Kerkorde GKN (1957) HIV.III.

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

III. Herderlijke zorg

Kerkorde GKN (1957) Art. 79

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

III. Herderlijke zorg

Artikel
79 [87]

De dienaren des Woords en ouderlingen zullen hun herderlijke zorg uitstrekken tot alle leden van de gemeente, door hen en in het bijzonder de zieken en bejaarden, die verhinderd zijn de kerkdiensten bij te wonen, en ook de afdwalenden, trouw te bezoeken; door hen op te wekken tot een leven in het geloof en hen in tegenspoed te troosten; en door hen te waarschuwen tegen valse leringen en dwalingen evenals tegen alle wereldse wandel en goddeloze praktijken.

Kerkorde GKN (1957) Art. 80

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

III. Herderlijke zorg

Artikel
80 [88]

1. De kerkeraden zullen aan degenen, die uit de gemeente vertrekken, op hun verzoek een attestatie of getuigenis aangaande hun belijdenis en wandel medegeven, met dien verstande dat, indien zij voorwerp van vermaan of tucht zijn, daarvan in de attestatie mededeling wordt gedaan. Van deze afgifte wordt bericht gezonden aan de kerkeraad van de gemeente, waartoe de vertrekkenden in het vervolg zullen behoren. Aan de desbetreffende kerkeraad zal eveneens opgave verstrekt worden van degenen, die zonder attestatie aan te vragen vertrokken zijn.
2. Indien degenen, die uit de gemeente vertrekken, nog geen openbare belijdenis des geloofs afgelegd hebben, zullen de kerkeraden een doopattest toezenden aan de kerkeraad van de gemeente, waartoe de vertrekkenden in het vervolg zullen behoren, met dien verstande dat, indien zij reeds de volwassen leeftijd bereikt hebben, gehandeld zal worden overeenkomstig de door de generale synode vastgestelde richtlijnen inzake de tucht over doopleden.
3. Deze attestatie en attesten zullen, namens de kerkeraad, door twee van zijn leden ondertekend worden.

Kerkorde GKN (1957) Art. 81

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

III. Herderlijke zorg

Artikel
81 [88a]

1. De namen van hen, die gedoopt worden, die belijdenis des geloofs afleggen, die na afsnijding weder in de gemeente worden opgenomen, die met attestatie of doopattest uit een andere gemeente overkomen, en van hen, die uit een andere dan een gereformeerde kerk in de gemeente worden opgenomen, zullen met nadere bijzonderheden in daarvoor aangelegde registers zorgvuldig worden opgetekend.
2. Hetzelfde zal worden gedaan met de namen van hen, die met attestatie of doopattest vertrekken, die zijn overleden, die afgesneden worden en die zich onttrekken.

Kerkorde GKN (1957) Art. 82

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

III. Herderlijke zorg

Artikel
82 [89]

Indien degenen, die vertrekken naar een andere gemeente bijstand ontvangen van de diakenen, zullen dezen op vertrouwelijke wijze de diakenen van die gemeente daarover inlichten en, zo de omstandigheden daartoe nopen en het onderling overleg daartoe leidt, hetzij voorgoed hetzij voor een bepaalde periode verdere bijstand verlenen.

Kerkorde GKN (1957) Art. 83

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

III. Herderlijke zorg

Artikel
83 [90]

De kerkeraden zullen erop toezien, dat de leden der gemeente hun huwelijk aangaan met inachtneming van de geboden Gods, en het ten overstaan van de overheid voltrokken huwelijk in een kerkdienst laten bevestigen, waarbij het daarvoor vastgestelde formulier zal worden gebruikt.

Kerkorde GKN (1957) Art. 84

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

III. Herderlijke zorg

Artikel
84 [91]

De kerkeraden zullen er toe medewerken, dat de leden der gemeente, die gestorven zijn, op christelijke wijze begraven worden.

Kerkorde GKN (1957) Art. 85

Hoofdstuk IV

Het werk van de kerk

III. Herderlijke zorg

Artikel
85 [92]

De generale synode zal, voor zoveel dat naar haar oordeel nodig is, de arbeid onder schippers, zeevarenden, militairen, in het buitenland verstrooiden, in ziekenhuizen verpleegden, doofstommen, en anderen, die door de mindere vergaderingen niet of niet genoegzaam bearbeid kunnen worden, aan afzonderlijke deputaten en dienaren des Woords toevertrouwen.