Kerkorde ’s-Gravenhage (1586) Pv

Particuliere Vragen.

Kerkorde ’s-Gravenhage (1586) Pv 1

Particuliere Vragen.

Artikel
1

Of men de Zondaagse Euangelien prediken zal? Antwoord, Het prediken van de Zondaagse Euangelien zal in de vryheid der Kerken tot de meeste stichtinge staan.

Kerkorde ’s-Gravenhage (1586) Pv 2

Particuliere Vragen.

Artikel
2

Of het niet en dient in de Artikelen van de Kerken-Ordening eenige specificatie te maaken van de zonden, waarom de Excommunicatie behoord gebruikt te worden? Is geantwoord, ’t Onnoodig te zyn, wyl de voornaamste in het Formulier van het Avondmaal uitgedrukt staan.

Kerkorde ’s-Gravenhage (1586) Pv 3

Particuliere Vragen.

Artikel
3

Of men de zonden alzoo mag beschryven op den Predikstoel die bestraffende, dat men den Persoon die misdaan heeft, zynde een Lidmaat der Gemeente, ligtelyk kan kennen, zonder voorgaande vermaaninge? Antwoord, Neen.

Kerkorde ’s-Gravenhage (1586) Pv 4

Particuliere Vragen.

Artikel
4

Is gevraagd advis de Mendacio Officioso, alzoo eenige zulks wilden sustineeren, daar over geschil gereezen was, en meerder authoriteit gerequireert wierde, om vrede te maaken? Is geandwoord, Hoewel deeze questie onnoodig is om gevraagt te worden, ja die geene die ze in twyffel trekken, meer straffe dan antwoord weerdig zyn, nogtans om de onvoorzigtigheid van eenige te bedwingen, zal den Autheurs van deeze vrage voor antwoord gegeeven worden, dat de generaale en ontwyffele regel des woords Gods, De mond die liegt, die dood de Ziel, altyd vast blyft, item dat men geen kwaad doen moet, op dat ’er goed uit voortkoome.

Kerkorde ’s-Gravenhage (1586) Pv 5

Particuliere Vragen.

Artikel
5

Of het geraaden zy dat alle Dienaars en Ouderlingen tot den particulieren Synodum zullen koomen? Antwoord, Neen, maar zal hier gevolgt worden de gemeene Kerken-Ordening daar op gemaakt.

Kerkorde ’s-Gravenhage (1586) Pv 6

Particuliere Vragen.

Artikel
6

Of een Dienaar mag te gelyk een Dienaar en een Medicyn zyn? Gemerkt des woords den geheelen Mensch vereischt, en na de leere des Apostels een krijgsknegt Christi hem niet en behoort te bekommeren met vreemde zaaken, word geantwoord, dat een Dienaar niet kan noch behoord beide ex professo te doen, maar zoo hy de Kranken van zyn eigen Gemeente met raad kan helpen, dat het zelve geschiede zonder gewin, en hier van zal de Classis oordeelen.

Kerkorde ’s-Gravenhage (1586) Pv 7

Particuliere Vragen.

Artikel
7

Is gevraagt, alzoo zeker Persoon door inductie van eenige zyner Vrienden getrouwt heeft, de nagelaatene Weduwe zyns overleeden halven Broeders, daar hy de voorschreeve Weduwe eenen Zoon behouden had, met haar nu geleeft en tyd van vier en twintig jaaren, Kinderen te saamen geprocreëert, in de Gemeente met conniventie opgenoomen, en by het oordeel des Classis getolereert, of dezelve mogen by een blyven, en ten Avondmaale toegelaaten worden? Antwoord, Nadien hier Bloedschande begaan is, Levit. 18 vs. 16 en dienvolgens geen Huwelyk voor God kan gehouden worden, en men tegen het uitgedrukte woord Gods niet kan dispenseeren, behooren de voorschreeve Persoonen tot ruste van haare conscientie haar van malkanderen te onthouden, en tot scheidinge te verstaan eer zy tot den Avondmaal zullen toegelaaten worden, mits dat nochtans de Overheid gebeden worde de Kinderen te legitimeeren, alzoo deeze foute eertyds ter goeder trouwe en in onwetendheid geschied is.

Kerkorde ’s-Gravenhage (1586) Pv 8

Particuliere Vragen.

Artikel
8

Is gevraagt of een Dienaar, die hem altyd in leere en leeven trouwelyk en stigtelyk gedragen heeft, en daar na in Hoerdom eenmaal vervallen is, ter oorzaake van deezen val geheel en ten eenemaal van zynen Dienst behoort afgezet te worden, ofte wel zou mogen in eene andere Provincie getransfereert worden? Antwoord, Dewyl deeze zaak in Vrieslant gebeurt is, word dezelve aan den particulieren Synodum van Vriesland gerefereert, om daar in met discretie naar gelegentheid te handelen.

Kerkorde ’s-Gravenhage (1586) Pv 9

Particuliere Vragen.

Artikel
9

Of men een gedoopt Persoon met een ongedoopte zal mogen trouwen? Antwoord, Dat zulks niet geraaden is, dewyl de ongedoopte Persoon door verwerpinge des Doops niet kan gerekent te worden in het Verbond Gods, en ook zulk een trouw is voor de Gemeente een groote lastering.

Kerkorde ’s-Gravenhage (1586) Pv 10

Particuliere Vragen.

Artikel
10

Of een Overspeeler mag trouwen met de geene waar meede hy overspel begaan heeft? Antwoord, Deeze questie gedisputeert zynde pro et contra, word gelaaten tot decisie van de Rechten.

Kerkorde ’s-Gravenhage (1586) Pv 11

Particuliere Vragen.

Artikel
11

Een Persoon in den Kryg zynde, gehoord hebbende een valsch gerugte van zyner Huisvrouwe dood, heeft trouwe gelooft aan een andere, en met dezelve langen tyd geleeft zonder opentlyk trouwen, niettegenstaande hy naderhand verstond met de waarheid, dat zyne Huisvrouwe noch leefde, en is zoo gebleeven tot zyner Huisvrouwe dood, na  welken hy begeert wettelyk getrouwt te weezen, het welk van de particuliere Francoische Synode afgeslagen zynde, is by de Magistraat toegelaaten en bevestigt geweest, begeerende nu  ten Avondmaal toegelaaten te worden, is de vrage of deze voorschreeve Persooenen voor Echte Lieden zyn te houden, en hoe datze tot den Avondmaal toegelaaten zullen worden? Antwoord, Nadien het Huwelyk by de Magistraat is geauthoriseert, zoo zal het niet gescheiden worden, en zullen de voorsz. Persoonen met schuldbekentenis ten Avondmaal toegelaaten worden.

Kerkorde ’s-Gravenhage (1586) Pv 12

Particuliere Vragen.

Artikel
12

Of een Broeder trouwen mag met de Ondertrouwde zynes overleedenen Broeders? Antwoord, Men zal neerstelyk onderzoeken of zy met malkanderen vleeschelyk geconverseert hebben, indien ja, zoo is de trouw niet geoorlooft, indien neen, zoo is het geoorlooft.

Kerkorde ’s-Gravenhage (1586) Pv 13

Particuliere Vragen.

Artikel
13

Of het niet goed ware de geschiedenissen van deeze Nederlanden te beschryven, en voorts te continueeren, en daar toe iemant te bestemmen? Antwoord, Het zal zeer goed en profytelyk zyn, en zyn eenige Persoonen gedenomineert, die tot dien einde zyn Excell. &c. zullen aangegeeven worden, word ook by deezen allen Kerken en Classen gelast, goede memorie te houden van haare geschiedenissen, ende die neerstiglyk op te schryven om dezelve ter gelegen tyde te zenden in handen van de geene, die gedeputeert zullen zyn tot de beschryvingen der Historien by de hooge Overheid.

Kerkorde ’s-Gravenhage (1586) Pv 14

Particuliere Vragen.

Artikel
14

Of men arbeiden zal de Combinatie der Dorpen af te doen, en dat elke Kerke haaren Dienaar hebbe? Antwoord, Men zal daar toe arbeiden zoo veel het mogelyk is.

Kerkorde ’s-Gravenhage (1586) Pv 15

Particuliere Vragen.

Artikel
15

Of een Kerkenraad een Dienaar mag ontslaan zonder het advis der Gemeente, of ten minsten van de voornaamste derzelve? Antwoord, Men laat het blyven by de Artikelen van de verplaatzinge1).


1) Bij C. is dit artikel: Off een Kercken-raadt magh ontslaan een Dienaer sonder ’t consent ofte advijs der Ghemeijnte, ofte ten minsten der voorneemste der selve, de Ghemeijnte gheheel voor bij ghaande, ende oock teeghen hett consent der Ghemeijnte? Ant. Men laatet blijven bij hett Artijckel van verlaatinge, in de Kercken-ordeninge ghesteldt.

Kerkorde ’s-Gravenhage (1586) Pv 16

Particuliere Vragen.

Artikel
16

Is gevraagt wat middel ’er zy om de Kerken-Ordening te doen effectueeren, en tot eenen voorslag, of het niet goed ware eenen byzonderen Kerkenraad te stellen ex Politicis & Ecclesiasticis, om alle voorvallende zaaken te oordeelen en te effectueeren? Antwoord, Dat voor deezen tyd genoeg is, zyn Excell. te verzoeken, dat hy de geraamde Kerken-Ordening des Synodi wil authoriseeren, en by gewoone middelen doen onderhouden, en zoo daar eenige abuisen voorvallen, zal naar gelegentheid des tyds remedie daar toe mogen gezogt worden.

Kerkorde ’s-Gravenhage (1586) Pv 17

Particuliere Vragen.

Artikel
17

Is voorgesteld zekere questie van een Persoon wiens Vrouw uitzinnig was, en derhalven van den Magistraat scheidinge van Goed en Kinderen gedaan is, doch die geduurende het leeven zyner voornoemde Huisvrouwe tien jaaren met eene andere geleeft, en by dezelve Kinderen geprocreëert heeft, en by den Bailliuw daar over in Regten betrokken zynde, nu na de dood zyner Vrouwe begeert te trouwen, of het geschieden mag? Antwoord, Is goedgevonden, zyn Byzitteresse te trouwen, en evenwel de straffe der Overheid onderworpen te blyven.

Kerkorde ’s-Gravenhage (1586) Pv 18

Particuliere Vragen.

Artikel
18

Es gheproponeerdt van een parsoon  tott Leijden, den welcken de Doopers sijn kindt ende wijff weghghenoomen hadden, ende willen hem sijn kindt niet weedergheeven, t’ en sij datt hij beloove, datt hij ’t niet en sall laaten doopen, ende wordt ghedreijghdt van sijn huusvrouwe, hem gheheel te willen verlaaten etc. Es gheantwoordt, datt de parsoon sick sall addresseeren aanden Hoove Provinciaal van Hollandt omm bij hoogher authoriteijt,  tott voorkoominghe van meerder quaadt, datt uutt sulcke saacken gheschaapen es te koomen, behoorlijcken versien magh werden. Doch verstaat men datt de Magistraat tott Leijden de saacke bij de handt ghenoomen hadde.