Kerkorde NHK (1951) Ord. 16.IV.

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

IV. De generale financiën der Kerk.

Artikel
16-23

Kerkorde NHK (1951) Ord. 16-16-1

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

IV. De generale financiën der Kerk.

Artikel 16.

De generale financiële raad.

Lid
1

De zorg voor de generale financiën der Kerk berust bij een generale financiële raad.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 16-16-2

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

IV. De generale financiën der Kerk.

Artikel 16.

De generale financiële raad.

Lid
2

Deze raad telt negen leden door de generale synode benoemd uit de lidmaten der Kerk en wel vijf naar eigen keuze, twee op voordracht van de algemene kerkvoogdijraad en twee op voordracht van de algemene diaconale raad.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 16-16-3

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

IV. De generale financiën der Kerk.

Artikel 16.

De generale financiële raad.

Lid
3

Onder toezicht van deze raad berust de dagelijkse zorg voor de algemene financiën bij een quaestor-generaal, benoemd door de generale synode, op enkelvoudige voordracht van de generale financiële raad, door wie zijn plichten en rechten worden geregeld.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 16-17-1

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

IV. De generale financiën der Kerk.

Artikel 17.

De werkzaamheden van de generale financiële raad.

Lid
1

De generale financiële raad heeft tot taak
de zorg voor de gelden en goederen der Kerk, naar de bepalingen van art. 19 dezer ordinantie;
de vertegenwoordiging in en buiten rechte van de Nederlandse Hervormde Kerk naar het bepaalde in art. 20 dezer ordinantie;
de gegevens bijeen te brengen over de financiële behoeften der Kerk;
aan de hand van deze gegevens, na voorafgaand overleg terzake met het breed moderamen der generale synode, een centraal budget op te stellen voor de generale financiën der Kerk;
te overwegen en voorstellen te doen, op welke wijze de benodigde gelden dienen te worden gevonden;
de organen der Kerk voor te lichten en bij te staan bij het zoeken naar de beste werkwijze voor de verwerving van gelden;
acht te geven, dat de gelden der Kerk met orde en ten besten nutte worden besteed;
het jaarlijks uitbrengen van een verslag van zijn werkzaamheden en van de staat der algemene financiën der Kerk aan de generale synode;
uitvoering te geven aan datgene, wat hem verder bij of krachtens de ordinanties der Kerk tot taak wordt gesteld.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 16-17-2

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

IV. De generale financiën der Kerk.

Artikel 17.

De werkzaamheden van de generale financiële raad.

Lid
2

De werkwijze van de generale financiële raad wordt vastgesteld bij generale regeling der synode, ontworpen door de generale financiële raad.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 16-18-1

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

IV. De generale financiën der Kerk.

Artikel 18.

De vorming van generale kassen en fondsen.

Lid
1

Ten behoeve van de financiële verzorging van de algemene belangen der Kerk worden generale kassen of fondsen gevormd.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 16-18-2

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

IV. De generale financiën der Kerk.

Artikel 18.

De vorming van generale kassen en fondsen.

Lid
2

Een generale kas of fonds komt tot stand bij besluit van de generale synode, in overleg met de generale financiële raad.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 16-18-3

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

IV. De generale financiën der Kerk.

Artikel 18.

De vorming van generale kassen en fondsen.

Lid
3

De verplichting van gemeenten tot betaling ten behoeve van zulk een kas of fonds wordt vastgesteld bij ordinantie.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 16-18-4

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

IV. De generale financiën der Kerk.

Artikel 18.

De vorming van generale kassen en fondsen.

Lid
4

Deze vaststelling geschiedt niet, dan nadat over deze verplichting te voren overeenstemming is verkregen tussen de generale financiële raad en de algemene kerkvoogdijraad, dan wel — zo het een diaconaal belang betreft — de algemene diaconale raad, terwijl de laatstgenoemde twee raden bevoegd zijn in verband hiermede de colleges van kerkvoogden of diaconieën in regionale of generale bijeenkomsten ter raadpleging bijeen te roepen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 16-18-5

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

IV. De generale financiën der Kerk.

Artikel 18.

De vorming van generale kassen en fondsen.

Lid
5

Indien besloten is tot vorming van een generale kas of fonds, worden de bepalingen terzake, voorzover daarin niet reeds bij ordinantie is voorzien, opgenomen in de generale regeling bedoeld in het tweede lid van art. 17 dezer ordinantie.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 16-18-6

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

IV. De generale financiën der Kerk.

Artikel 18.

De vorming van generale kassen en fondsen.

Lid
6

Nevens de andere kassen in de ordinanties der Kerk genoemd, zullen er in elk geval zijn
een generale kas voor de geestelijke belangen, waarvan de beslissing over de besteding van de gelden berust bij de generale financiële raad;
een generale kerkvoogdij-kas, waarvan de beslissing over de besteding van de gelden berust bij de algemene kerkvoogdijraad;
een generale diaconale kas, waarvan de beslissing over de besteding van de gelden berust bij de algemene diaconale raad.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 16-18-7

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

IV. De generale financiën der Kerk.

Artikel 18.

De vorming van generale kassen en fondsen.

Lid
7

Bij de tenaamstelling van eigendommen en rechten ten behoeve van generale kassen of fondsen geschiedt deze ten name van de Nederlandse Hervormde Kerk.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 16-19-1

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

IV. De generale financiën der Kerk.

Artikel 19.

Het beheer van de generale kassen en fondsen.

Lid
1

Het beheer, de administratie en de beslissing over de besteding van de gelden en goederen der Kerk, berusten bij de generale financiële raad, tenzij bij ordinantie anders is bepaald, of deze bij besluit van de generale financiële raad geheel of ten dele zijn overgedragen aan een kerkelijk lichaam, echter onder bepaling, dat deze zullen geschieden onder verantwoording aan, onder goedkeuring van en op de wijze, voorgeschreven door de generale financiële raad.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 16-19-2

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

IV. De generale financiën der Kerk.

Artikel 19.

Het beheer van de generale kassen en fondsen.

Lid
2

De begroting van een algemene kas of fonds, of van de administratiekosten van een kerkelijk lichaam, wordt opgesteld door het lichaam, aan hetwelk de beslissing over de besteding van de gelden toekomt, terwijl deze begroting de goedkeuring behoeft van de generale financiële raad.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 16-19-3

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

IV. De generale financiën der Kerk.

Artikel 19.

Het beheer van de generale kassen en fondsen.

Lid
3

De generale financiële raad kan desgewenst de betrokken kerkelijke lichamen bijeenroepen ter bespreking van de verwerving van de gelden en van hetgeen verder aan de goede gang van zaken dienstbaar is.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 16-20-1

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

IV. De generale financiën der Kerk.

Artikel 20.

De vertegenwoordiging in en buiten rechte van de Hervormde Kerk in haar geheel.

Lid
1

De Nederlandse Hervormde Kerk wordt in alle vermogensrechtelijke zaken vertegenwoordigd door de generale financiële raad, die daarbij — met inachtneming van de regelen, gesteld in art. 17 van de ordinantie voor het toezicht — bevoegd is tot alle rechtshandelingen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 16-20-2

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

IV. De generale financiën der Kerk.

Artikel 20.

De vertegenwoordiging in en buiten rechte van de Hervormde Kerk in haar geheel.

Lid
2

Ter uitvoering van een besluit van de generale financiële raad wordt de Nederlandse Hervormde Kerk tegenover derden gebonden door de handtekening van de voorzitter en de secretaris van de generale financiële raad, dan wel van hen, die bij belet of ontbreken van dezen, daarvoor door de raad tijdelijk als plaatsvervanger zijn aangewezen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 16-21-1

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

IV. De generale financiën der Kerk.

Artikel 21.

Rechtspersonen.

Lid
1

Wanneer ten behoeve van de kerkelijke arbeid der meerdere vergaderingen een rechtspersoon in het leven geroepen of ingeschakeld wordt, is daartoe de toestemming nodig van de generale financiële raad, die deze toestemming niet verleent, dan nadat een regeling is getroffen inzake de vaststelling van de statuten, stichtingsacte of andere regeling betreffende de inrichting en het bestuur van die rechtspersoon en bepaald is wie de bestuurders daarvan benoemt of op welke wijze de rechten van de leden, aandeelhouders of andere stemrechthebbenden worden uitgeoefend.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 16-21-2

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

IV. De generale financiën der Kerk.

Artikel 21.

Rechtspersonen.

Lid
2

Deze regeling, welke wordt getroffen na overleg met het kerkelijk orgaan of lichaam, ten behoeve waarvan de rechtspersoon in het leven wordt geroepen of ingeschakeld, moet, als het stichtingen betreft, tenminste de navolgende bepalingen bevatten
a. dat wijzigingen in de stichtings-acte onderworpen zijn aan de goedkeuring van de generale financiële raad;
b. dat de bestuurders van de stichting worden benoemd door een in de stichtings-acte aangewezen kerkelijk lichaam;
c. dat het bestuur van de stichting ten aanzien van beheer, administratie en beslissing over de besteding van haar gelden en goederen, verantwoording schuldig is aan de generale financiële raad;
d. dat de begroting van de stichting de goedkeuring behoeft van de generale financiële raad;
e. dat de verwerving van gelden geschiedt in overleg met de generale financiële raad;
f. dat de stichting onderworpen is aan het toezicht, zoals dit geregeld is in de ordinantie voor het toezicht;
g. dat jaarlijks door de bestuurders een verslag wordt uitgebracht van de werkzaamheden der stichting aan de kerkelijke lichamen ten behoeve van welker arbeid de stichting in het leven geroepen wordt, of die daarbij betrokken zijn, alsmede aan de generale financiële raad.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 16-22-1

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

IV. De generale financiën der Kerk.

Artikel 22.

De administratiekosten der Kerk.

Lid
1

Als administratiekosten der Kerk worden aangemerkt de
reiskosten,
verblijfkosten,
vergaderkosten,
bureaukosten van, en
salarissen van functionarissen in dienst bij
classicale, provinciale en generale organen der Kerk.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 16-22-2

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

IV. De generale financiën der Kerk.

Artikel 22.

De administratiekosten der Kerk.

Lid
2

Inzake de bestrijding van de administratiekosten dezer organen wordt bij de instelling daarvan een regeling getroffen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 16-22-3

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

IV. De generale financiën der Kerk.

Artikel 22.

De administratiekosten der Kerk.

Lid
3

Alle andere zaken betreffende de administratiekosten worden geregeld in de generale regeling, bedoeld in het tweede lid van art. 17 dezer ordinantie.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 16-23-1

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

IV. De generale financiën der Kerk.

Artikel 23.

De kas voor de administratiekosten.

Lid
1

In de kas voor de administratiekosten, die onder beheer staat van de generale financiële raad, worden gestort de bijdragen uit ’s rijks kas voor de kosten van het bestuur der Kerk en — onder de naam van quotum — te heffen jaarlijkse bijdragen ter dekking van de administratiekosten der Kerk.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 16-23-2

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

IV. De generale financiën der Kerk.

Artikel 23.

De kas voor de administratiekosten.

Lid
2

Het quotum wordt geheven van alle lichamen, organen, administraties, kassen en fondsen, die, naar het bepaalde in art. 3 van de ordinantie voor het toezicht, onder toezicht staan.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 16-23-3

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

IV. De generale financiën der Kerk.

Artikel 23.

De kas voor de administratiekosten.

Lid
3

Het quotum wordt vastgesteld naar draagkracht volgens door de generale financiële raad te stellen regelen, nadat over deze regelen tevoren door de generale financiële raad overeenstemming is verkregen met de algemene kerkvoogdijraad en de algemene diaconale raad.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 16-23-4

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

IV. De generale financiën der Kerk.

Artikel 23.

De kas voor de administratiekosten.

Lid
4

Bezwaren betreffende het quotum of de vergoeding van onkosten uit de kas voor de administratiekosten, welke niet door overleg uit de weg kunnen worden geruimd, worden ter kennis gebracht van de generale commissie voor de behandeling van bezwaren en geschillen, die daarin een eindbeslissing geeft.