Kerkorde GKN (1957) HV.I.

Hoofdstuk V

Het vermaan en de tucht van de kerk

I. Algemene bepalingen

Kerkorde GKN (1957) Art. 99

Hoofdstuk V

Het vermaan en de tucht van de kerk

I. Algemene bepalingen

Artikel
99 [106]

1. Het vermaan en de tucht van de kerk bedoelen de verheerlijking van Gods Naam door de afdwalenden terug te brengen, hen met de kerk en hun naasten te verzoenen en de gegeven ergernis uit de gemeente weg te nemen.
2. Het vermaan en de tucht, welke door de dienaren des Woords en de ouderlingen geoefend worden, laten onaangetast de roeping, die op alle leden der gemeente rust om op elkander in broederlijke liefde acht te geven en zo nodig elkander te vermanen en zulk een vermaan ter harte te nemen.

Kerkorde GKN (1957) Art. 100

Hoofdstuk V

Het vermaan en de tucht van de kerk

I. Algemene bepalingen

Artikel
100 [107]

Dit vermaan en deze tucht betreffen de belijdenis en de wandel van allen die tot de gemeente behoren.

Kerkorde GKN (1957) Art. 101

Hoofdstuk V

Het vermaan en de tucht van de kerk

I. Algemene bepalingen

Artikel
101 [108]

Omdat dit vermaan en deze tucht een geestelijk karakter dragen, zullen zij ook op geestelijke wijze geoefend worden, met vermijding van alle wereldse machtsoefening.

Kerkorde GKN (1957) Art. 102

Hoofdstuk V

Het vermaan en de tucht van de kerk

I. Algemene bepalingen

Artikel
102 [109]

De tucht betreft de ergerlijke zonden, die hetzij als zodanig openbaar zijn, hetzij door verwerping van het broederlijk vermaan, door Christus in Mattheus 18: 15-16 bevolen, openbaar zijn geworden, hetzij op een andere verantwoorde wijze ter kennis van de kerkeraad zijn gekomen.

Kerkorde GKN (1957) Art. 103

Hoofdstuk V

Het vermaan en de tucht van de kerk

I. Algemene bepalingen

Artikel
103 [110]

Maatregelen van tucht zullen niet genomen worden zonder voorafgaand grondig onderzoek en zonder dat de beschuldigde gelegenheid heeft gehad zich te verantwoorden.