Rapport dHKO (2012) D6

[WO-1: D6 ontzegging en afhouding van het avondmaal
D6.1 Wanneer iemand het vermaan van de ambtsdragers verwerpt of zich schuldig maakt aan een ernstige zonde die de gemeente dreigt te besmetten, ontzegt de kerkenraad hem de toegang tot het avondmaal van de Here zolang er geen bekering volgt.
D6.2 De ontzegging van het avondmaal brengt de opschorting met zich mee van het recht om een kind te laten dopen, huwelijksbevestiging te ontvangen en aan de verkiezing van ambtsdragers deel te nemen.
D6.3 De kerkenraad kan iemand in een bijzonder geval van het avondmaal afhouden, wanneer er een sterk vermoeden van ernstige zonde bestaat, maar nog nader onderzoek moet plaatsvinden.]

[WO-2: D6 ontzegging en afhouding van het avondmaal
D6.1 Wanneer iemand het vermaan van de ambtsdragers verwerpt of zich schuldig maakt aan een ernstige zonde die de gemeente dreigt te besmetten, ontzegt de kerkenraad hem de toegang tot het avondmaal van de Heer zolang er geen bekering volgt.
D6.2 Gedurende de ontzegging van het avondmaal heeft de betrokkene niet het recht om een kind te laten dopen, huwelijksbevestiging te ontvangen en aan de verkiezing van ambtsdragers deel te nemen.
D6.3 In een ernstige situatie waarover een goed oordeel nog niet mogelijk is, kan de kerkenraad iemand van het avondmaal afhouden ter wille van de heiligheid van de gemeente.]

D6 ontzegging en afhouding van het avondmaal
D6.1 Wanneer iemand het vermaan van de ambtsdragers verwerpt of zich schuldig maakt aan een ernstige zonde die de gemeente dreigt te besmetten, ontzegt de kerkenraad hem de toegang tot het heilig avondmaal zolang er geen bekering volgt.
D6.2 Wanneer iemand de toegang tot het avondmaal is ontzegd, heeft hij niet het recht om een kind te laten dopen en huwelijksbevestiging te ontvangen. Ook mag hij zijn stemrecht niet uitoefenen.
D6.3 In een ernstige situatie waarover een goed oordeel nog niet mogelijk is, kan de kerkenraad iemand van de avondmaalsviering afhouden ter wille van de heiligheid van de gemeente.

Toelichting D6

1. In overeenstemming met C6 spreken we in D6.1 van het heilig avondmaal. In het opschrift kan het woord ‘heilig’ achterwege blijven. 

2. De correctie van de eerste zin in D6.2 is verder van taalkundige aard; de betekenis is gelijk gebleven.

3. Wij hebben de ‘deelneming aan de verkiezing van ambtsdragers’ in D6.2 vervangen door het niet mogen uitoefenen van het stemrecht. Dit geeft beter de bedoeling weer.

|120|

4. In D6.3 wordt volgens enkele reacties de ‘eenvoudige afhouding’ te veel ingeperkt. Genoemd worden voorbeelden van iemand die een ernstige zonde belijdt, maar waarbij de toestand van de gemeente en/of twijfel aan zijn schuldbelijdenis deelname aan het avondmaal in de weg staat. Het gaat hier om grensgevallen. Je kunt zeggen dat er kennelijk nog geen goed oordeel mogelijk is; je kunt ook zeggen dat er nog geen verzoening is bereikt. De onderzoekssituatie van D6.3 heeft niet alleen betrekking op degene die wordt afgehouden, maar kan ook op de verdere omstandigheden slaan.

5. Er wordt gevraagd om met zoveel woorden te bepalen dat de afhouding van D6.3 hooguit een tijdelijke maatregel kan zijn, volgens sommigen maximaal één keer toe te passen. Dat laatste vindt vanuit de kerkelijke praktijk weinig bijval. Wij menen verder dat de situatietekening (“een goed oordeel nog niet mogelijk”) voldoende aangeeft dat afhouding op deze grond slechts tijdelijk kan zijn.

5 [sic]. In een reactie is voorgesteld om het onderscheid tussen de ontzegging van de toegang tot het avondmaal en de tijdelijke afhouding van de avondmaalsviering in D6.3 nog iets meer tot uitdrukking te brengen door in het laatste geval nadrukkelijk te spreken van de viering: niet de toegang tot het avondmaal als zodanig is ontzegd, maar de deelname aan deze concrete viering is niet mogelijk. Wij hebben dit aangepast, hoewel zonder toelichting waarschijnlijk niet iedereen deze nuance in de tekst zal onderkennen.