Kerkorde Dordrecht (1578) V.

(Cap. V) Van het houwelick

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 78

(Cap. V) Van het houwelick

Artikel
78

1. De houwelicksche ondertrouwe sal gheschieden per verba de presenti,37 dat is met woorden die de teghenwoordighe beloftenisse ende verbindinghe medebrenghen ende uutdrucken sonder conditie ofte uutneminghe.


37 Men maakte onderscheid tussen de verloving (sponsalia de futuro) en de huwelijkssluiting (sponsalia de presenti). De kerk ziet zich in deze tijd geplaatst voor een herordening van het huwelijk. Kerkelijke en politieke onregelmatige toestanden blijken uit een klacht van de part. synode van Noord-Holland over ‛die ongeregeltheyt, die gebruyct wort over die jonghe luyden, die hen byeenvoegen als echte persoonen, nochtans niet geconfirmeert van den dienaeren voersz., hem als beesten aanstellen’. Reitsma/Van Veen, I, blz. 40. Belangrijk is de nota De matrimonialibus, die ter synode gediend heeft. Vgl. L.J. van Apeldoorn, De historische ontwikkeling van het recht omtrent de huwelijkssluiting in Nederland, in: Lustrumbundel Christendom en Historie, Amsterdam 1925, blz. 67-182; L. Brink, De taak van de kerk bij de huwelijkssluiting, Nieuwkoop 1977, blz. 129vv.
Er was een tendens merkbaar, die aan de kerk groter plaats wilde inruimen. De kerken in Engelang willen dat de huwelijksbeloften zullen geschieden in de kerkeraad, ‛daer sulcx sonder preiudicie des Magistraets geschieden kan’. Zij pleiten voor een eigen visie van de kerk op huwelijksgevallen, waarbij men Gode meer moet gehoorzamen dan de mensen. De Waalse kerken benadrukken echter dat men het oordeel over dergelijke kwesties dient over te laten aan de magistraat, waar deze gelovig is geworden. ‛L’article n’appartient qu’aux Eglises soubs la Croix’. De kerkelijke verantwoordelijkheid voor zaken die het openbare leven raken woog hier wel het zwaarst. Overheidsambt en kerkelijke zorg raakten elkaar op dit gebied zeer dikwijls.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 79

(Cap. V) Van het houwelick

Artikel
79

2. De heymelicke beloftenissen sullen van gheener werden sijn, ende die sullen voor heymelick ghehouden worden dewelcke niet in teghenwoordicheyt van twee ofte dry van den vrienden, bloetverwanten ofte ymmers van anderen gheloofwerdighen persoonen aen beyden sijden en sullen ghedaen wesen.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 80

(Cap. V) Van het houwelick

Artikel
80

3. Het soude oock nut ende te wenschen sijn dat, wanneer deselvighe gheschieden, een kerckendienaer ofte ouderlinck daerbij ware, opdat hij den Name des Heeren aengheroepen ende beyde de partijen hares ampts vermaent hebbende, neerstelick mochte ondervraghen of sij yemants anders beloftenisse hebben ghedaen, ende soo een van beyden een lidmaet der kercke is, of de andere partije oock der Religie is toeghedaen, ende voornemelick opdat hij versekert mocht werden van dese navolghende stucken.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 81

(Cap. V) Van het houwelick

Artikel
81

4. Gheen onderjarighen (waervan men de verclaringhe nemen sal uut de rechten ende costumen elckes lants) dewelcke onder de macht harer ouderen ofte derghener die in der ouders plaetse sijn, namelick der mombaren of vooghden, en sullen sonder haer consent belofte van houwelicke moghen doen, ende de houwelicksche beloftenisse anders ghedaen en is van gheender weerde. Dogh soo eenighe hen soo onredelick ende soo onghewillich in deser sake hielden datse gheensins en wilden bewillighen (hetwelcke somwijlen uut haet der Religie ende anderen oorsaken gheschiet) soo sal de kerckenraet besluyten wat hierin te doen staet.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 82

(Cap. V) Van het houwelick

Artikel
82

5. Maer indien beyde partyen ofte een van beyden voorhenen ghehylickt gheweest is, soo sal de doot der eerster partie door wettelicke ghetuyghenisse moeten blijcken.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 83

(Cap. V) Van het houwelick

Artikel
83

6. De onbekende vremdelinghen sullen tot de houwelicksche trouwe niet toeghelaten worden tensij datse door wettlicke ghetuyghenisse doen blijcken datse vrij sijn.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 84

(Cap. V) Van het houwelick

Artikel
84

7. De overheyt sal ghebeden worden datse die houwelicken niet en verbiede (soo vele sulckx na gheleghentheyt der tijden ende plaetsen voeghelick gheschieden kan) in die graden der bloetverwantschap ende maeghschap in denwelcken deselvighe soo door godlicke als door keyserlicke rechten toeghelaten werden.
Maer soo langhe als dit niet verkreghen kan werden, is het beter haren wetten ghehoorsaem te sijn dan in de swaricheden ende erghernissen te vallen die daeruut volghen souden.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 85

(Cap. V) Van het houwelick

Artikel
85

8. De ondertrouwe wettelick ghedaen sijnde, sal oock door beyder partijen bewillighinghe niet ghebroken konnen worden.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 86

(Cap. V) Van het houwelick

Artikel
86

9. De namen derghener die men trouwen sal, sullen op dry sondaghen ofte andersins dry reysen, datter tamelicken tijt tusschen beyden sij, na der predicatie uutgheroepen werden.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 87

(Cap. V) Van het houwelick

Artikel
87

10. De houwelicken sullen vercondicht werden ter plaetsen daer de partijen wonen ofte daerse bekent sijn. Ende soo yemant in een ander plaetse dan daer sijn gheboden afghekondicht sijn ghetrouwt wilde wesen, soo sal hij van den kerckenraet een ghetuyghenisse van sijnen gheboden mitbrenghen.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 88

(Cap. V) Van het houwelick

Artikel
88

11. Deghene teghen der welcker uutroepinghe niet en is ghekoemen, moghen op alle predickdaghen in der ghemeynte tsamenghegheven worden, behalve op den ghemeynen vasten- ende bidtdagh, hetwelcke oock te wenschen ware dat het op den dagh des Avontmaels niet en gheschiede.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 89

(Cap. V) Van het houwelick

Artikel
89

12. Hoewel Paulus den weduwen gheenen sekeren tijt voorschrijft wanneer sij herhylicken moghen, nochtans de wijle hijse vermaent datse in den Heere trouwen sullen, soo en lijdt de eerbaerheyt, ja oock de nootsakelickheyt niet, datse voor vier maenden en half wederom hylicken souden, bijsonder dewijle door keyserlicke rechten haerlieden een rouwejaer, dat is den tijt van neghen maenden voorgheschreven wordt.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 90

(Cap. V) Van het houwelick

Artikel
90

13. De dienaren sullen de partie dien door het overspel van d’ander partye onghelijck gheschiet is, vermanen datse haer versoenen.
Hetwelcke soo sij niet verkrijghen en konnen, sullen sij wel verclaren wat hen door het goddelicke recht toeghelaten sij. Nochtans sullen sij hen onderrichten datse sonder het oordeel ende authoriteyt der overheyt niet herhylicken en moghen.
Ende soo de veronghelijckte partije sodane overicheyt niet bekoemen en konde, soo salse ter sulcker plaetse gaen daerse een overicheyt hebben magh door welckers authoriteyt de sake gheoordeelt worde.

Kerkorde Dordrecht (1578) Art. 91

(Cap. V) Van het houwelick

Artikel
91

14. Wanneer in houwelicksche saken eenighe grooter swaricheyt voorvalt, soo sal de overheyt ghebeden worden datse twee ofte dry van hen verordenen die metten dienaren der classe deselve swalicheyt terneder legghen.