Acta Dordrecht (1574) 23-6-p

Op de vraghe van die van Xijrixee, watmen doen sal met eenen broeder die door de bijwooninghe van eener vrouwe in een huijs quade suspitie van hem gheuende ende hier van vermaent sijnde, nochtans in t’ selue huijs blijft: R. Nademael men hem meermaels broederlicken sal vermaent hebben, soo hij niet hooren en wil, salmen hem vanden Nachtmale afhouden, ende segghen soo hij sich niet en betert dat men hem excommuniceeren sal.