Kerkorde GKN (1905) HIII.

Van de leer, sacramenten en andere ceremoniën

Kerkorde GKN (1905) Art. 53

Van de leer, sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
53

De Dienaren des Woords Gods, en desgelijks de Professoren in de Theologie (’t welk ook den anderen Professoren en insgelijks den Rectoren en Schoolmeesters wel betaamt) zullen de drie Formulieren van eenigheid der Nederlandsche Kerken onderteekenen, en de Dienaren des Woords, die zulks refuseerren, zullen de facto in hunnen dienst door den Kerkeraad of de Classe geschorst worden, tot ter tijd toe dat zij zich daarin geheellijk verklaard zullen hebben, en indien zij obstinatelijk in weigering blijven, zullen zij van hunnen dienst geheellijk afgesteld worden.

Kerkorde GKN (1905) Art. 54

Van de leer, sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
54

Insgelijks zullen ook de Ouderlingen en Diakenen, en degenen die door eene Classe als proponent worden toegelaten, de genoemde Formulieren van eenigheid onderteekenen.

Kerkorde GKN (1905) Art. 55

Van de leer, sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
55

Tot wering van de valsche leeringen en dwalingen, die door kettersche geschriften zeer toenemen, zullen de Dienaars en de Ouderlingen de middelen gebruiken van leering, van wederlegging, van waarschuwing en van vermaning, zoowel bij den dienst des Woords als bij de Christelijke onderwijzing en bij het huisbezoek.

Kerkorde GKN (1905) Art. 56

Van de leer, sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
56

Het verbond Gods zal aan de kinderen der Christenen met den Doop, zoo haast als men de bediening deszelven hebben kan, verzegeld worden, en dat in openbare verzameling, wanneer Gods Woord gepredikt wordt.

Kerkorde GKN (1905) Art. 57

Van de leer, sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
57

De Dienaars zullen hun best doen en daartoe arbeiden, dat de vader zijn kind ten Doop presenteere. En in de gemeenten, waar men nevens den vader ook gevaders of getuigen bij den Doop neemt (welk gebruik, in zichzelf vrij zijnde, niet lichtelijk te veranderen is), betaamt het, dat men neme die de zuivere leer toegedaan en vroom van wandel zijn.

Kerkorde GKN (1905) Art. 58

Van de leer, sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
58

De Dienaars zullen in het doopen, zoo der jonge kinderen als der bejaarde personen, de Formulieren van de instelling en het gebruik des Doops, welke tot dien einde onderscheidenlijk beschreven zijn, gebruiken.

Kerkorde GKN (1905) Art. 59

Van de leer, sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
59

De bejaarden worden door den Doop de Christelijke gemeente ingelijfd, en voor lidmaten der gemeente aangenomen, en zijn daarom schuldig het Avondmaal des Heeren ook te gebruiken, ’t welk zij bij hunnen Doop zullen beloven te doen.

Kerkorde GKN (1905) Art. 60

Van de leer, sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
60

De namen der gedoopten, mitsgaders der ouders en getuigen, en desgelijks de tijd des Doops, zullen opgeteekend worden.

Kerkorde GKN (1905) Art. 61

Van de leer, sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
61

Men zal niemand ten Avondmaal des Heeren toelaten, dan die naar de gewoonheid der Kerk, tot dewelke hij zich voegt, belijdenis der Gereformeerde religie gedaan heeft, mitsgaders hebbende getuigenis eens vromen wandels, zonder welke ook degenen, die uit andere Kerken komen, niet zullen toegelaten worden.

Kerkorde GKN (1905) Art. 62

Van de leer, sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
62

Een iedere Kerk zal zulke manier van bediening des Avondmaals houden, als zij oordeelt tot de meeste stichting te dienen. Welverstaande nochtans, dat de uitwendige ceremoniën, in Gods Woord voorgeschreven, niet veranderd en alle superstitie vermeden worde, en dat na de voleinding der predikatie en der gemeene gebeden het Formulier des Avondmaals, mitsgaders het gebed daartoe dienende, zal worden gelezen.

Kerkorde GKN (1905) Art. 63

Van de leer, sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
63

Het Avondmaal des Heeren zal ten minste alle twee of drie maanden gehouden worden.

Kerkorde GKN (1905) Art. 64

Van de leer, sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
64

De bediening des Avondmaals zal alleen geschieden, waar toezicht is van Ouderlingen, volgens kerkelijke orde, en in eene openlijke samenkomst der gemeente.

Kerkorde GKN (1905) Art. 65

Van de leer, sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
65

Lijkpredikatiën of lijkdiensten zullen niet worden ingesteld.

Kerkorde GKN (1905) Art. 66

Van de leer, sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
66

In tijden van oorlog, pestilentie, algemeene volksrampen en andere groote zwarigheden, waarvan de druk overal in de Kerken gevoeld wordt, zal een bededag uitgeschreven worden door de Classe, die daartoe door de laatste Generale Synode is aangewezen.

Kerkorde GKN (1905) Art. 67

Van de leer, sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
67

De gemeenten zullen onderhouden, benevens den Zondag, ook den Kerstdag, Paschen, Pinksteren en Hemelvaartsdag. De onderhouding der tweede feestdagen wordt in de vrijheid der Kerken gelaten.

Kerkorde GKN (1905) Art. 68

Van de leer, sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
68

De Dienaars zullen alomme des Zondags, ordinaarlijk in de namiddagsche predikatiën, de somma der Christelijke leer, in den Catechismus, die tegenwoordig in de Nederlandsche Kerken aangenomen is, vervat, kortelijk uitleggen, alzoo dat dezelve, zooveel mogelijk, jaarlijks mag geëindigd worden, volgens de afdeeling des Catechismus zelven daarop gemaakt.

Kerkorde GKN (1905) Art. 69

Van de leer, sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
69

In de Kerken zullen alleen de 150 Psalmen Davids, de Tien geboden, het Onze Vader, de 12 Artikelen des geloofs, de Lofzangen van Maria, Zacharias en Simeon, de Morgenzang en de Avondzang, en de Bedezang vóór de predikatie, gezongen worden.

Kerkorde GKN (1905) Art. 70

Van de leer, sacramenten en andere ceremoniën

Artikel
70

Alzoo behoorlijk is, dat de huwelijke staat voor Christus’ gemeente bevestigd worde, volgens het Formulier daarvan zijnde, zullen de Kerkeraden daarop toezien.