Kerkorde NHK (1951) Ord. 16.III.

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

III. De bredere kerkvoogdij-organen.

Artikel
14-15

Kerkorde NHK (1951) Ord. 16-14-1

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

III. De bredere kerkvoogdij-organen.

Artikel 14.

De bredere kerkvoogdij-organen.

Lid
1

Er zijn provinciale kerkvoogdij-commissies en een algemene kerkvoogdijraad.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 16-14-2

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

III. De bredere kerkvoogdij-organen.

Artikel 14.

De bredere kerkvoogdij-organen.

Lid
2

De provinciale kerkvoogdij-commissies bestaan uit zeven leden, door de provinciale kerkvergadering voor de tijd van vier jaren benoemd uit de lidmaten der kerkprovincie en wel vier leden op enkelvoudige voordracht van tenminste vijftien colleges van kerkvoogden, een lid op een enkelvoudige voordracht van de algemene kerkvoogdijraad en twee leden naar vrije keuze.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 16-14-3

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

III. De bredere kerkvoogdij-organen.

Artikel 14.

De bredere kerkvoogdij-organen.

Lid
3

De algemene kerkvoogdijraad bestaat uit negen leden, door de generale synode voor de tijd van vijf jaren benoemd uit de lidmaten der Kerk en wel zes leden op enkelvoudige voordracht van tenminste veertig colleges van kerkvoogden, één lid uit de dienstdoende predikanten en twee leden naar vrije keuze.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 16-14-4

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

III. De bredere kerkvoogdij-organen.

Artikel 14.

De bredere kerkvoogdij-organen.

Lid
4

Het moderamen van de algemene kerkvoogdijraad nodigt op gezette tijden gedelegeerden van de provinciale kerkvoogdij-commissies uit tot bespreking van de hun gemeenschappelijk toevertrouwde belangen der Kerk.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 16-14-5

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

III. De bredere kerkvoogdij-organen.

Artikel 14.

De bredere kerkvoogdij-organen.

Lid
5

De provinciale kerkvoogdij-commissies en de algemene kerkvoogdijraad kunnen buiten hun leden een secretaris benoemen belast met de zorg voor de dagelijkse werkzaamheden, wiens plichten en rechten zij regelen en die in hun vergadering een adviserende stem heeft.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 16-15-1

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

III. De bredere kerkvoogdij-organen.

Artikel 15.

De taak der bredere kerkvoogdij-organen.

Lid
1

 

De bredere kerkvoogdij-organen hebben in het bijzonder tot taak
leiding te geven aan de zorg voor de financiële belangen in hun gebied;
voorlichting te geven — eigener beweging of op verzoek — aan de financiële organen der Kerk;
de juiste methoden ingang te doen vinden voor de behartiging van de stoffelijke belangen en voor het opwekken van de gemeenteleden tot offervaardigheid;
publicaties te verzorgen ter uitwisseling van ervaringen en ter behandeling van voor de Kerk belangrijke financiële vraagstukken;
initiatief te nemen of te steunen voor de oprichting van gemeenschappelijke financiële instellingen;
samen te werken met de brede moderamina der meerdere ambtelijke vergaderingen;
deel te nemen aan de verzorging van de algemene financiën der Kerk;
uitvoering te geven aan hetgeen hun verder bij of krachtens de ordinanties der Kerk tot taak wordt gesteld.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 16-15-2

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

III. De bredere kerkvoogdij-organen.

Artikel 15.

De taak der bredere kerkvoogdij-organen.

Lid
2

De provinciale kerkvoogdij-commissies hebben inzonderheid ook tot taak, de haar krachtens art. 12 van deze ordinantie toegezonden begrotingen te beoordelen.

Kerkorde NHK (1951) Ord. 16-15-3

Ordinantie voor de kerkelijke financiën.

 

III. De bredere kerkvoogdij-organen.

Artikel 15.

De taak der bredere kerkvoogdij-organen.

Lid
3

Van de door haar hierover genomen beslissing staat, binnen een maand, nadat deze ter kennis van de kerkeraad en van het college van kerkvoogden is gekomen, voor deze beroep open op de algemene kerkvoogdijraad.