Schets Wezel (1571) I.11

[Cap. I.] De Collegiis ac Prouinciarum Classibus.

= De colleges en de classes van de provincies.

Artikel
[11.]

Quae verò alterius sunt generis vt vel in Dei verbo vel in Apostolorum vsu atque exemplo, vel in ecclesiarum perpertua, eaque grauibus ac necessariis rationibus subnixa consuetudine fundata sunt, in iis non temerè a communi ecclesiarum consensu ac inueterato vsu recedatur.
Ea autem propemodum omnia sequentibus hisce capitibus quàm potuimus et absolutissimè et compendiosissimè complexi sumus.
Cum enim quatuor potissimum ministerii ordines in ecclesia authoribus Apostolis proponantur, Ministrorum nimirum, Doctorum, Seniorum, et Diaconorum, ad quos et verbi diuini sincerè administrandi et honestatis ac morum pauperorumque 1) cura pertineat: quibus deinde adiicitur Sacramentorum ac disciplinae ecclesiasticae consideratio, quae coniuncta verbo Dei legitima sunt ecclesiae testimonia, Sane iis ritè constitutis nihil esse amplius putamus quod in ecclesiae constitutione possit magnopere desiderari.


1) Dit woord staat boven den regel; blijkbaar bij het in het net overschrijven eerst overgeslagen, en daarna met dezelfde hand bijgevoegd.

= Zaken echter die van andere aard zijn, omdat zij of in Gods woord of in de praktijk en het voorbeeld van de apostelen, of in de duurzame, en op ernstige en noodzakelijke redenen steunende gewoonte van de kerken gefundeerd zijn, daarin zal men niet lichtvaardig van de gemeenschappelijke overeenstemming van de kerken en de ingewortelde praktijk van de kerken afwijken.
Deze zaken nu hebben wij ongeveer allemaal in de navolgende punten zo goed en beknopt mogelijk samengevat.
Op gezag van de apostelen worden er immers hoofdzakelijk vier soorten van dienst in de kerk voorgesteld, te weten de dienaren, de docenten, de ouderlingen en de diakenen, aan wie de zorg toekomt voor de zuivere bediening van het woord, voor de eerbaarheid en de goede zeden en voor de armen. Daaraan wordt nog toegevoegd de beschouwing van de sacramenten en de kerkelijke tucht, die samen met het woord van God de wettige kenmerken van de kerk zijn. Dus menen wij met reden dat, als deze zaken op de goede manier geregeld zijn, er niets meer is wat van de inrichting van de kerk nog meer verlangd kan worden.