurlijke effecten van de wijzigingen die voortvloeien uit Werkorde 2, hoofdstuk E, artikelen E3, E4 en E7 (Acta art. 26). Dit betreft – kort gezegd – de organisatie van de meerdere vergaderingen. Deze commissie bestuurlijke effecten (cieBE) heeft haar rapport dd. 20 maart 2012 aan de synode aangeboden. De cieBE heeft geen standpunt ingenomen omtrent te maken keuzes, maar een inventarisatie aangeboden van de (mogelijke) effecten van met name het afschaffen van de PS. Ook vanuit de kerken hebben wij weer veel reacties hierop gekregen in het kader van WO-2.

3. Het rapport van de cieBE en de reacties uit de kerken hebben deputaten ertoe gebracht om de voorstellen op een aantal punten bij te stellen. De wijzigingen hebben wij reeds gerapporteerd aan de GS Harderwijk in onze Tussentijdse rapportage dd. 11 mei 2012 en komen samengevat op het volgende neer:

|137|

Frequentie van de generale synode
De frequentie van de generale synode blijft zoals die nu is: eens in de drie jaar.

Samenstelling van de generale synode
De synode kent 32 afgevaardigden; 16 predikanten en 16 ouderlingen.
Deze worden aangewezen door 4 regionale vergaderingen, die wat deputaten betreft opnieuw ‘particuliere synode’ mogen heten. Elke nieuwe PS vaardigt in dat geval 4 predikanten en 4 ouderlingen af.

Samenstelling van de particuliere synode (nieuwe stijl)
Elke classis vaardigt één predikant en één ouderling af naar de particuliere synode waarbij zij is ingedeeld.

Taken van de particuliere synode (nieuwe stijl)
De PS heeft slechts twee taken, die elk uitdrukkelijk zijn beperkt:
a. het aanwijzen van de afgevaardigden voor de generale synode; echter niet het voorbereiden van de agenda van de generale synode;
b. het fungeren als beroepsinstantie; echter alleen voor:
(1e) beroep tegen besluiten die in eerste aanleg door de classis zijn genomen;
(2e) beroep tegen besluiten van een kerkenraad die met voorafgaande goedkeuring van de classis zijn genomen.

Frequentie van de particuliere synode (nieuwe stijl)
De PS komt eens in de drie jaar samen voor het aanwijzen van een afvaardiging naar de generale synode.
Daarnaast wordt de PS ad hoc samengeroepen wanneer bij haar appeldeputaten een beroep aanhangig is gemaakt.

4. Voor de aanpassingen terzake de GS verwijzen we naar E7. Voor de aanpassingen terzake de PS voeren wij het nieuwe E11 in, dat een plaats krijgt na E6 (classicale visitatie) en E7 (generale synode). Met betrekking tot de PS merken we hier verder ter toelichting nog het volgende op.

5. De samenstelling van de GS door rechtstreekse afvaardiging vanuit de classes ontmoet weinig enthousiasme; de vergadering zou bijna verdubbelen in omvang. Handhaving van getrapte verkiezing via een vorm van een particuliere synode is dan het enige alternatief.

6. De huidige particuliere synodes hebben daarbij als nadeel dat de territoriale indeling wel historisch verklaarbaar is, maar steeds minder strookt met de getalsmatige realiteit. Een aantal PS-en zijn qua ledental niet groter dan één classis elders; toch wordt van hen verwacht dat zij evenveel ambtsdragers vrijmaken voor het synodewerk als een andere PS, die soms tot viermaal zoveel leden telt. Terecht wordt dit beleefd als een onevenredige belasting.

7. Deputaten kiezen daarom – evenals de CGK – voor vier regionale vergaderingen die gelijkmatiger over het land zijn verdeeld. Elk van deze vier vergaderingen staat voor een ressort van ongeveer 30.000 kerkleden, bijvoorbeeld:
ressort Noord: de classes uit Groningen, Friesland en Drenthe
ressort Oost: de classes uit Overijssel
ressort West: de classes uit Holland en Utrecht
ressort Zuid: de classes uit Gelderland, Flevoland, Zeeland, Noord-Brabant en Limburg.
Uiteraard is verdere verfijning mogelijk, die nog minder let op bestaande provinciegrenzen.

|138|

8. Een tweede reden om iets van een PS te handhaven, is de wens om te kunnen beschikken over ten minste twee kerkelijke beroepsinstanties. Wanneer bijvoorbeeld een ambtsdrager moet worden afgezet, en de classis daaraan haar goedkeuring verleent (artikel B27.4), kan die classis niet meer fungeren als beroepsinstantie in dezelfde zaak. Een eventueel beroep zou bij ontstentenis van de PS dan direct bij de GS moeten worden ingesteld. Daardoor ontbreekt weer de mogelijkheid van een hoger beroep. Het is geen oplossing om voor deze gevallen een extra beroep op de volgende GS mogelijk te maken (de oude ‘revisie-weg’). Liever zien we dan een instantie die al vóór het bijeenkomen van de GS een uitspraak doet in het beroep, waarna de GS overblijft als instantie in hoger beroep. Voor de rechtspraakfunctie van de PS verwijzen we verder naar F7.

9. De huidige PS-en doen als beroepsinstanties goed werk, maar hebben als nadeel dat ze veelal zijn samengesteld uit drie classes. Bij het behandelen van een beroepszaak doet de classis waartegen het beroep zich richt niet mee; er blijven dan slechts twee classes over. Dat komt het gezag van hun uitspraak niet ten goede. Ook hierin is een reden gelegen om te opteren voor een PS die breder is samengesteld.

10. Voor het overige blijven de eerdere argumenten van deputaten om het kerkverband te vereenvoudigen door de PS als bestuurslaag te laten vervallen, van kracht. Deputaten pleiten er daarom voor dat de taak van de vier PS-en ‘nieuwe stijl’ beperkt blijft tot de beide genoemde zaken. Dat betekent concreet dat zaken waarover een classis zich al in beroep heeft uitgesproken, niet in hoger beroep aan de PS mogen worden voorgelegd, maar alleen aan de generale synode. Het betekent ook dat wanneer een PS geen beroepszaken hoeft te behandelen, zij slechts eens in de drie jaar bijeenkomt, en dan alleen om afgevaardigden aan te wijzen voor de generale synode.

11. De voorschriften van E3 zijn uiteraard op de PS van toepassing.

12. Deputaten merken tot slot nog op dat voor een geordende bespreking van de PS ‘nieuwe stijl’ het dienstig is te onderscheiden tussen de samenstelling en het takenpakket. Wij opteren voor een viertal PS-en, maar een ander aantal is eventueel denkbaar, zonder dat dat direct repercussies hoeft te hebben voor het beperkte takenpakket van de PS ‘nieuwe stijl’.