Kerkorde GKN (1957) HIII.

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

Kerkorde GKN (1957) HIII.I.

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

I. Algemene bepalingen

Kerkorde GKN (1957) Art. 25

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

I. Algemene bepalingen

Artikel
25 [31]

1. De regering van de kerk, het opzicht en de tucht in de kerk zijn toevertrouwd aan haar vergaderingen.
2. Er zijn vier gewone vergaderingen: de kerkeraad, de classis, de particuliere synode en de generale synode. Van de kerkeraad worden de drie andere vergaderingen onderscheiden als meerdere vergaderingen.
3. Van deze gewone vergaderingen wordt onderscheiden de oecumenische synode, die een buitengewoon karakter draagt en waarop uitsluitend het in artikel 69 [63] bepaalde van toepassing is.

Kerkorde GKN (1957) Art. 26

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

I. Algemene bepalingen

Artikel
26 [32]

1. Deze vergaderingen hebben, elk naar eigen aard, een kerkelijk gezag, haar door Christus verleend.
2. Hetzelfde gezag, dat de classis heeft over de kerkeraad, heeft de particuliere synode over de classis en de generale synode over de particuliere.

Kerkorde GKN (1957) Art. 27

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

I. Algemene bepalingen

Artikel
27 [33]

1. Deze vergaderingen zullen geen andere dan kerkelijke zaken behandelen.
2. De behandeling van deze zaken zal steeds geschieden in overeenstemming met het kerkelijk karakter van deze vergaderingen.

Kerkorde GKN (1957) Art. 28

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

I. Algemene bepalingen

Artikel
28 [34]

1. Door een meerdere vergadering zullen behalve de zaken, die de in haar bijeenkomende kerken gemeenschappelijk aangaan, slechts zaken behandeld worden, die door de mindere vergaderingen niet afgehandeld konden worden en daarom door deze in de vorm van een vraag, van een instructie, van een bezwaarschrift of op andere wijze aan de orde worden gesteld, alsook zaken, ten aanzien waarvan een lid ener kerk of een vergadering bij haar in appèl is gekomen.
2. Zaken, welke tot de taak van een meerdere vergadering behoren, kunnen, behalve op grond van voorstellen van mindere vergaderingen, ook door de desbetreffende meerdere vergadering zelf aan de orde worden gesteld.

Kerkorde GKN (1957) Art. 29

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

I. Algemene bepalingen

Artikel
29 [35]

1. De besluiten van de vergaderingen zullen steeds na gemeenschappelijk overleg en zoveel mogelijk met eenparige stemmen worden genomen. Blijkt eenparigheid niet bereikbaar, dan zal de vergadering zich voegen naar het gevoelen van de meerderheid. De besluiten van de vergaderingen dragen een bindend karakter.
2. Degenen, die enige uitspraak of handeling van een vergadering in strijd achten met de bepalingen van de kerkorde, of op andere wijze door zulk een uitspraak of handeling het welzijn der kerk geschaad achten, of menen dat hun daardoor onrecht aangedaan is, kunnen in appèl gaan bij de naastvolgende meerdere vergadering. Indien zij zulk een uitspraak of handeling in strijd achten met duidelijke uitspraken van Gods Woord, zijn zij gehouden in appèl te gaan; in welk geval de vergadering, hangende dit appèl, hen niet zal verplichten tot het verrichten van of tot het medewerken aan enige handeling, die naar hun gevoelen zou ingaan tegen de bedoelde duidelijke uitspraken van Gods Woord, met dien verstande, dat ze zich voor het overige te gedragen hebben naar de door de desbetreffende vergadering gegeven aanwijzingen.
3. Ten aanzien van grensgeschillen tussen kerken reikt, voorzover niet meer dan één particuliere synode erbij betrokken is, het recht van appèl niet verder dan tot de particuliere synode.
4. Degenen, die bij een meerdere vergadering in appèl gaan, zijn verplicht daarbij de door de generale synode vastgestelde bepalingen aangaande vorm en termijn van dat appèl in acht te nemen.
5. Een vergadering kan, in geval van appèl, de uitvoering van een door haar genomen besluit opschorten.

Kerkorde GKN (1957) Art. 30

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

I. Algemene bepalingen

Artikel
30 [35a]

1. Onverminderd het recht van appèl bestaat de mogelijkheid bij enige vergadering een verzoek tot revisie van een door haar gedane uitspraak in te dienen.
2. Geen vergadering is verplicht aan een verzoek tot revisie gevolg te geven, indien niet een element in geding wordt gebracht, dat bij het doen van de uitspraak, waarvan revisie wordt verlangd, buiten beschouwing was gebleven of onvoldoende was overwogen.

Kerkorde GKN (1957) Art. 31

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

I. Algemene bepalingen

Artikel
31 [36]

Indien iemand zich bezwaard gevoelt over een besluit of uitspraak van de generale synode, als naar zijn oordeel in strijd met Gods Woord, zullen de vergaderingen jegens hem zoveel mogelijk tolerantie gebruiken, tenzij zijn wijze van optreden een bedreiging zou inhouden voor de goede werking van de kerkelijke gemeenschap ter plaatse of in het kerkverband.

Kerkorde GKN (1957) Art. 32

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

I. Algemene bepalingen

Artikel
32 [37]

1. Elke vergadering zal haar bijeenkomsten met aanroeping van de naam Gods beginnen en beëindigen.
2. Zij zal in elke bijeenkomst aan haar leden de gelegenheid geven zo nodig elkander onderling te vermanen, in het bijzonder in verband met de vervulling van hun ambten.
3. Zij maakt een regeling voor haar werkzaamheden, waarin onder meer voorzieningen worden getroffen voor de archieven en het toezicht op en de controle van alle financiële handelingen, door of namens haar uitgevoerd.

Kerkorde GKN (1957) HIII.II.

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

Kerkorde GKN (1957) Art. 33

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

Artikel
33 [38]

1. In alle kerken zal een kerkeraad zijn, die gevormd wordt door de ambtsdragers der gemeente.
2. Indien het getal der ouderlingen meer dan drie bedraagt, staat het vrij onderscheid te maken tussen de brede kerkeraad, waartoe alle ambtsdragers behoren, en de smalle kerkeraad, van welke de diakenen geen deel uitmaken.

Kerkorde GKN (1957) Art. 34

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

Artikel
34 [39]

1. De kerkeraad heeft de leiding der gemeente, in het bijzonder ook het opzicht over en de tucht in de gemeente, alsmede de zorg voor de dienst der barmhartigheid in het algemeen.
2. Indien er onderscheid gemaakt wordt tussen de brede en de smalle kerkeraad, zal het opzicht over en de tucht in de gemeente aan de smalle kerkeraad blijven.
3. In het in lid 2 bedoelde geval kunnen de diakenen onder leiding van één van hen afzonderlijk bijeenkomen om de zaken, die tot hun taak behoren, te behandelen.
4. De diakenen doen verantwoording van hun beleid en beheer aan de kerkeraad.

Kerkorde GKN (1957) Art. 35

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

Artikel
35 [40]

1. Het praesidum van de kerkeraad berust bij de dienaar des Woords of indien er in een kerk meer dienaren zijn, in de regel beurtelings bij ieder van hen.
2. In geval een kerk geen dienaar des Woords heeft, berust het praesidium bij een van de ouderlingen, daartoe door de kerkeraad aangewezen.

Kerkorde GKN (1957) Art. 36

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

Artikel
36 [41]

1. De kerkeraad zal in de regel tenminste éénmaal per maand samenkomen.
2. Hij zal tenminste eens in de drie maanden in een samenkomst, voorafgaande aan het heilig avondmaal, en met het oog op de viering daarvan, aan zijn leden de gelegenheid geven elkander onderling te vermanen in het bijzonder in verband met de vervulling van hun ambt.
3. Hij bepaalt in zijn regeling van werkzaamheden de wijze van samenroeping van een buitengewone bijeenkomst.

Kerkorde GKN (1957) Art. 37

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

Artikel
37 [42]

Het staat aan een kerkeraad vrij de voorbereiding of afdoening van bepaalde zaken in handen te leggen van commissies of van wijkraden; hij zal er echter op toezien, dat aan dergelijke colleges niet het gezag wordt toegekend, hetwelk aan de gehele kerkeraad toekomt.

Kerkorde GKN (1957) Art. 37a

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

Artikel
37a

[gereserveerd]

Kerkorde GKN (1957) Art. 38

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

Artikel
38 [43]

1. Wanneer een kerk geen dienaar des Woords heeft, zal de raad dier kerk aan de classis verzoeken volgens de door haar vastgestelde regeling een dienaar des Woords uit een der naburige kerken als consulent aan te wijzen om voorzover nodig aan de kerkeraad leiding en raad te verschaffen.
2. De kerkeraad zal in belangrijke aangelegenheden, met name in wat betrekking heeft op de beroeping van een dienaar des Woords, de consulent raadplegen.
3. De consulent woont, indien hij daartoe is uitgenodigd, de bijeenkomsten van de kerkeraad bij; aan hem kan dan het praesidium van de bijeenkomst worden opgedragen.
4. De consulent is van zijn arbeid verantwoording schuldig aan de classis.

Kerkorde GKN (1957) Art. 39

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

Artikel
39 [44]

1. Wanneer in een plaats een kerkeraad moet worden ingesteld, zal dit niet gebeuren dan met de medewerking en het goedvinden van de classis.
2. Een zodanige kerkeraad zal uit tenminste drie leden bestaan.

Kerkorde GKN (1957) Art. 40

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

II. De kerkeraad

Artikel
40 [45]

1. In belangrijke zaken, die niet vallen onder het opzicht en de tucht over de gemeente, met name in zaken, waarmede het bestaan zelf van de kerk of haar plaats in het kerkverband gemoeid kan zijn, zal de kerkeraad geen besluiten nemen zonder vooraf de gemeente erin gekend en erover gehoord te hebben.
2. Aan een besluit van de kerkeraad over een zaak of zaken, waarmede het bestaan zelf van de kerk of haar plaats in het kerkverband gemoeid kan zijn, zal de kerkeraad geen uitvoering geven, voordat aan de leden der gemeente gedurende de tijd van één maand de gelegenheid is gegeven in appèl te gaan en zolang niet in laatste instantie over het ingestelde appèl uitspraak is gedaan.

Kerkorde GKN (1957) HIII.III.

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

Kerkorde GKN (1957) Art. 41

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

a. Algemene bepalingen

Artikel
41 [46]

1. Elke meerdere vergadering bestaat uit ambtsdragers, die afgevaardigd zijn door de in haar bijeenkomende mindere vergaderingen.
2. De mindere vergaderingen dragen zorg, dat haar afgevaardigden in het bezit zijn van deugdelijke en behoorlijk getekende credentiebrieven, op vertoon waarvan zij stemrecht hebben, met dien verstande evenwel dat dit recht hun niet toekomt in die zaken, welke hen persoonlijk of de vergaderingen, door welke zij afgevaardigd zijn, in het bijzonder aangaan.

Kerkorde GKN (1957) Art. 42

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

a. Algemene bepalingen

Artikel
42 [47]

1. Voor zaken, die de dienst der barmhartigheid betreffen, alsmede voor de verkiezing van diakenen-afgevaardigden zullen naar de meerdere vergaderingen, naast dienaren des Woords en ouderlingen, ook diakenen afgevaardigd worden.
2. Aan deze diakenen zal ten aanzien van de genoemde zaken stemrecht worden verleend.

Kerkorde GKN (1957) Art. 43

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

a. Algemene bepalingen

Artikel
43 [48]

1. Elke meerdere vergadering wordt bijeengeroepen door de kerkeraad van die kerk welke daartoe op de laatstgehouden bijeenkomst van die meerdere vergadering aangewezen is.
2. Op de kerkeraad van deze roepende kerk rust, zo nodig met advies van de classis, indien de particuliere, en zo nodig met advies van de particuliere synode, indien de generale synode moet worden bijeengeroepen, de zorg voor de voorbereiding van de desbetreffende bijeenkomst.

Kerkorde GKN (1957) Art. 44

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

a. Algemene bepalingen

Artikel
44 [49]

1. Van de zaken, die de verschillende vergaderingen in behandeling genomen wensen te zien, wordt door haar, voorzover althans de aard ervan dit toelaat, tijdig mededeling gedaan aan de roepende kerk.
2. De roepende kerk stelt uit de in lid 1 bedoelde gegevens, uit opgaven van deputaten en uit andere bij haar ingekomen stukken een voorlopig agendum samen.
3. Het definitief agendum wordt vastgesteld door de meerdere vergadering zelf, mede aan de hand van instructies, vragen en mededelingen, die aan de afgevaardigden naar die vergadering zijn medegegeven.

Kerkorde GKN (1957) Art. 45

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

a. Algemene bepalingen

Artikel
45 [50]

1. De meerdere vergaderingen zullen, naast de praeses en de scriba, nog één of meer leden aanwijzen om met hen het moderamen te vormen.
2. De leden van het moderamen van de particuliere en generale synode zullen door vrije verkiezing worden aangewezen.
3. De leden van het moderamen van de classis zullen naar de huishoudelijke regeling worden aangewezen, met dien verstande, dat beurtelings alle dienaren des Woords als praeses zullen optreden.

Kerkorde GKN (1957) Art. 46

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

b. De classis

Artikel
46 [51]

1. Het ressort van een classis wordt gevormd door tenminste zes in elkanders nabijheid gelegen kerken.
2. Indien het aantal kerken meer dan twintig bedraagt, zal, en indien het meer dan twaalf bedraagt, kan tot splitsing van het ressort van een classis worden overgegaan.
3. Splitsing van het ressort van een classis en wijziging in zijn omvang kunnen niet tot stand komen zonder de medewerking en het goedvinden van de particuliere synode.

Kerkorde GKN (1957) Art. 47

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

b. De classis

Artikel
47 [52]

1. Naar de classis vaardigt de kerkeraad van elke kerk een dienaar des Woords en een ouderling af, of indien de kerk vacant is, twee ouderlingen alsook in het in artikel 47 [42], lid 1, bedoelde geval een diaken.
2. Ook ambtsdragers, die niet afgevaardigd zijn, kunnen door de vergadering worden toegelaten als adviserende leden.

Kerkorde GKN (1957) Art. 48

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

b. De classis

Artikel
48 [53]

1. De classis komt tenminste eens in de drie maanden bijeen ter behandeling van de voorkomende zaken.
2. Met name behoort het tot haar werkzaamheden toe te zien, dat de kerken haar roeping en taak nakomen, zoals die in de kerkorde staat omschreven, advies en hulp te bieden aan de kerkeraden, in het bijzonder deze bij gebleken behoefte in staat te stellen een dienaar des Woords te beroepen, en de grenzen tussen de kerken van haar ressort vast te stellen.
3. De taak van het afgeven en het in ontvangst nemen van het getuigenis van vertrek alsmede van het verlenen van approbatie kan de classis, voor de periode tussen haar gewone bijeenkomsten, toevertrouwen aan twee of meer kerken. Deze kerken zullen van de voor dat doel te houden bijeenkomst kennis geven aan de overige kerken, in geval van ingebrachte wettige bezwaren geen beslissing nemen en voorts van haar handelingen op de eerstvolgende bijeenkomst der classis verantwoording afleggen.

Kerkorde GKN (1957) Art. 49

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

b. De classis

Artikel
49 [54]

1. De classis zal ieder jaar in een van haar bijeenkomsten tenminste twee van de meest ervaren en geschikte dienaren des Woords aanwijzen, om in alle kerken visitatie te verrichten. De classis kan naast deze dienaren des Woords een voor die taak bekwame ouderling aanwijzen.
2. De visitatoren zullen onderzoeken, of de ambtsdragers zowel persoonlijk als gezamenlijk hun taak getrouw vervullen, zich houden aan de zuivere leer, de bepalingen van de kerkorde en de overige besluiten der meerdere vergaderingen onderhouden en naar vermogen het hunne doen om met woorden en werken de opbouw en de uitbreiding der gemeente te bevorderen. Voorts zullen zij nalatigen broederlijk vermanen, en allen met raad en daad bijstaan.
3. De visitatoren zullen van hun bevindingen schriftelijk rapport uitbrengen aan de classis.

Kerkorde GKN (1957) Art. 50

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

c. De particuliere synode

Artikel
50 [55]

1. Het ressort van een particuliere synode wordt gevormd door de kerken van tenminste drie in elkanders nabijheid gelegen classes.
2. Indien het aantal classicale ressorten meer dan zes bedraagt, kan tot splitsing van het ressort van een particuliere synode worden overgegaan.
3. Splitsing van het ressort van een particuliere synode en wijziging in zijn omvang kunnen niet tot stand komen zonder de medewerking en het goedvinden van de generale synode.

Kerkorde GKN (1957) Art. 51

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

c. De particuliere synode

Artikel
51 [56]

Naar de particuliere synode vaardigt elke classis twee dienaren des Woords en twee ouderlingen af, of indien er niet meer dan vier classes zijn, en zulks door die synode bepaald is, drie dienaren des Woords en drie ouderlingen, alsook in het artikel 47 [42], lid 1, bedoelde geval een diaken of, indien drie dienaren des Woords en drie ouderlingen afgevaardigd worden, twee diakenen.

Kerkorde GKN (1957) Art. 52

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

c. De particuliere synode

Artikel
52 [57]

1. De particuliere synode wordt ieder jaar eenmaal samengeroepen in gewone bijeenkomst ter behandeling van de voorkomende zaken.
2. Zij kan, zo nodig, in buitengewone bijeenkomst worden samengeroepen.

Kerkorde GKN (1957) Art. 53

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

c. De particuliere synode

Artikel
53 [58]

1. De particuliere synode zal enige dienaren des Woords, uit elke classis één, aanwijzen als deputaten, met de opdracht:
a. de classes desverlangd in moeilijkheden bij te staan en van advies te dienen;
b. de vereiste medewerking te verlenen bij het afnemen van de peremptoire examens;
c. de vereiste medewerking te verlenen bij alles wat betrekking heeft op elke vorm van ontslag uit de dienst, overgang tot een andere staat des levens, emeritusverklaring, en afzetting van dienaren des Woords.
2. Deze en alle overige door de particuliere synode met welomschreven opdrachten benoemde deputaten zullen van hun handelingen rapport uitbrengen aan de eerstvolgende particuliere synode en zijn aan deze ook overigens verantwoording schuldig.

Kerkorde GKN (1957) Art. 54

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

c. De particuliere synode

Artikel
54 [59]

1. Het staat aan elke particuliere synode vrij samen te werken met andere particuliere synoden of met classes van andere particuliere synoden, zulks evenwel niet zonder het goedvinden van deze synoden, ter behartiging van belangen, die deze vergaderingen in het bijzonder aangaan, of tot het verrichten van gezamenlijke arbeid van evangelisatie, zending of anderszins.
2. Van een dergelijke samenwerking zal steeds aan de generale synode kennis worden gegeven.
3. Eventuele geschillen ter zake zullen aan de beslissing van de generale synode onderworpen worden.

Kerkorde GKN (1957) Art. 55

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

d. De generale synode

Artikel
55 [60]

Het ressort van de generale synode wordt gevormd door de gezamenlijke kerken van de particuliere synoden.

Kerkorde GKN (1957) Art. 56

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

d. De generale synode

Artikel
56 [61]

1. Naar de generale synode vaardigt elke particuliere synode twee dienaren des Woords en twee ouderlingen af, alsook in het artikel 47 [42], lid 1, bedoelde geval een diaken.
2. De hoogleraren van de Theologische Hogeschool en van de theologische faculteit van de Vrije Universiteit zullen overeenkomstig de door de generale synode vastgestelde bepalingen zitting hebben als praeadviserende leden.

Kerkorde GKN (1957) Art. 57

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

d. De generale synode

Artikel
57 [62]

1. De generale synode komt om de twee jaren in de regel beurtelings binnen elk van de ressorten der particuliere synoden in Nederland bijeen.
2. De synode kan haar zittingen verdagen, met dien verstande dat de voortgezette zittingen zich niet mogen uitstrekken over een periode, welke verder gaat dan de tijd, waarop de particuliere synoden, die de afgevaardigden benoemd hebben, opnieuw haar gewone bijeenkomst plegen te houden.

Kerkorde GKN (1957) Art. 58

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

d. De generale synode

Artikel
58 [63]

1. Het oordeel over de vraag, of het nodig is de generale synode te doen samenkomen binnen de twee jaren, staat aan de particuliere synode van welke de roepende kerk deel uitmaakt.
2. De roepende kerk is evenwel tot samenroeping verplicht, indien het verzoek daartoe ingediend wordt door tenminste vijf classes, welke behoren tot tenminste twee particuliere synoden, of door een deputaatschap, dat, ter behandeling van een bepaalde zaak, daartoe door de synode gemachtigd is.

Kerkorde GKN (1957) Art. 59

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

d. De generale synode

Artikel
59 [64]

1. Tot de taak van de generale synode behoort met name de aanwijzing van de door de kerken te gebruiken Bijbelvertaling en de vaststelling van de belijdenisgeschriften, van de kerkorde, van het psalm- en gezangboek, van de liturgische formulieren en van de orde van dienst.
2. De generale synode zal ten aanzien van deze zaken geen definitieve beslissingen nemen, zonder de mindere vergaderingen in de gelegenheid te hebben gesteld van haar gevoelen blijk te geven. Voorts zal een dergelijke beslissing een meerderheid van twee derde der uitgebrachte stemmen behoeven.

Kerkorde GKN (1957) Art. 60

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

d. De generale synode

Artikel
60 [65]

De leden van het moderamen van de generale synode zullen, na de sluiting van haar zittingen, als haar deputaten de kerken vertegenwoordigen of doen vertegenwoordigen in alle gevallen, waarvoor geen andere deputaten aangewezen zijn, en waarin zij dit wenselijk achten, en voorts alles verrichten, wat in de huishoudelijke regeling van de generale synode ten aanzien van hun taak is bepaald, zulks onder verantwoording aan de eerstvolgende synode.

Kerkorde GKN (1957) Art. 61

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

d. De generale synode

Artikel
61 [66]

De taak om onder buitengewone omstandigheden, als in tijden van oorlog, van algemene volksrampen en van grote druk voor de kerk of ook in tijden van grote zegen voor kerk, volk en land, dagen of uren van boete, gebed of dankzegging uit te schrijven alsook om getuigenissen op te stellen, zal de generale synode toevertrouwen aan deputaten, die door haar worden benoemd en wel uit elk van de particuliere synoden in Nederland beurtelings een dienaar des Woords of een ouderling, volgens de door haar vastgestelde regeling.

Kerkorde GKN (1957) Art. 62

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

d. De generale synode

Artikel
62 [67]

1. De generale synode kan, voor het uitvoeren van allerlei besluiten en voor het uitbrengen van adviezen, deputaten benoemen.
2. Deze deputaten ontvangen welomschreven opdrachten van de synode en zijn daaraan gebonden. Zij zullen van hun handelingen rapport uitbrengen aan de eerstvolgende synode, tenzij anders bepaald wordt. Zij zijn verplicht hun uitgaven te houden binnen de grenzen van de hun toegestane bedragen.

Kerkorde GKN (1957) Art. 63

Hoofdstuk III

De vergaderingen van de kerk

III. De meerdere vergaderingen

d. De oecumenische synode

Artikel
63 [69]

1. De kerken zullen met andere kerken van gereformeerde belijdenis, die deze belijdenis handhaven, in gemeenschap treden door op regelmatige tijden bijeen te komen in vergaderingen, die gereformeerde oecumenische synoden worden genoemd.
2. De afgevaardigden naar deze synoden worden benoemd door de generale synode.
3. De generale synode kan zaken van algemene aard, met name die waarbij het belang van Gods koninkrijk in de gehele wereld gemoeid is, aan de oecumenische synode voorleggen.
4. Uitspraken van de oecumenische synoden zullen door de kerken, binnen door de generale synode vast te stellen grenzen, als bindend aanvaard worden.