Kerkorde PKN (2004) Ord. 4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4.I.

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel
1-5

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-1-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 1.

Het kerkelijk karakter

Lid
1

De ambtelijke vergaderingen, waaraan de leiding in de kerk is toevertrouwd, verrichten hun werk luisterend naar de Heilige Schrift en in onderlinge saamhorigheid.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-1-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 1.

Het kerkelijk karakter

Lid
2

In de werkwijze van de ambtelijke vergaderingen dienen steeds zowel de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van de ambtsdragers tezamen als ook de bijzondere verantwoordelijkheid van elk van de drie ambten tot hun recht te komen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-2-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 2.

Geheimhouding

Lid
1

Zij die een ambt dragen, zij die een dienst of functie vervullen en zij die vanwege gemeente of kerk een taak vervullen, zijn geheimhouding verplicht ten aanzien van alle zaken die hun in de uitoefening van hun ambt, dienst, functie of taak ter kennis komen en een vertrouwelijk karakter dragen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-2-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 2.

Geheimhouding

Lid
2

Deze geheimhoudingsplicht blijft bestaan nadat hun ambt, dienst, functie of taak is beëindigd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-3-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 3.

Meerdere vergaderingen

Lid
1

Van de kerkenraad worden de andere ambtelijke vergaderingen onderscheiden als meerdere vergaderingen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-3-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 3.

Meerdere vergaderingen

Lid
2

De naar de meerdere vergadering afgevaardigde ambtsdragers handelen zonder last of ruggespraak.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-3-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 3.

Meerdere vergaderingen

Lid
3

De bijeenkomsten van de meerdere vergaderingen zijn openbaar, tenzij de meerdere vergadering besluit een zaak in beslotenheid te behandelen.
De bijeenkomsten van de brede moderamina van de meerdere vergaderingen zijn niet openbaar. Een breed moderamen kan besluiten leden van de kerk op hun verzoek tot een bijeenkomst toe te laten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-4-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 4.

Kerkelijke lichamen

Lid
1

Indien in de orde van de kerk sprake is van kerkelijke lichamen, worden daaronder verstaan de ambtelijke vergaderingen en alle bij ordinantie, generale regeling of overgangsbepaling in het leven geroepen of erkende organen en colleges alsmede alle door ambtelijke vergaderingen of kerkelijke organen en colleges ingestelde vaste of tijdelijke commissies.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-4-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 4.

Kerkelijke lichamen

Lid
2

Bepalingen in regelingen van kerkelijke lichamen die in strijd zijn met hetgeen in de kerkorde en de ordinanties is bepaald, hebben geen kracht. Bepalingen die in strijd komen met hetgeen in de kerkode of de ordinanties wordt bepaald, verliezen op dat moment hun kracht.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-4-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 4.

Kerkelijke lichamen

Lid
3

Een lid van een kerkelijk lichaam verliest het lidmaatschap van dit lichaam op het moment dat dit lid niet langer voldoet aan de eisen die aan het lidmaatschap zijn gesteld.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-5-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 5.

Besluitvorming

Lid
1

In alle kerkelijke lichamen worden besluiten steeds na gemeenschappelijk overleg en zo mogelijk met eenparige stemmen genomen.
Blijkt eenparigheid niet bereikbaar, dan wordt besloten met meerderheid van de uitgebrachte stemmen, waarbij blanco stemmen niet meetellen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-5-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 5.

Besluitvorming

Lid
2

Stemming over zaken geschiedt mondeling tenzij om schriftelijke stemming wordt gevraagd. Staken de stemmen, dan vindt herstemming plaats. Staken de stemmen weer, dan is het voorstel verworpen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-5-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 5.

Besluitvorming

Lid
3

Stemming over personen geschiedt schriftelijk.
Wanneer er niet meer kandidaten zijn dan er verkozen moeten worden, kan mondeling worden gestemd als niemand van de aanwezige leden tegen mondelinge stemming bezwaar maakt.
Indien één kandidaat wordt voorgesteld en de stemmen staken, vindt herstemming plaats. Staken de stemmen weer, dan is de kandidaat niet verkozen.
Indien er meer kandidaten zijn dan er verkozen moeten worden, zijn van hen verkozen diegenen op wie de meeste stemmen zijn uitgebracht en die de meerderheid van de uitgebrachte stemmen hebben behaald, tot het aantal vacatures dat vervuld moet worden.
Indien voor een vacature geen van de kandidaten een meerderheid heeft behaald, vindt een herstemming plaats tussen de twee kandidaten die de meeste stemmen behaalden.
Staken de stemmen, dan vindt herstemming plaats. Staken de stemmen weer, dan beslist het lot.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-5-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

I. Algemeen

Artikel 5.

Besluitvorming

Lid
4

Geen besluiten kunnen worden genomen indien niet ten minste de helft van het aantal leden van het kerkelijk lichaam ter vergadering aanwezig is.
Wanneer in een vergadering het quorum niet aanwezig is kan ten aanzien van een op die vergadering ingediend voorstel een besluit genomen worden op een volgende vergadering die ten minste twee weken later wordt gehouden, ook wanneer dan het quorum niet aanwezig is.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4.II.

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel
6-13

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-6-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 6.

Samenstelling

Lid
1

Elke gemeente heeft een kerkenraad.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-6-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 6.

Samenstelling

Lid
2

De kerkenraad wordt gevormd door de ambtsdragers van de gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-6-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 6.

Samenstelling

Lid
3

Met het oog op de vervulling van de door de kerkenraad te verrichten taken stelt de kerkenraad het aantal ambtsdragers vast met dien verstande dat in de kerkenraad alle ambten aanwezig zijn en wel naast de predikant ten minste twee ouderlingen die niet tevens kerkrentmeerster zijn, twee ouderlingen-kerkrentmeester en drie diakenen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-6-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 6.

Samenstelling

Lid
4

In een gemeente met minder dan 300 leden kan de kerkenraad een kleiner aantal ambtsdragers vaststellen, met dien verstande dat alle ambten aanwezig zijn en in de plaatselijke regeling — met medewerking en goedvinden van het breed moderamen van de classicale vergadering, na in daarvoor in aanmerking komende gevallen de evangelisch-lutherse synode te hebben gehoord — is voorzien op welke wijze de in de ordinanties genoemde taken worden verricht.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-6-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 6.

Samenstelling

Lid
5

Wanneer de helft van het aantal ambtsdragers ontbreekt of buiten functie is, bepaalt het breed moderamen van de classicale vergadering na overleg met de nog functionerende ambtsdragers en na in daarvoor in aanmerking komende gevallen de evangelisch-lutherse synode te hebben gehoord, op welke wijze de in de ordinanties genoemde taken kunnen worden verricht.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-6-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 6.

Samenstelling

Lid
6

De kerkenraad kan bepalen dat en in hoeverre zij die in de gemeente in een bediening zijn gesteld, als adviseur aan de vergaderingen van de kerkenraad deelnemen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-6-7

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 6.

Samenstelling

Lid
7

De kerkenraad kan predikanten die met bijzondere opdracht aan de gemeente verbonden zijn en dienstdoende predikanten die lid zijn van de gemeente benoemen tot lid van de kerkenraad.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-7-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 7.

Arbeidsveld

Lid
1

De kerkenraad heeft tot taak:
- de zorg voor de dienst van Woord en sacramenten;
- het leiding geven aan de opbouw van de gemeente in de wereld;
- de zorg voor de missionaire, diaconale en pastorale arbeid en de geestelijke vorming;
- het vaststellen van het beleidsplan ter zake van het leven en werken van de gemeente;
- het opzicht over de leden van de gemeente voorzover hem dat door de orde van de kerk is opgedragen;
- de zorg voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente;
- het bevorderen ter plaatse van de gemeenschap van de kerken;
- het bespreken van zaken die door de classicale vergadering worden of zijn behandeld;
- het vaststellen van de regelingen ten behoeve van het leven en werken van de gemeente;
- het verrichten van alles wat verder naar de orde van de kerk van hem wordt gevraagd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-7-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 7.

Arbeidsveld

Lid
2

De regelingen ten behoeve van het leven en werken van de gemeente worden vastgesteld en gewijzigd na de leden van de gemeente daarin gekend en daarover gehoord te hebben en na overleg met het college van kerkrentmeesters, het college van diakenen en de organen van de gemeente voorzover een regeling op het functioneren van zulk een college of orgaan rechtstreeks betrekking heeft.
Deze regelingen zijn ten minste:
- de regeling voor de verkiezing van ambtsdragers;
- de regeling voor de wijze van werken van de kerkenraad;
- de regeling voor het beheer van de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente.
Deze regelingen worden na vaststelling of wijziging ter kennisneming toegezonden aan het breed moderamen van de classicale vergadering en in geval van een evangelisch-lutherse gemeente tevens aan de evangelisch-lutherse synodale commissie.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-8-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 8.

Werkwijze

Lid
1

De kerkenraad komt ten minste zes maal per jaar bijeen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-8-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 8.

Werkwijze

Lid
2

De kerkenraad kiest jaarlijks uit zijn midden een moderamen bestaande uit tenminste een preses, een scriba en een assessor. In het moderamen hebben ten minste een predikant, een ouderling, een ouderling-kerkrentmeester en een diaken zitting. Indien de kerkenraad minder dan twaalf leden telt, hebben in het moderamen ten minste een predikant, een ouderling of een ouderling-kerkrentmeester en een diaken zitting.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-8-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 8.

Werkwijze

Lid
3

Het moderamen heeft tot taak het voorbereiden, samenroepen en leiden van de bijeenkomsten van de kerkenraad, de uitvoering van die besluiten van de kerkenraad waarvoor geen anderen aangewezen zijn, en voorts, onder verantwoording aan de kerkenraad, het afdoen van zaken van formele en administratieve aard en van zaken die geen uitstel gedogen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-8-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 8.

Werkwijze

Lid
4

De kerkenraad kan zich in zijn arbeid laten bijstaan door commissies die door hem worden ingesteld en die werken in opdracht van, onder verantwoordelijkheid van en in verantwoording aan de kerkenraad.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-8-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 8.

Werkwijze

Lid
5

De kerkenraad stelt telkens voor een periode van vier jaar een beleidsplan op, na daarover overleg gepleegd te hebben met het college van kerkrentmeesters, het college van diakenen en met alle daarvoor in aanmerking komende organen van de gemeente.
Elk jaar pleegt de kerkenraad met dezelfde colleges en organen overleg over eventuele wijziging van het beleidsplan.
Nadat de kerkenraad het beleidsplan of een wijziging daarvan voorlopig heeft vastgesteld, wordt dit in de gemeente gepubliceerd. De kerkenraad stelt de leden van de gemeente in de gelegenheid hun mening over het beleidsplan of de wijziging kenbaar te maken. Daarna stelt de kerkenraad het beleidsplan of de wijziging vast.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-8-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 8.

Werkwijze

Lid
6

De kerkenraad maakt een regeling voor zijn wijze van werken, waarin in ieder geval wordt geregeld:
het bijeenroepen van zijn vergaderingen, de agendering, de wijze waarop de gemeente wordt gekend en gehoord, de toelating van niet-leden van de kerkenraad tot zijn vergaderingen en het beheer van zijn archieven.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-8-7

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 8.

Werkwijze

Lid
7

De kerkenraad neemt geen besluiten tot het wijzigen van de gang van zaken in de gemeente ten aanzien van:
- het beantwoorden van de doopvragen door doopleden;
- het toelaten van doopleden tot het avondmaal;
- het verlenen van actief en passief kiesrecht aan doopleden;
- de wijze van de verkiezing van ambtsdragers;
- het zegenen van andere levensverbintenissen dan en huwelijk van man en vrouw;
en ter zake van:
- de aanduiding van de naam van de gemeente;
- het voortbestaan van de gemeente;
- het aangaan van een samenwerkingsverband met een andere gemeente;
- de plaats van samenkomst van de gemeente;
- het verwerven, ingrijpend verbouwen, afbreken, verkopen of op andere wijze vervreemden van een kerkgebouw;
zonder de leden van de gemeente daarin gekend en daarover gehoord te hebben.
Het kennen en horen dient in elk geval plaats te vinden in de vorm van een beraad in de gemeente indien het beraad in de desbetreffende ordinantie is voorgeschreven.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-9-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 9.

Wijkkerkenraden en algemene kerkenraad

Lid
1

Elke wijkgemeente heeft een wijkkerkenraad.
Een gemeente met wijkgemeenten heeft naast wijkkerkenraden een algemene kerkenraad.
Op de wijkkerkenraad en de algemene kerkenraad zijn de artikelen 6 tot en met 8 van overeenkomstige toepassing.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-9-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 9.

Wijkkerkenraden en algemene kerkenraad

Lid
2

Elke wijkkerkenraad wijst aan de hand van een door de algemene kerkenraad op te stellen rooster uit zijn midden een of meer leden voor de algemene kerkenraad aan, met dien verstande dat in de algemene kerkenraad ten minste twee predikanten, vijf ouderlingen, van wie er twee tevens kerkrentmeester zijn, en drie diakenen zitting hebben. Wanneer de algemene kerkenraad meer leden telt, dient de verdeling van de zetels over de ambten zoveel mogelijk dezelfde verhouding aan te houden.
Ambtsdragers met een bepaalde opdracht kunnen boventallig door de algemene kerkenraad aangewezen worden uit de ambtsdragers van de gemeente of verkozen worden uit de stemgerechtigde leden van de gemeente, met dien verstande dat het aantal boventallige leden ten hoogste een derde deel is van het totaal aantal leden van de algemene kerkenraad.
Indien preses en/of scriba als boventallige leden verkozen worden door de algemene kerkenraad blijven zij, in afwijking van het bepaalde artikel 8-2 gedurende hun gehele ambtstermijn in functie.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-9-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 9.

Wijkkerkenraden en algemene kerkenraad

Lid
3

Ter bespreking van de voor de gehele gemeente van belang zijnde aangelegenheden roept de algemene kerkenraad een vergadering van alle ambtsdragers van de gemeente bijeen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-9-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 9.

Wijkkerkenraden en algemene kerkenraad

Lid
4

De verdeling van de taken en bevoegdheden over enerzijds de algemene kerkenraad en anderzijds de wijkkerkenraden wordt aangegeven in een door de algemene kerkenraad in overleg met de wijkkerkenraden vast te stellen regeling, met dien verstande dat de taken en bevoegdheden van de wijkkerkenraden alles omvatten wat tot de taken en bevoegdheden van de kerkenraad behoort, met uitzondering van datgene wat nadrukkelijk wordt toevertrouwd aan de algemene kerkenraad, waaronder, voor zover in de orde van de kerk niet anders is bepaald:
- het overleg met de wijkkerkenraden over de taak en de samenwerking van de delen in het geheel van de gemeente en de uitvoering van het werk dat in dat overleg aan de algemene kerkenraad wordt toevertrouwd;
- het treffen van voorzieningen ten behoeve van de gemeente in haar geheel, waar dat nodig is om recht te doen aan de binnen de gemeente voorkomende kerkelijke verscheidenheid;
- de vermogensrechtelijke aangelegenheden;
- datgene wat te maken heeft met de rechtspositie van de predikanten en de gesalarieerde medewerkers.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-10-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 10.

De kerkenraad met werkgroepen

Lid
1

De kerkenraad kan onder behoud van zijn uiteindelijke verantwoordelijkheid een deel van zijn taak toevertrouwen aan zijn breed moderamen, hierna te noemen de kleine kerkenraad, met een aantal door hem in te stellen werkgroepen, hierna te noemen sectieteams en taakgroepen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-10-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 10.

De kerkenraad met werkgroepen

Lid
2

De kerkenraad, waarvan alle ambtsdragers deel uitmaken, komt in afwijking van het in artikel 8-1 bepaalde ten minste vier maal per jaar bijeen ter vaststelling van het algemene beleid.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-10-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 10.

De kerkenraad met werkgroepen

Lid
3

De kleine kerkenraad wordt gevormd door het moderamen van de kerkenraad, de predikanten en een aantal ouderlingen en diakenen die in de regel tevens deel uitmaken van een sectieteam of een taakgroep.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-10-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 10.

De kerkenraad met werkgroepen

Lid
4

Elk sectieteam en elke taakgroep bestaat uit een of meer ambtsdragers van wie er ten minste één lid is van de kleine kerkenraad, alsmede uit een aantal andere leden van de gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-10-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 10.

De kerkenraad met werkgroepen

Lid
5

Een sectieteam werkt ten behoeve van een geografisch begrensd deel van de gemeente dan wel een bepaalde groep gemeenteleden; een taakgeroep legt zich toe op het verrichten van een bepaalde taak in de gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-10-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 10.

De kerkenraad met werkgroepen

Lid
6

De kleine kerkenraad, de sectieteams en de taakgroepen werken binnen het beleid van de kerkenraad inzake het gehele leven en werken van de gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-10-7

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 10.

De kerkenraad met werkgroepen

Lid
7

De verdeling van taken en bevoegdheden over enerzijds de kerkenraad en anderzijds de kleine kerkenraad, de sectieteams en de taakgroepen wordt aangegeven in een door de kerkenraad na overleg met de kleine kerkenraad, de sectieteams en de taakgroepen vast te stellen regeling met dien verstande dat
a. aan de kerkenraad wordt toevertrouwd:
- de algemene leiding aan de opbouw van de gemeente in de wereld;
- de zorg voor de dienst van Woord en sacramenten;
- het nemen van de besluiten als genoemd in artikel 8-7;
- het vaststellen van het beleidsplan ter zake van het leven en werken van de gemeente;
- het vaststellen van de begrotingen en de jaarrekeningen;
- het beroepen van de predikanten en het leiding geven aan de daaraan voorafgaande verkiezing;
- het leiding geven aan de verkiezing van de ouderlingen en de diakenen als bedoeld in ordinantie 3-6 en de benoeming van de kerkrentmeesters die geen ouderling zijn, met dien verstande dat de kerkenraad van geval tot geval de uitvoering van deze taak kan opdragen aan de kleine kerkenraad;
- het opzicht over de leden van de gemeente voor zover dat door de orde van de kerk is opgedragen aan de kerkenraad;
- het aanwijzen van afgevaardigden naar de classicale vergadering;
- het vaststellen van de plaatselijke regelingen als bedoeld in artikel 7-2;
b. aan de kleine kerkenraad wordt toevertrouwd:
- het toetsen van het werk van de sectieteams en de taakgroepen aan het door de kerkenraad vastgestelde beleidsplan;
- de instelling van de sectieteams en de taakgroepen en de benoeming van de leden daarvan;
- het vaststellen van de instructies van de sectieteams en de taakgroepen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-10-8

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 10.

De kerkenraad met werkgroepen

Lid
8

In dit artikel kan in plaats van kerkenraad ook wijkkerkenraad of algemene kerkenraad worden gelezen met inachtneming van het in artikel 9-4 bepaalde ten aanzien van de verhouding tussen de algemene kerkenraad en de wijkkerkenraden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-11-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 11.

Gemeenschappelijke regeling

Lid
1

Een kerkenraad, college van kerkrentmeester of college van diakenen is bevoegd om tezamen met een kerkenraad, college van kerkrentmeesters respectievelijk college van diakenen van een of meer andere gemeenten een gemeenschappelijke regeling te treffen, waarbij taken en bevoegdheden van de betrokken kerkenraden of colleges worden overgedragen aan een door de desbetreffende kerkenraden of colleges uit hun midden in te stellen gezamenlijke commissie.
Voor een besluit van een college van kerkrentmeesters of van diakenen tot het treffen van een gemeenschappelijke regeling is voorafgaande instemming van de kerkenraad vereist.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-11-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 11.

Gemeenschappelijke regeling

Lid
2

Van de in lid 1 bedoelde bevoegdheid kan uitsluitend gebruik gemaakt worden indien de desbetreffende taak beter gemeenschappelijk met andere gemeenten kan worden verricht.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-11-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 11.

Gemeenschappelijke regeling

Lid
3

De vaststelling van een zodanige gemeenschappelijke regeling kan alleen plaatsvinden met medewerking en goedvinden van de classicale vergadering.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-11-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 11.

Gemeenschappelijke regeling

Lid
4

Beëindiging van de gemeenschappelijke regeling door een of meer van de betrokkenen is alleen mogelijk indien voorzien is in een regeling van de gevolgen van deze beëindiging. Op het besluit tot beëindiging is het bepaalde in lid 1 en 3 van overeenkomstige toepassing.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-12-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 12.

Consulent en vervanging

Lid
1

De kerkenraad wordt bijgestaan door een predikant als consulent indien
- er aan de gemeente of de wijkgemeente geen predikant voor gewone werkzaamheden verbonden is;
- de predikant ten gevolge van ziekte gedurende een periode van meer dan twee maanden verhinderd is de ambtelijke werkzaamheden te verrichten;
- de predikant op grond van ordinantie 3-19 vrijstelling van werkzaamheden is verleend;
- de predikant op grond van een beslissing in het kader van ordinantie 10 niet bevoegd is het ambt te vervullen dan wel de ambtelijke bevoegdheden uit te oefenen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-12-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 12.

Consulent en vervanging

Lid
2

De kerkenraad kan op zijn verzoek ook in andere gevallen waarin de predikant afwezig is of verhinderd is de ambtelijke werkzaamheden te verrichten, worden bijgestaan door een predikant als consulent, zulks ter beoordeling van het breed moderamen van de classicale vergadering respectievelijk van het ringverband dat de consulent aanwijst.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-12-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 12.

Consulent en vervanging

Lid
3

De consulent maakt met de kerkenraad een afspraak over de te verrichten werkzaamheden. De consulent wordt uitgenodigd voor de vergaderingen van de kerkenraad en zijn moderamen en heeft in de vergaderingen van de kerkenraad en het moderamen een adviserende stem.

Ordinanties PKN (2004) 4-12-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 12.

Consulent en vervanging

Lid
4

Bij het beroepen van een predikant begeleidt de consulent het beroepingswerk.
Bij het beroepen van een predikant door een evangelisch-lutherse gemeente wordt het beroepingswerk evenwel begeleid door de president van de evangelisch-lutherse synode of een door deze aan te wijzen plaatsvervanger die als consulent fungeert.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-13-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

II. De kerkenraad

Artikel 13.

Kerkenraad met gedelegeerden

Lid
1

De generale synode is bevoegd op verzoek van het breed moderamen van de classicale vergadering, indien het functioneren van de kerkenraad zodanig is verstoord dat daardoor het leven en werken in een gemeente worden ontwricht en indien toepassing van andere kerkordelijke mogelijkheden niet toereikend is of niet tot een oplossing heeft geleid, om gedurende een tijdvak van telkens ten hoogste twee jaar de taken van de kerkenraad die niet achterwege kunnen blijven geheel of gedeeltelijk te doen verrichten door een aantal door de generale synode uit de ambtsdragers of voormalige ambtsdragers van de kerk aan te wijzen gedelegeerden, die daarbij handelen na overleg met de kerkenraad.
Een besluit daartoe kan eerst worden genomen
- nadat op het breed moderamen een beroep is gedaan door een deel van de kerkenraad of door een deel van de gemeente,
- na overleg met het regionale college voor de visitatie dat tevoren de kerkenraad en de gemeente hoort, en
- waar het een evangelisch-lutherse gemeente betreft bovendien na overleg met de evangelisch-lutherse synodale commissie.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4.III.

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel
14-21

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-14-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 14.

Samenstelling

Lid
1

De classicale vergadering wordt gevormd door de afgevaardigde ambtsdragers van de tot de classis behorende gemeenten.
De afgevaardigden worden aangewezen door de kerkenraden.
Vanuit de gemeenten met wijkgemeenten geschiedt de afvaardiging door de wijkkerkenraden.
De classicale vergadering wijst tevens twee leden aan uit de predikanten met bijzondere opdracht en predikanten in algemene dienst die aan een tot de classis behorende gemeente of aan de classis verbonden zijn, dan wel lid zijn van een tot de classis behorende gemeente.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-14-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 14.

Samenstelling

Lid
2

Elke kerkenraad of wijkkerkenraad vaardigt uit zijn midden twee ambtsdragers af. Bij toepassing van artikel 6-4 kan in de plaatselijke regeling worden vastgesteld dat de kerkenraad uit zijn midden één ambtsdrager afvaardigt.
De afgevaardigden worden aangewezen voor vier jaar.
Elk jaar treedt een vierde van het aantal leden van de classicale vergadering af.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-14-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 14.

Samenstelling

Lid
3

De afvaardiging geschiedt aan de hand van een door het breed moderamen van de classicale vergadering op te stellen rooster dat voor elke kerkenraad aangeeft wanneer hij een predikant, een ouderling, een diaken of een ouderling die tevens kerkrentmeester is, dient af te vaardigen. Dit rooster wordt zo opgesteld, dat per tien ambtsdragers er ten naaste bij drie predikanten, twee ouderlingen die niet tevens kerkrentmeester zijn, drie diakenen en twee ouderlingen die tevens kerkrentmeester zijn, van de classicale vergadering deel uitmaken.
Kerkenraden die een predikant dienen af te vaardigen, vaardigen zolang er geen predikant voor gewone werkzaamheden aan de gemeente verbonden is, hetzij een ouderling die niet tevens kerkrentmeester is, hetzij de consulent indien deze niet door een andere kerkenraad is afgevaardigd, naar de classicale vergadering af.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-14-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 14.

Samenstelling

Lid
4

De kerkenraden wijzen naast elke afgevaardigde een secundus aan die aan dezelfde vereisten voldoet als de primus en die bij verhindering of ontstentenis van deze als primus fungeert. Kerkenraden van gemeenten waaraan één predikant voor gewone werkzaamheden verbonden is en die aan de beurt zijn een predikant af te vaardigen, wijzen naast deze een ouderling die niet tevens kerkrentmeester is, als secundus aan.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-14-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 14.

Samenstelling

Lid
5

Ambtsdragers die niet zijn afgevaardigd, kunnen door de classicale vergadering worden toegelaten als adviserende leden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-14-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 14.

Samenstelling

Lid
6

De classicale vergadering bepaalt in haar regeling voor haar wijze van werken wie, naast de afgevaardigden van de classicale vergadering naar de generale synode, als adviseurs aan de beraadslagingen van de classicale vergadering deelnemen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-15-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 15.

Arbeidsveld

Lid
1

De classicale vergadering heeft tot taak:
- het leiding geven aan het leven en werken van de classis op haar verschillende arbeidsvelden en het ter hand nemen van al wat het kerkelijk leven in de classis kan bevorderen;
- het vaststellen van het beleidsplan ter zake van het leven en werken van de classis en het meewerken aan het totstandkomen van het activiteitenplan betreffende de dienstverlening ten behoeve van de opbouw van de gemeenten;
- het gestalte geven aan de verantwoordelijkheid van de gemeenten voor elkaar, onder meer door het stimulieren en zelf voeren van het kerkelijk gesprek en het op andere wijze bevorderen van de saamhorigheid van de gemeenten;
- het bevorderen van de saamhorigheid en de gezamenlijke bezinning van de predikanten door hen samen te brengen in werkgemeenschappen;
- het erop toezien dat de gemeenten haar roeping en taak nakomen, het advies en hulp bieden aan de kerkenraden, het vaststellen van de grenzen tussen de plaatselijke gemeenten in het ressort van de classis;
- het behandelen van de verslagen van de algemene classicale vergadering, het uitspreken jegens de generale synode van wat er leeft in de kerkenraden en de gemeenten die tot de classis behoren, het geven van consideraties over haar door de generale synode voorgelegde vragen van belijden en kerkorde, het behandelen van de verslagen van haar afgevaardigden naar de generale synode;
- het verrichten van alles wat verder naar de orde van de kerk van haar wordt gevraagd
en — met inachtneming van het overigens in de ordinanties bepaalde — in samenwerking met andere classicale vergaderingen in de algemene classicale vergadering
- het adviseren en het toerusten van de gemeenten;
- de kerkvisitatie;
- het opzicht;
- de behandeling van beheerszaken en
- de behandeling van bezwaren en geschillen.
De classicale vergadering doet bij de vervulling van haar opdracht recht aan de binnen de classis voorkomende kerkelijke verscheidenheid.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-15-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 15.

Arbeidsveld

Lid
2

De afgevaardigden naar de classicale vergadering brengen verslag uit aan de kerkenraden over hetgeen door de classicale vergadering is gedaan.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-16-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 16.

Werkwijze

Lid
1

De classicale vergadering komt ten minste drie maal per jaar bijeen.
Voorts komt zij bijeen in buitengewone zitting op verzoek van ten minste vijf kerkenraden uit de classis of op verzoek van de generale synode, aan welk verzoek binnen zes weken nadat het verzoek is binnengekomen, gevolg moet worden gegeven.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-16-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 16.

Werkwijze

Lid
2

De classicale vergadering kiest jaarlijks op de eerste bijeenkomst van het kalenderjaar onder leiding van de oudste van de aanwezige afgevaardigde predikanten uit haar midden een moderamen, bestaande uit ten minste een preses, een scriba en een assessor, met dien verstande dat in elk geval een predikant deel uitmaakt van het moderamen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-16-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 16.

Werkwijze

Lid
3

Preses en scriba kunnen, in afwijking van het bepaalde in lid 2, gekozen worden uit de ambtsdragers uit de classis, waarbij het bepaalde in ordinantie 3-7-3 van overeenkomstige toepassing is. Zij hebben dan in de classicale vergadering en in haar breed moderamen een adviserende stem.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-16-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 16.

Werkwijze

Lid
4

Het moderamen heeft tot taak het voorbereiden, samenroepen en leiden van de bijeenkomsten van de classicale vergadering en haar breed moderamen, het opmaken van een aan de kerkenraden toe te zenden verslag van de bijeenkomsten van de classicale vergadering, het uitvoeren van die besluiten van de classicale vergadering en haar breed moderamen waarvoor geen anderen aangewezen zijn, en voorts, onder verantwoordelijkheid aan het breed moderamen, het afdoen van zaken van formele en administratieve aard en van zaken die geen uitstel gedogen.
Het moderamen brengt regelmatig rapport van zijn werkzaamheden uit aan het breed moderamen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-16-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 16.

Werkwijze

Lid
5

In dezelfde bijeenkomst waarin de moderamenleden worden gekozen, wordt op dezelfde wijze voor de tijd van een jaar een aantal andere leden van de classicale vergadering gekozen die met het moderamen het breed moderamen vormen.
Het breed moderamen wordt zo samengesteld dat per tien ambtsdragers er ten naaste bij drie predikanten, twee ouderlngen die niet tevens kerkrentmeester zijn, drie diakenen en twee ouderlingen die tevens kerkrentmeester zijn, van het breed moderamen deel uitmaken.
Ten behoeve van de vergaderingen van het breed moderamen wordt voor elk lid daarvan uit de classicale vergadering een secundus gekozen die aan dezelfde vereisten voldoet als de primus en die bij verhindering of ontstentenis van deze als primus fungeert.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-16-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 16.

Werkwijze

Lid
6

Het breed moderamen is belast met:
- het in naam van en in verantwoording aan de classicale vergadering leiding geven aan en coördineren van de arbeid van de organen van bijstand van de classicale vergadering;
- het regelen van de waarneming van het werk van de predikant in die tot de classis behorende gemeenten en wijkgemeenten waaraan geen predikant verbonden is, met inbegrip van het aanwijzen van een consulent voor elk van die gemeenten, voorzover een en ander niet opgedragen is aan een ringverband en
- het verrichten van wat naar de orde van de kerk aan de classicale vergadering is opgedragen, voorzover dat hem door de classicale vergadering wordt gedelegeerd.
Het breed moderamen brengt jaarlijks verslag uit aan de classicale vergadering van zijn werkzaamheden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-16-7

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 16.

Werkwijze

Lid
7

De classicale vergadering en haar breed moderamen kunnen zich in hun arbeid laten bijstaan door commissies die door de classicale vergadering worden ingesteld en werken in opdracht van, onder verantwoordelijkheid van en in verantwoording aan de classicale vergadering.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-16-8

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 16.

Werkwijze

Lid
8

De classicale vergadering maakt een regeling voor haar wijze van werken waarin in ieder geval worden geregeld: het bijeenroepen van haar vergaderingen en die van haar breed moderamen, de agendering, de voorbereiding en de wijze van de verkiezing van de leden van het moderamen en het breed moderamen, de voorzieningen die getroffen worden voor de archieven, en de controle van alle financiële handelingen door of namens haar uitgevoerd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-17-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 17.

Ringverbanden

Lid
1

De classicale vergadering kan op verzoek van een aantal kerkenraden of wijkkerkenraden de betrokken gemeenten samenbrengen in een ringverband.
De classicale vergadering kan ook een gemeente of wijkgemeente die behoort tot een aangrenzendde classis, in zulk een ringverband opnemen wanneer daarom wordt verzocht door haar kerkenraad of wijkkerkenraad en met goedvinden van de betrokken classicale vergadering.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-17-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 17.

Ringverbanden

Lid
2

De in een ringverband samenwerkende gemeenten komen bijeen tot onderlinge opbouw, onder meer door zich gezamenlijk  te bezinnen op in deze gemeenten levende vragen met betrekking tot het leven en werken van de kerk en de gemeenten.
Wanneer een ringverband zijn overwegingen ten aanzien van vragen van belijdenis en kerkorde die door de generale synode aan de classicale vergadering ter consideratie zijn voorgelegd, kenbaar wenst te maken, brengt het deze overwegingen ter bespreking in in de classicale vergadering.
Tevens heeft het ringverband tot taak de regeling van de waarneming van het werk van de predikant in die tot het ringverband behorende gemeenten of wijkgemeenten waaraan geen predikant verbonden is, met inbegrip van het aanwijzen van een consulent voor elk van die gemeenten.
Het ringverband brengt jaarlijks verslag uit aan de classicale vergadering van zijn werkzaamheden. In dit verslag is opgenomen een verantwoording van de inkomsten en uitgaven van het ringverband.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-17-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 17.

Ringverbanden

Lid
3

Het ringverband maakt een regeling voor zijn wijze van werken, waarin in ieder geval wordt geregeld: de samenstelling van zijn vergadering, het bijeenroepen van zijn vergaderingen, de leiding van zijn vergaderingen, de agendering en de verdeling van de gemaakte kosten over de in het ringverband samenwerkende gemeenten en wijkgemeenten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-18-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 18.

Werkgemeenschappen van predikanten

Lid
1

De predikanten die werkzaam of woonachtig zijn binnen een door de classicale vergadering aangewezen gebied vormen samen een werkgemeenschap.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-18-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 18.

Werkgemeenschappen van predikanten

Lid
2

Deze werkgemeenschap heeft in het bijzonder tot taak:
- de onderlinge opbouw van het geestelijk leven van haar leden met het oog op het werk waarmee zij zijn belast;
- het bevorderen van pastorale zorg voor haar leden;
- de bezinning op de versterking van het geestelijk leven van de gemeenten en het uitwisselen van de daaromtrent opgedane ervaringen;
- de gezamenlijke bestudering van themata die voor het werk van de predikant van belang zijn.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-19-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 19.

Samenwerking in algemene classicale vergaderingen

Lid
1

De classicale vergaderingen in een door de kleine synode aangewezen regio werken samen in een algemene classicale vergadering voor haar arbeid betreffende
- de dienstverlening ten behoeve van de opbouw van de gemeenten,
alsmede betreffende
- de kerkvisitatie;
- het opzicht;
- de behandeling van beheerszaken en
- de behandeling van bezwaren en geschillen.
De algemene classicale vergadering werkt mee aan het totstandkomen van het door de generale synode vast te stellen beleidsplan inzake de dienstenorganisatie. Tevens stelt zij het activiteitenplan vast inzake de dienstverlening ten behoeve van de opbouw van de gemeenten, nadat de classicale vergaderingen zijn gehoord. Zij blijft daarbij binnen het door de generale synode vastgestelde beleid inzake de dienstenorganisatie.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-19-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 19.

Samenwerking in algemene classicale vergaderingen

Lid
2

De leden van een algemene classicale vergadering worden aangewezen door de classicale vergaderingen die in die algemene classicale vergadering samenwerken.
De evangelisch-lutherse synode kan bovendien een of twee evangelisch-lutherse ambtsdragers die wonen binnen het ressort van een algemene classicale vergadering, tot lid van deze algemene classicale vergadering aanwijzen.
Elke classicale vergadering wijst volgens een door het moderamen van de algemene classicale vergadering op te stellen rooster uit haar midden voor de tijd van vier jaar twee leden van de algemene classicale vergadering aan. Dit rooster wordt zo opgesteld, dat per tien ambtsdragers er ten naaste bij drie predikanten, twee ouderlingen die niet tevens kerkrentmeester zijn, drie diakenen en twee ouderlingen die tevens kerkrentmeester zijn, van de algemene classicale vergadering deel uitmaken.
Voor elk lid van de algemene classicale vergadering wordt een secundus aangewezen die aan dezelfde vereisten voldoet als de primus en die bij verhindering of ontstentenis van deze als primus fungeert.
Elk jaar treedt een vierde van het aantal leden van de algemene classicale vergadering af.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-19-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 19.

Samenwerking in algemene classicale vergaderingen

Lid
3

De algemene classicale vergadering kiest jaarlijks op de eerste bijeenkomst van het kalenderjaar onder leiding van de oudste van de aanwezige afgevaardigde predikanen uit haar midden een moderamen, bestaande uit ten minste een preses, een scriba en een assessor, met dien verstand dat in elk geval een predikant deel uitmaakt van het moderamen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-19-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 19.

Samenwerking in algemene classicale vergaderingen

Lid
4

Preses en scriba kunnen, in afwijking van het bepaalde in lid 3, gekozen worden uit de ambtsdragers die wonen in het ressort van de algemene classicale vergadering, waarbij het bepaalde in ordinantie 3-7-3 van overeenkomstige toepassing is. Zij hebben dan in de algemene classicale vergadering een adviserende stem.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-19-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 19.

Samenwerking in algemene classicale vergaderingen

Lid
5

Het moderamen heeft tot taak het voorbereiden, samenroepen en leiden van de bijeenkomsten van de algemene classicale vergadering, het uitvoeren van die besluiten van de algemene classicale vergadering waarvoor geen anderen aangewezen zijn en voorts, onder verantwoording aan de algemene classicale vergadering, het afdoen van zaken van formele en administratieve aard en zaken die geen uitstel gedogen.
De algemene classicale vergadering maakt een regeling voor haar wijze van werken waarin in ieder geval worden geregeld: het bijeenroepen van haar vergaderingen, de agendering, de voorzieningen die getroffen worden voor de archieven, en de controle van alle financiële handelingen door of namens haar uitgevoerd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-19-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 19.

Samenwerking in algemene classicale vergaderingen

Lid
6

De algemene classicale vergadering laat zich bijstaan door de regionale raad van advies voor de dienstverlening ten behoeve van de opbouw van de gemeenten.
De leden van de regionale raad van advies voor de dienstverlening worden benoemd door de algemene classicale vergadering uit de leden van de kerk die wonen in het ressort van de algemene classicale vergadering, nadat de classicale vergaderingen in de gelegenheid gesteld zijn aanbevelingen te doen.
Zij worden benoemd voor de tijd van vier jaar en kunnen eenmaal voor een aansluitende periode van vier jaar worden herbenoemd.
De algemene classicale vergadering wijst de voorzitter en de secretaris van de regionale raad van advies aan.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-19-7

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 19.

Samenwerking in algemene classicale vergaderingen

Lid
7

De regionale raad van advies heeft tot taak het adviseren van de algemene classicale vergadering en van het regionale dienstencentrum inzake de dienstverlening ten behoeve van de opbouw van de gemeenten.
Hij werkt in opdracht van, onder verantwoordelijkheid van en in verantwoording aan de algemene classicale vergadering.
De regionale raad is bevoegd subcommissies in te stellen die werken onder zijn verantwoordelijkheid.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-19-8

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 19.

Samenwerking in algemene classicale vergaderingen

Lid
8

Ten behoeve van haar arbeid maakt de algemene classicale vergadering gebruik van een regionaal dienstencentrum dat door de generale synode voor het werk in het ressort van de algemene classicale vergadering wordt onderhouden.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-19-9

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 19.

Samenwerking in algemene classicale vergaderingen

Lid
9

De algemene classicale vergadering brengt verslag uit aan de classicale vergaderingen die het regionaal verband vormen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-20-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 20.

Regionale colleges

Lid
1

De kerk kent voor het werk van de kerk in een door de kleine synode aangewezen regio
- het regionale college voor de visitatie en
- het regionale college voor de behandeling van beheerszaken
alsmede
- het regionale college voor het opzicht en
- het regionale college voor de behandeling van bezwaren en geschillen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-20-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 20.

Regionale colleges

Lid
2

Tenzij in de orde van de kerk anders is aangegeven, worden de leden van de regionale colleges benoemd door de algemene classicale vergadering uit de leden van de kerk. Zij worden benoemd voor de tijd van vier jaar en kunnen eenmaal voor een aansluitende periode van vier jaar worden herbenoemd.
De algemene classicale vergadering wijst de voorzitter van een regionaal college aan.
Elk regionaal college brengt perodiek verslag van zijn werkzaamheden uit aan de algemene classicale vergadering.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-21-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 21.

Les Eglises Wallonnes

Lid
1

De Waalse gemeenten komen samen in een classicale vergadering, de Réunion Wallonne genaamd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-21-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 21.

Les Eglises Wallonnes

Lid
2

De Réunion Wallonne heeft een breed moderamen dat onder de naam Commission Wallonne alles verricht wat in de ordinanties wordt opgedragen aan het breed moderamen van de classicale vergadering.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-21-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 21.

Les Eglises Wallonnes

Lid
3

De Réunion Wallonne werkt met een aantal classicale vergaderingen samen in een van de algemene classicale vergaderingen en is bevoegd met medewerking van de algemene classicale vergadering voor de behandeling van beheerszaken van de Waalse gemeenten een college in te stellen, waarvan de leden door haar worden benoemd. Dit college doet jaarlijks verslag aan de algemene classicale vergadering.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-21-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 21.

Les Eglises Wallonnes

Lid
4

De visitatie in de Waalse gemeenten vindt plaats door de door de Réunion Wallonne volgens ordinantie 10-3-1 benoemde visitatoren.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-21-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 21.

Les Eglises Wallonnes

Lid
5

De Réunion Wallonne is bevoegd eigen voorzieningen te treffen ten behoeve van de eredienst in de Waalse gemeenen inzake de bijbelvertaling, het psalm- en gezangboek en de orden van dienst.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-21-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

III. De classicale vergadering

Artikel 21.

Les Eglises Wallonnes

Lid
6

De Réunion Wallonne vaardigt één ambtsdrager naar de generale synode af.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4.IV.

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel
22-24

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-22-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 22.

Samenstelling

Lid
1

De leden van de evangelisch-lutherse synode worden gekozen uit en door hen die zijn opgenomen in het register van evangelisch-lutherse leden van de kerk.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-22-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 22.

Samenstelling

Lid
2

De evangelisch-lutherse synode bestaat uit zesendertig leden, te weten twaalf predikanten en vierentwinig niet-predikanten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-22-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 22.

Samenstelling

Lid
3

De leden van de evangelisch-lutherse synode worden allen tegelijkertijd gekozen voor de tijd van vier jaar.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-22-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 22.

Samenstelling

Lid
4

Naast de leden van de evangelisch-lutherse synode worden als hun plaatsvervangers zes predikanten en twaalf niet-predikanten gekozen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-22-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 22.

Samenstelling

Lid
5

De verkiezing geschiedt volgens een door de evangelisch-lutherse synode vast te stellen en bij de regeling voor haar wijze van werken behorende, afzonderlijke regeling voor de verkiezing van de leden van de synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-22-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 22.

Samenstelling

Lid
6

Als adviseurs nemen volgens de regeling voor de wijze van werken van de evangelisch-lutherse synode aan de beraadslagingen van de evangelisch-lutherse synode deel de hoogleraren van het evangelisch-luthers seminarium, een daartoe aangewezen kerkmusicus, een van de leden van elk van de organen van bijstand van de synode, de afgevaardigden van de synode naar de generale synode en de afgevaardigden van de evangelisch-lutherse synode naar de assemblee en de andere bestuursorganen van de Lutherse Wereld Federatie, voorzover zij niet reeds deel uitmaken van de evangelisch-lutherse synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-23-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 23.

Arbeidsveld

Lid
1

De evangelisch-lutherse synode heeft tot taak:
- het zorg dragen voor het bewaren en aan de gehele kerk dienstbaar maken van de lutherse traditie;
- het leiding geven aan het leven en werken van de evangelisch-lutherse gemeenten tezamen en het onderhouden van contact met de evangelisch-lutherse gemeenten en de evangelisch-lutherse leden van de kerk, onder meer door
 - het periodiek bijeenroepen van een gezamenlijke vergadering;
 - het begeleiden en versterken van levende evangelisch-lutherse gemeenschappen;
 - het direct betrokken zijn bij het beroepingswerk van een evangelisch-lutherse gemeente, zoals geregeld in ordinantie 3-3;
- het zorg dragen voor de toerusting van de evangelisch-lutherse leden van de kerk alsmede het bijdragen aan de toerusting van de leden van de kerk inzake de evangelisch-lutherse traditie;
- het vaststellen van het beleidsplan ter zake van de arbeid van de evangelisch-lutherse synode;
- de zorg voor het Evangelisch-Luthers Seminarium, zoals nader geregeld in ordinantie 13;
- het onderhouden van contacten met evangelisch-lutherse instellingen;
- het adviseren van de colleges voor visitatie, van de colleges voor het opzicht en van de colleges voor de behandeling van beheerszaken in die gevallen als bepaald in de ordinanties, alsmede indien een betrokken kerkenraad, ambtsdrager of gemeentelid zich wendt tot de evangelisch-lutherse synode;
- het bijhouden van het register van de evangelisch-lutherse leden van de kerk;
- het geven van consideraties over vragen van belijden en kerkorde haar door de generale synode voorgelegd;
- het aanwijzen van haar afgevaardigden naar de generale synode, het uitspreken jegens de generale synode van wat er leeft in de evangelisch-lutherse gemeenten, het behandelen van de verslagen van haar afgevaardigden naar de generale synode en het informeren van de generale synode over de werkzaamheden van de evangelisch-lutherse synode;
- het onderhouden van de relatie van de kerk met de Lutherse Wereld Federatie;
- het verrichten van alles wat verder naar de orde van de kerk van haar wordt gevraagd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-23-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 23.

Arbeidsveld

Lid
2

Een wijziging in de ordinanties betreffende de evangelisch-lutherse leden van de kerk, de evangelisch-lutherse gemeenten en de evangelisch-lutherse synode kan pas in eerste lezing worden vastgesteld na overleg met en voorafgaand advies van de evangelisch-lutherse synode.
Een wijziging van dit artikel kan eerst in eerste lezing worden vastgesteld na instemmend advies van de evangelisch-lutherse synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-24-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 24.

Werkwijze

Lid
1

De evangelisch-lutherse synode komt ten minste twee maal per jaar bijeen.
Voorts komt zij bijeen in buitengewone zitting op verzoek van ten minste acht leden van de synode of op verzoek van de generale synode, aan welk verzoek binnen zes weken nadat het verzoek is binnengekomen gevolg moet worden gegeven.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-24-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 24.

Werkwijze

Lid
2

Op de eerste bijeenkomst na de verkiezing als bedoeld in artikel 22-3 kiest de evangelisch-lutherse synode onder leiding van de afgetreden president uit haar midden een president, twee vice-presidenten en twee secretarissen, met dien verstande dat in elk geval de president en een van de vice-presidenten uit de predikanten worden gekozen.
De president, de vice-presidenten en de secretarissen vormen het moderamen van de evangelisch-lutherse synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-24-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 24.

Werkwijze

Lid
3

Het moderamen heeft tot taak het voorbereiden, samenroepen en leiden van de bijeenkomsten van de evangelisch-lutherse synode en van de synodale commissie, het voeren van overleg met het moderamen van de generale synode en voorts, onder verantwoording aan de synodale commissie, de uitvoering van de besluiten van de evangelisch-lutherse synode waarvoor geen anderen aangewezen zijn en van zaken die geen uitstel gedogen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-24-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 24.

Werkwijze

Lid
4

In dezelfde bijeenkomst waarin de moderamenleden worden gekozen, worden op dezelfde wijze voor de tijd van vier jaar nog zes andere leden van de evangelisch-lutherse synode gekozen die met het moderamen het breed moderamen, de synodale commissie genaamd, vormen.
In de synodale commissie hebben ten minste vijf predikanten en zes andere leden van de evangelisch-lutherse synode zitting.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-24-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 24.

Werkwijze

Lid
5

De synodale commissie is belast met het verrichten van wat naar de orde van de kerk aan de evangelisch-lutherse synode is opgedragen, voorzover dat haar door de evangelisch-lutherse synode wordt gedelegeerd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-24-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 24.

Werkwijze

Lid
6

De evangelisch-lutherse synode en de synodale commissie kunnen zich in hun arbeid laten bijstaan door commissies die door de synode worden ingesteld en werken in opdracht van, onder verantwoordelijkheid van en in verantwoording aan de synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-24-7

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

IV. De evangelisch-lutherse synode

Artikel 24.

Werkwijze

Lid
7

De evangelisch-lutherse synode maakt een regeling voor haar wijze van werken, waarin in ieder geval worden geregeld: het bijeenroepen van haar vergaderingen en die van de synodale commissie, de agendering, de voorzieningen die getroffen worden voor de archieven, en de controle van alle financiële handelingen door of namens haar uitgevoerd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4.V.

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel
25-29

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-25-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 25.

Samenstelling

Lid
1

De generale synode wordt gevormd door de ambtsdragers die zijn afgevaardigd door de classicale vergaderingen en door de evangelisch-lutherse synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-25-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 25.

Samenstelling

Lid
2

Elke classicale vergadering vaardigt twee ambtsdragers uit de classis af.
De evangelisch-lutherse synode vaardigt vijf ambtsdragers uit haar leden af.
De afgevaardigden worden aangewezen voor vier jaar.
Elk jaar treedt een vierde van het aantal leden van de generale synode af.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-25-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 25.

Samenstelling

Lid
3

De afvaardiging geschiedt aan de hand van een door de kleine synode op te stellen rooster dat voor elke classicale vergadering aangeeft wanneer zij een predikant, een ouderling, een diaken of een ouderling die tevens kerkrentmeester is, dient af te vaardigen. Dit rooster wordt zo opgesteld dat per tien ambtsdragers er ten naaste bij drie predikanten, twee ouderlingen die niet tevens kerkrentmeester zijn, drie diakenen en twee ouderlingen die tevens kerkrentmeester zijn, van de generale synode deel uitmaken.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-25-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 25.

Samenstelling

Lid
4

De classicale vergaderingen en de evangelisch-lutherse synode wijzen naast elke afgevaardigde een secundus aan die aan dezelfde vereisten voldoet als de primus en die bij verhindering of ontstentenis van deze als primus fungeert.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-25-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 25.

Samenstelling

Lid
5

Wanneer de kleine synode constateert dat de samenstelling van de generale synode zodanig is dat de aantallen synodeleden, gerekend naar hun behoren tot een protestantse gemeente, een hervormde gemeente, een gereformeerde kerk of een evangelisch-lutherse gemeente naar verhouding sterk afwijken van de aantallen tot de Protestantse Kerk in Nederland behorende protestantse gemeenten, hervormde gemeenten, gereformeerde kerken en evangelisch-lutherse gemeenten, kan ter correctie de kleine synode ten hoogste tien classicale vergaderingen aanwijzen opdat die naast de reeds door hen afgevaardigde synodeleden een derde synodelid afvaardigen, waarbij de kleine synode bepaalt of deze van een protestantse gemeente, een hervormde gemeente, een gereformeerde kerk dan wel een evangelisch-lutherse gemeente ambtsdrager is en of deze een predikant, een ouderling die niet tevens kerkrentmeester is, een diaken dan wel een ouderling die tevens kerkrentmeester is, dient te zijn.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-25-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 25.

Samenstelling

Lid
6

De generale synode bepaalt in haar regeling voor haar wijze van werken wie als adviseurs aan de beraadslagingen van de generale synode deelnemen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-26-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 26.

Arbeidsveld

Lid
1

De generale synode heeft tot taak:
- het leiding geven aan het leven en werken van de kerk op haar verschillende arbeidsvelden en het ter hand nemen van al wat het leven van de kerk in de wereld kan bevorderen;
- het gestalte geven aan de verantwoordelijkheid van de kerk voor de gemeenten;
- het bevorderen van de eenheid van de kerk;
- het vaststellen van het beleidsplan ter zake van het leven en werken van de kerk in haar geheel;
- het zoeken en bevorderen van de eenheid, de gemeenschap en de samenwerking met andere kerken van Jezus Christus;
- het vaststellen van de generale regelingen;
- het verrichten van alles wat verder naar de orde van de kerk van haar wordt gevraagd.
De generale synode doet in de vervulling van haar opdracht recht aan de binnen de kerk voorkomende kerkelijke verscheidenheid.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-26-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 26.

Arbeidsveld

Lid
2

De afgevaardigden naar de generale synode brengen verslag uit aan de classicale vergaderingen en de evangelisch-lutherse synode over hetgeen door de generale synode is gedaan.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-27-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 27.

Werkwijze

Lid
1

De generale synode komt ten minste twee maal per jaar bijeen.
Voorts komt zij bijeen in buitengewone zitting op verzoek van ten minste zeven classicale vergaderingen of krachtens een besluit van de kleine synode. Aan een daartoe strekkend verzoek of besluit moet binnen zes weken nadat het verzoek is binnengekomen of het besluit is genomen, gevolg worden gegeven.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-27-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 27.

Werkwijze

Lid
2

De generale synode heeft een moderamen dat gevormd wordt door de preses, de scriba, de assessor I, de assessor II en de assessor III.
Preses en assessor I worden gekozen voor een periode van vier jaar uit het midden van de synode. Indien hun zittingstermijn als afgevaardigd synodelid afloopt, blijven zij, zolang zij ambtsdrager zijn, voor de rest van die periode in functie. Van de preses en de assessor I is er tenminste één predikant.
Assessor II en III worden gekozen voor een jaar uit het midden van de synode en zijn hierkiesbaar.
De scriba wordt voor vier jaar benoemd uit de predikanten van de kerk en kan eenmaal worden herbenoemd.
Moderamenleden die niet tot de afgevaardigden behoren hebben in de vergaderingen van de synode en de kleine synode een adviserende stem.
Taken en bevoegdheden van de scriba worden nader geregeld in een door de generale synode vast te stellen instructie.
De generale synode legt in de door haar op te stellen regeling voor haar wijze van werken nader vast hoe gehandeld zal worden wanneer in het moderamen een tussentijdse vacature ontstaat of wanneer de continuïteit binnen het moderamen in gevaar komt.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-27-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 27.

Werkwijze

Lid
3

Het moderamen heeft tot taak het voorbereiden, samenroepen en leiden van de bijeenkomsten van de generale synode en van de kleine synode en voorts de uitvoering van die besluiten van de generale synode waarvoor geen anderen aangewezen zijn.
In het bijzonder kan het moderamen worden belast, onder verantwoording aan de kleine synode, met het afdoen van zaken van formele en administratieve aard en van zaken die geen uitstel gedogen.
Het moderamen brengt regelmatig rapport van zijn werkzaamheiden uit aan de kleine synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-27-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 27.

Werkwijze

Lid
4

Naast de moderamenleden worden jaarlijks voor de tijd van een jaar nog vijfentwintig andere leden van de generale synode gekozen die met het moderamen het breed moderamen, de kleine synode genaamd, vormen.
De kleine synode wordt zo samengesteld dat per tien ambtsdragers er ten naaste bij drie predikanten, twee ouderlingen die niet tevens kerkrentmeester zijn, drie diakenen en twee ouderlingen die tevens kerkrentmeester zijn, van de kleine synode deel uitmaken.
In de kleine synode heeft ten minste één evangelisch-luthers lid van de generale synode zitting. De kleine synode voegt daar indien nodig een of twee leden van de evangelisch-lutherse synode als adviserend lid aan toe, met dien verstande dat de kleine synode altijd ten minste drie leden van de evangelisch-lutherse synode als lid dan wel adviserend lid telt.
Ten behoeve van de vergaderingen van de kleine synode wordt voor elk lid daarvan uit de generale synode een secundus gekozen die aan dezelfde vereisten voldoet als de primus en die bij verhindering of ontstentenis van deze als primus fungeert.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-27-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 27.

Werkwijze

Lid
5

De kleine synode is belast met:
− het in naam van en in verantwoording aan de generale synode leiding geven aan en coördineren van de arbeid van de organen van bijstand van de generale synode;
− het verrichten van wat naar de orde van de kerk aan de generale synode is opgedragen, voorzover dat haar door de generale synode wordt gedelegeerd.
De kleine synode legt van haar werkzaamheden verantwoording af aan de generale synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-27-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 27.

Werkwijze

Lid
6

De generale synode maakt een regeling voor haar wijze van werken waarin in ieder geval worden geregeld: het bijeenroepen van haar vergaderingen en die van de kleine synode, en de agendering.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-28-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 28.

De organen van bijstand

Lid
1

De generale synode laat zich in haar arbeid bijstaan door
− de generale raad van advies,
− de raad van advies voor het gereformeerd belijden,
− de raad van toezicht voor het theologisch wetenschappelijk onderwijs,
− het bestuur van de dienstenorganisatie,
− de commissies die bij of krachtens ordinantie of generale regeling een taak namens de synode verrichten.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-28-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 28.

De organen van bijstand

Lid
2

De leden van de organen van bijstand worden benoemd door de generale synode uit de leden van de kerk voor de tijd van vier jaar en kunnen eenmaal voor een aansluitende periode worden herbenoemd.
Elk orgaan van bijstand legt periodiek in een rapport verantwoording af van zijn werkzaamheden aan de generale synode.
De generale synode wijst de voorzitter en de secretaris van het orgaan van bijstand aan.
De organen van bijstand werken onder verantwoordelijkheid van en in verantwoording aan de generale synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-28-3

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 28.

De organen van bijstand

Lid
3

De generale raad van advies heeft als taak
- het adviseren van de generale synode ter zake van het leven en werken van de kerk, in het bijzonder ter zake van het werk dat aan de dienstenorganisatie is toevertrouwd;
- het adviseren van het bestuur van de dienstenorganisatie ter zake van het werk dat aan de dienstenorganisatie is toevertrouwd.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-28-4

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 28.

De organen van bijstand

Lid
4

De raad van advies voor het gereformeerd belijden heeft als taak:
- het adviseren van de generale synode inzake die aangelegenheden die het gereformeerd belijden raken;
- het op verzoek adviseren van andere ambtelijke vergaderingen of organen van de kerk met het oog op de voortgaande bezinning op vragen van geloven en kerk-zijn en het belijdend gesprek binnen de kerk;
- en het zo nodig − op verzoek van de generale synode − onderhouden van contacten met andere kerken van gereformeerd belijden alsmede met daarmee verwante organisaties.
De raad brengt zijn advies uit aan de synode na overleg met de generale raad van advies.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-28-5

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 28.

De organen van bijstand

Lid
5

Het bestuur van de dienstenorganisatie heeft als taak:
- het besturen van de dienstenorganisatie met inachtneming van het door de generale synode vastgestelde beleid en de door de kleine synode vastgestelde begroting;
- het (doen) voorbereiden van eht door de generale synode vast te stellen beleid, met name ter zake van
   - de arbeid van de algemene classicale vergaderingen betreffende de dienstverlening ten behoeve van de opbouw van de gemeenten,
  - de zorg voor de opleiding en begeleiding van predikanten en kerkelijke werkers voorzover niet aan anderen toevertrouwd,
  - de theologische arbeid van de kerk,
  - de missionaire, diaconale en oecumenische opdracht van de kerk,
  - de ondersteuning van het werk van en ten behoeve van de meerdere vergaderingen
  en het doen uitvoeren van dit beleid;
- het vertegenwoordigen van de kerk ter zake van het werkgeverschap.
Het draagt de dagelijkse leiding van de dienstenorganisatie op aan een algemeen directeur, die wordt benoemd door de generale synode uit de leden van de kerk.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-28-6

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 28.

De organen van bijstand

Lid
6

De generale synode en de kleine synode kunnen commissies instellen voor een beperkte of een tijdelijke taak.
De leden van deze commissies worden benoemd door de generale synode respectievelijk de kleine synode.
De commissies werken in opdracht van, onder verantwoordelijkheid van en in verantwoording aan de generale synode respectievelijk de kleine synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-28-7

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 28.

De organen van bijstand

Lid
7

De bespreking van en besluitvorming aangaande de periodieke verslagen en rapporten van de organen van bijstand en de generale colleges kunnen door de generale synode worden gedelegeerd aan de kleine synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-28-8

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 28.

De organen van bijstand

Lid
8

Ten behoeve van de arbeid van de kerk onderhoudt de generale synode een dienstenorganisatie, bestaande uit een landelijk dienstencentrum en regionale dienstencentra. Het beleidsplan voor de dienstenorganisatie wordt — mede op basis van bijdragen van de algemene classicale vergaderingen met betrekking tot de regionale dienstverlening — voorbereid door of vanwege het moderamen van de generale synode en het bestuur van de dienstenorganisatie tezamen en vastgesteld door de generale synode.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-29-1

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 29.

De generale colleges

Lid
1

De kerk kent voor het werk van de gehele kerk
- het generale college voor de visitatie,
- het generale college voor onderzoek van beheerszaken,
- het generale college voor de toelating tot het ambt van predikant,
- het generale college voor de ambtsontheffing en
- het generale college voor de kerkorde
alsmede
- het generale college voor het opzicht en
- het generale college voor de behandeling van bezwaren en geschillen.

Kerkorde PKN (2004) Ord. 4-29-2

Ordinantie 4 De ambtelijke vergaderingen

 

V. De generale synode

Artikel 29.

De generale colleges

Lid
2

Tenzij in de orde van de kerk anders is aangegeven, worden de leden van de generale colleges benoemd door de generale synode uit de leden van de kerk. Zij worden benoemd voor de tijd van vier jaar en kunnen eenmaal voor een aansluitende periode van vier jaar worden herbenoemd.
De generale synode wijst de voorzitter van een generaal college aan.
Elk generaal college brengt periodiek verslag van zijn werkzaamheden uit aan de generale synode.