3. De gevolgde route

 

Maar hoe bij dat doel te geraken? Het is onze overtuiging dat een vernieuwde ambtstheologie niet voorbij kan aan de resultaten van het oecumenisch onderzoek. Geactualiseerde ambtstheologie, de controverse-theologie voorbij, moet naar ons oordeel oecumenisch zijn. Het ligt voor de hand dat we ons daarbij oriënteren op het ambtsgedeelte van het Lima-rapport. Dit document is voor alle tradities sinds 1982 een vast referentiepunt. Maar zoals in vele andere tradities, is de verwerking van de resultaten ervan ook binnen de gereformeerde traditie over het algemeen blijven steken in de beaming van klassieke posities. In onze analyse van het ambtsgedeelte van de Lima-tekst willen we veel verder gaan dan de studie van Gosker. Waar zij vooral inleidend en ontsluitend de tekst van Lima introduceerde, zullen wij de tekst zelf nauwgezet analyseren, historisch zowel als intra- en intertekstueel. In de tweede plaats zullen wij een analyse maken van de receptie van de verschillende onderdelen van de tekst binnen de gereformeerde traditie, zowel door kerken als door individuele theologen. En in de derde plaats zullen wij een aantal leerpunten voor en vragen aan de gereformeerde ambtstheologie formuleren. Dit onderdeel is het meest uitgebreide deel van deze studie. Dat is met name te wijten aan het gegeven dat in het bijzonder de analyse van de tekst zelf, paragraaf per paragraaf, nog nooit systematisch is ondernomen. We hopen dat dit onderdeel van de studie dienstbaar zal blijken voor wie, zonder verdere interesse in de gereformeerde traditie, wil weten wat een

|21|

specifieke paragraaf uit de tekst betekent in zijn context en vanuit de historische evolutie van de tekst.

Maar om een gesprek aan te kunnen gaan tussen de gereformeerde en de oecumenische ambtstheologie moeten wij eerst inzicht krijgen in de bepalende motieven die ten grondslag liggen aan de specifieke ambtelijke structurering binnen de gereformeerde traditie. Verschillende niet-theologische elementen droegen daartoe bij, maar in het kader van ons onderzoek spitsen wij de zoektocht vooral toe op de fundamentele theologische argumenten die in het geding waren bij de totstandkoming van de gereformeerde ambtelijke vormgeving. Daarom zullen we het deel over de Lima-tekst laten voorafgaan door een deel over de gereformeerde ambtstheologie. Onder ‘gereformeerd’ verstaan we die specifieke traditie, die in het spoor van de Zwitserse reformatie uit de zestiende eeuw heeft geleid tot een aparte kerkvorming, in onderscheid van de lutherse, doperse en anglicaanse traditie, die zich ook ontwikkelden in het kader van de Reformatie in de zestiende eeuw. De begrensdheid van het onderzoek dwingt ons een keuze te maken: ofwel maken we een synthese van de dogmageschiedenis van verschillende elementen van de gereformeerde ambtstheologie aan de hand van bestaande overzichten,11 ofwel doen we een poging tot een zelfstandige analyse van enige kernteksten. We hebben voor de tweede methode gekozen. Ze heeft als nadeel dat we zeker niet alle aspecten, personen, periodes en gebieden zullen verwerkt hebben. Maar het gebrek aan volledigheid kan naar ons oordeel niet opwegen tegen een directe confrontatie met en een grondige analyse van enkele fundamentele representatieve teksten. Daardoor hopen we uit eerste hand zelf een scherper inzicht te krijgen in een aantal van de diepste theologische motieven die de gereformeerde ambtstheologie bepaalden. We zullen een aantal kerngeschriften selecteren die een grote invloed hebben


11 Hierbij kan inleidend gebruikt worden gemaakt van de artikels over de gereformeerde traditie onder het lemma ‘ambt’ in de recentste uitgaven van de voornaamste theologische encyclopedieën. Vooral het artikel van H. Fagerberg, ‘Amt/Ämter/Ambtverständnis — VI Reformationszeit’ in Theologische Realenzyklopedie, Bd. 2, Berlin/New York 19783, 552-574 valt op door de grondigheid waarmee de ambtstheologie van Luther en Calvijn worden geïntroduceerd. Verder kunnen de notities over de kerk en het ambt in werken die de dogmageschiedenis van de gereformeerde traditie beschrijven goede diensten bewijzen, onder meer het deel van W. Neuser, ‘Dogma und Bekenntnis in der Reformation: Von Zwingli und Calvin bis zur Synode von Westminster’, in: C. Andresen (Hrsg.), Die Lehrentwicklung in Ramen der Konfessionalität (Handbuch der Dogmen- und Theologiegeschichte Bd. 2), Göttingen 1980, 167-352 en J. Rohls, Theologie reformierter Bekenntnisschriften: von Zürich bis Barmen, Göttingen 1987. Daarna kunnen studies over kerk en ambt bij specifieke gereformeerde reformatoren en belijdenisgeschriften geraadpleegd worden. Een aantal van deze werken zullen verderop in deze studie geciteerd worden.

|22|

gehad op de ontwikkeling van deze traditie, in het bijzonder teksten van Zwingli en Calvijn en een aantal belijdenisgeschriften uit de zestiende eeuw. De Institutio Christianae Religionis, het hoofdwerk van de belangrijkste theoloog van de gereformeerde traditie in de zestiende eeuw, J. Calvijn, zal het onderwerp vormen van de uitvoerigste analyse. Door dit onderzoek hopen we gewapend te zijn het gesprek met de oecumenische ambtstheologie in het volgende hoofdstuk aan te vatten.

Ambtstheologie heeft traditioneel een sterk controvers-theologisch karakter. Juist in de leer van de kerk en in het bijzonder die van het ambt hebben de kerken de neiging hun eigenheid ten opzicht van de andere kerken te benadrukken. Ook voor deze studie is dit gevaar niet denkbeeldig. Maar hoe te vermijden dat uiteindelijk toch opnieuw wordt uitgekomen bij een resultaat dat slechts identiteitsbevestigend is? Eén van de middelen daartoe scheen ons eerst wat afstand te nemen van de eigen traditie, om te vermijden, bij de vergelijking tussen gereformeerde en oecumenische ambtstraditie, te kort door de bocht te gaan en zo bij karikaturen terecht te komen. Daarom is besloten op een descriptieve wijze de ambtstheologie van een andere traditie te verkennen. Op deze wijze wordt een vingeroefening in ambtstheologie gehouden om vertrouwd te raken met het terrein van de ambtstheologie los van de te grote betrokkenheid op de eigen traditie. Gekozen is voor een intra- en intertekstuele lezing van de officiële ambtstheologie van de Rooms-Katholieke Kerk vanaf het Concilie van Trente. De keuze voor deze traditie is te verantwoorden vanuit een initiële bekendheid met deze traditie bij de auteur, maar nog meer vanuit de fundamentele plaats die de ambtstheologie traditioneel heeft binnen deze kerk. Traditioneel staat namelijk het ambt in de kerk veel centraler binnen de rooms-katholieke theologie dan in de gereformeerde traditie.

Samenvattend komen we tot het volgende traject. Na een vingeroefening in ambtstheologie aan de hand van de evolutie in de rooms-katholieke traditie, proberen we in een volgend deel de specifiteit van de gereformeerde ambtstheologie te bepalen aan de hand van een aantal bronteksten. Gewapend met deze kennis gaan we in de volgende stap over tot een grondige analyse van het ambtsgedeelte van de Lima-tekst. We hopen dat dit enerzijds een aantal kritische vragen vanuit de gereformeerde traditie oplevert aan de oecumenische traditie, en dat anderzijds een aantal vragen aan en leerpunten voor de gereformeerde traditie op tafel komen. Dit moet in een laatste hoofdstuk uitlopen op het formuleren van een aantal bouwstenen voor een gereformeerde ambtstheologie.

We hopen op deze wijze een bijdrage te leveren aan de actuele systematische doordenking van het ambt in de kerk, met het oog op de optimalisering van de theorievorming en de praktijk van het ambtelijk functioneren. Tegelijk hopen we een nuttig instrument aan te reiken aan de kerken bij hun

|23|

bezinning op hun rol in onze geseculariseerde samenleving. Want één van de verwarrende elementen in deze situatie is namelijk dat vele pastors in de kerk zelf onzeker zijn geworden over hun taak en rol in de kerk en de samenleving.