182-187

H. Samen op weg

Drs. L.C. van Drimmelen

 

Op 15 en 16 juni 1973 kwamen de generale synode van de Neder­landse Hervormde Kerk en de generale synode van de Gereformeer­de Kerken in Nederland voor het eerst in gezamenlijke vergadering bijeen; de beide kerkgemeenschappen begaven zich ‘samen op weg’. Zij kozen daarbij voor ‘geleidelijke integratie’ en een ‘procesmatige vorm van samengaan’.
Ruim veertien jaar later, op 14 november 1986, besloot de geza­menlijke vergadering van beide synoden: ‘De Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in Nederland verklaren zich te bevinden in staat van hereniging’. Dit betekent, volgens de uitleg die door de synoden bij dit besluit gegeven werd, ‘dat de kerken niet meer vrijblijvend tegenover elkaar staan’ en ‘dat het proces van de beide kerkgemeenschappen op hun weg naar eenheid doorgaat en zoveel mogelijk wordt gestimuleerd’. Maar ‘dit laat onverlet de eigen ver­antwoordelijkheid van een hervormde gemeente en/of een gerefor­meerde kerk om a. niet tot samenwerking te besluiten, indien deze gemeente en kerk daarover niet tot overeenstemming kunnen komen, en om b. zelf bij het aangaan van een samenwerking de aard en het tempo daarvan te bepalen’.
Tevens werd op 14 november 1986 door de beide synoden beslo­ten de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlan­den op haar verzoek als participant in het proces van Samen op Weg te accepteren.

Als de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden zich te zijner tijd verenigen, zullen hun drie afzonder­lijke kerkorden worden vervangen door één kerkorde van de vere­nigde kerk.

|183|

Wanneer wij de hervormde kerkorde (ingevoerd in 1951), de gere­formeerde kerkorde (als herziening van de Dordtse kerkorde inge­voerd in 1959) en de Lutherse kerkorde (ingevoerd in 1956) op elkaar leggen, zien wij dat de hoofdlijnen van de drie kerkorden samenval­len. Zij behoren alle drie tot het presbyteriaal-synodale type, wat in­houdt dat de plaatselijke gemeente wordt geleid door een kerkeraad (presbyterium) en dat de kerkeraden zonder recht van ratificatie ge­bonden zijn aan de besluiten van de meerdere vergaderingen (waar­van de generale synode de meeste is).
Dat neemt niet weg dat er opvallende verschillen zijn.
De gereformeerde kerkorde is consequent gedacht vanuit de plaatse­lijke kerken die door middel van hun kerkeraden samenkomen in classes; de classes komen samen in particuliere synoden en de parti­culiere synoden komen samen in de generale synode. Op de keper beschouwd valt de classis, de particuliere synode, de generale synode weg als de vergadering gesloten wordt. Wat dan overblijft zijn de plaat­selijke kerken met hun kerkeraden. Die staan weliswaar blijvend in relatie tot elkaar: het kerkverband (een typisch gereformeerde uitdruk­king!). Maar het kerkverband is een gemeenschap van van elkaar te onderscheiden kerken. Wie dat niet in de gaten heeft, kan de gerefor­meerde kerkorde niet begrijpen. Vandaar de naam: ‘Gereformeerde Kerken in Nederland’. Vandaar dat de meerdere vergaderingen wor­den geconvoceerd door een ‘roepende kerk’. Vandaar de positie van het moderamen van een meerdere vergadering: geen beleidsorgaan, geen bestuur, maar slechts leiding van de vergadering. Als de meerde­re vergadering gesloten is, is er ook geen moderamen meer; het mo­deramen is dan een deputaatschap geworden dat bepaalde besluiten van de vergadering uitvoert. En vandaar dat een deputaatschap tel­kens wordt aangewezen voor de periode tussen de vergaderingen van de meerdere vergadering die het deputaatschap benoemde.
De hervormde kerkorde is meer gedacht vanuit de eenheid van de landelijke kerkgemeenschap. De naam zegt het al: ‘Nederlandse Her­vormde Kerk’. De leden behoren tot een gemeente ‘en mitsdien tot de Nederlandse Hervormde Kerk’. De gemeenten zijn geen afdelin­gen van de landelijke kerk maar zij vormen wel met elkaar ononder­broken hun classis (geleid door de classicale vergadering), hun kerkprovincie (geleid door de provinciale kerkvergadering) en de her­vormde kerk (geleid door de generale synode). De moderamina van de ambtelijke vergaderingen hebben een sturende functie en blijven als moderamen fungeren, ook als de vergaderingen die zij leiden niet bijeen zijn. En de vergaderingen worden geassisteerd door ‘organen

|184|

van bijstand’ die in de meeste gevallen voor een aantal jaren worden benoemd. Hervormd is ook dat in de plaatselijke gemeenten bestuur en beheer gescheiden zijn: het beheer is toevertrouwd aan het college van kerkvoogden, die in de meeste gemeenten als ouderling-kerkvoogd tevens kerkeraadslid zijn maar samen als college van kerkvoogden een zelfstandige bevoegdheid hebben. En tenslotte is opvallend dat men tot een hervormde gemeente kan behoren door geboorte, zonder ge­doopt te zijn.
Ook de lutherse kerkorde heeft een eigen vertrekpunt. Waar de her­vormde en de gereformeerde kerkorden uitgaan van de twee-eenheid van gemeente en ambt (en de principiele gelijkwaardigheid van pre­dikant, ouderling en diaken) is de lutherse kerkorde gedacht vanuit de uitoefening van het ‘openbare ambt van Woord en Sacrament’. De presbyteriaal-synodale organisatievorm is in de lutherse wereld een Nederlandse eigenaardigheid waarvoor de lutheranen in Neder­land in het verleden noodgedwongen kozen. Typerender dan het presbyteriaal-synodale is de ambtsopvatting: er is eigenlijk maar één ambt, het ambt aller gelovigen, verbijzonderd in het openbare ambt van Woord en Sacrament, uitgeoefend door de predikant. Ouderlin­gen en diakenen bekleden een hulp-ambt, dat ook gemist zou kun­nen worden. Wel bestaat de kerkeraad uit ambtsdragers: predikant(en), ouderlingen, diakenen en kerkrentmeesters (kerkvoogden), maar de synode, rechtstreeks gekozen door de gemeenteleden, telt onder zijn leden naast een aantal predikanten gemeenteleden die geen ouder­ling, diaken of kerkrentmeester hoeven te zijn.
De verschillen maken het onmogelijk om de drie kerkorden zon­der ingrijpende veranderingen ineen te schuiven.
Op 25 oktober 1990 besloot de gezamenlijke vergadering van de generale synode van de Nederlandse Hervormde Kerk en de generale synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland ‘een werkgroep in te stellen met als opdracht het ontwerpen van een samenhangend geheel van grondleggende artikelen voor het gezamenlijk kerk-zijn van de zich h(v)erenigende kerken’. De structuur van de hervormde kerkorde in engere zin dient daarbij te functioneren als beginpunt en hoofdlijn. De synode van de Evangelisch-Lutherse kerk in het Koninkrijk der Nederlanden heeft zich hierbij aangesloten. De werkgroep bestaat uit vijf hervormde, vijf gereformeerde en drie evangelisch-lutherse leden. Zij dient in oktober 1992 aan de geza­menlijke vergadering van de (drie) synoden een ontwerp-kerkorde voor te leggen.

|185|

Inmiddels hebben de hervormde en de gereformeerde generale syno­den een tussenorde gegeven, een geheel van regelingen voor samen­werking en federatie op plaatselijk, classicaal, provinciaal en generaal vlak, waarbij de hervormde en de gereformeerde kerkorde intact ge­bleven zijn. Deze regelingen zijn bedoeld om de geleidelijke integra­tie van de beide kerkgemeenschappen, waarover op de eerste geza­menlijke vergadering van de beide synoden in 1973 gesproken werd, mogelijk te maken en te bevorderen. Federatie is een als blijvend be­doelde vorm van samenwerking op de belangrijkste arbeidsvelden van de kerk. Om tot plaatselijke federatie (officieel: brede interker­kelijke samenwerking) te mogen overgaan, is toestemming nodig van de gereformeerde classis en van het breed moderamen van de hervormde generale synode.
De tussenorde omvat inmiddels regelingen voor plaatselijke sa­menwerking, gemeenschappelijke kerkdiensten, plaatselijke federa­tie, de verkiezing van ambtsdragers, de gemeenschappelijke kerkeraad, het consulentschap, het gezamenlijke beheer, federatie van een hervormde centrale gemeente en een gereformeerde kerk met wijk-kerkeraden, de geldigheid van attestaties bij overgang van een her­vormde gemeente naar een gereformeerde kerk of andersom, classicale federatie, provinciale federatie, hoger beroep en arbitrage in SoW-situaties en begeleiding van het plaatselijk beheer door een pro­vinciaal college. In voorbereiding is een interimregeling voor het op­zicht over ambtsdragers. Met deze laatste aanvulling zal de tussenor­de compleet zijn. In een gevorderd stadium is de wijziging van de ge­hele tussenorde zodanig dat zij ook geldt voor evangelisch-lutherse gemeenten die een federatie willen aangaan met een hervormde ge­meente en/of een gereformeerde kerk.
Tot de tussenorde behoort ook de door de drie synoden aanvaarde Conventie voor de gezamenlijke vergadering van synoden, de kleine sy­node, de raad van deputaten en het waarnemerschap. Deze overeen­komst voorziet in een gezamenlijke vergadering van de hervormde generale synode, de gereformeerde generale synode en de evange­lisch-lutherse synode maar ook in het samenkomen van een aantal hervormde, gereformeerde en evangelisch-lutherse leden van deze grote synodevergadering in een kleine synode (een ‘synodus contracta’) om lopende zaken van formele aard te kunnen behandelen. In de conventie is ook de positie en de taak van de Raad van Deputaten Samen op Weg, een hulporgaan van de gezamenlijke vergadering van synoden en van de kleine synode ten behoeve van het Samen-op-Weg-proces, geregeld. Het waarnemerschap maakt het mogelijk

|186|

dat andere kerkgemeenschappen bij het SoW-proces betrokken zijn zonder daaraan deel te nemen. Momenteel is dat het geval met de Re­monstrantse Broederschap.
De tussenorde kent een aantal aanhangsels zoals een huishoudelij­ke regeling voor de gezamenlijke vergadering van synoden en voor de kleine synode en een handleiding voor samenwerkingsorganen. In een samenwerkingsorgaan werken samen een orgaan van bijstand van de hervormde generale synode, een deputaatschap van de gere­formeerde generale synode en in voorkomende gevallen een com­missie van de evangelisch-lutherse synode.
Zo groeien de drie in het SoW-proces betrokken kerkgemeen­schappen kerkordelijk geleidelijk naar elkaar en naar de vereniging.

 

LITERATUUR

Samen op weg: interimrapport van de hervormd-gereformeerde werk­groep ‘Samen op Weg’, aangeboden aan de generale synode van de Nederlandse Hervormde Kerk en de generale synode van de Gere­formeerde Kerken in Nederland, ’s-Gravenhage 1972.
Verslagen van de gezamenlijke vergaderingen van de generale syno­den van de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Ker­ken in Nederland, Leidschendam/Leusden:
— 1973, Utrecht;
— 1976, Utrecht;
— 1979, Lunteren;
— 1982, Lunteren;
— 1984, Lunteren en Amersfoort;
— 1986, Bunnik en Ede (2 dln).
Handreiking ten dienste van samenwerking van hervormde gemeen­ten en gereformeerde kerken, Kampen/’s-Gravenhage:
I. Handreiking ten dienste van samenwerking van hervormde gemeen­ten en gereformeerde kerken op plaatselijk vlak, 1977;
II. Samen door één doop, 1979;
III. Samen onder één Herder, 1980;
IV. Samen kerk zijn in de nabije toekomst, 1980;
V. Eén weg voor samen?!, 1981;
VI. Onze gezamenlijke opdracht in de jaren ’80, 1982;
VII. Samen kerk zijn in de nabije toekomst 2, 1983.
Tussenorde voor samenwerking van de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse

|187|

kerk in het Koninkrijk der Nederlanden, met toelichting en voorbeelden, in: Werkboek voor Samen op Weg, ’s-Gravenhage 1988.

B.J. Aalbers, ‘Samen op weg’, in: Werkboek voor predikanten in de Gereformeerde Kerken in Nederland, ’s-Gravenhage 1983.
B.J. Aalbers, ‘Samen op weg’, in: Werkboek voor predikanten in de Nederlandse Hervormde Kerk, ’s-Gravenhage 1983.
C.P. van Andel, Hervormden en Gereformeerden onderweg, ’s-Gra­venhage 1973.
C.P. van Andel, et al., Op weg naar hereniging, Kampen 1986.
Confessionele Vereniging in de Nederlandse Hervormde Kerk, Sa­men op weg: vanuit welk kerkbegrip?, 1984.
W. Bakker, ‘Struktuur, karakter en functioneren van de kerkorde als probleem in het proces van Samen op weg’, in: Gereformeerd Theolo­gisch Tijdschrift, 85e jrg. nr 2 (mei 1985), Kampen.
P. Estié, Het plaatselijk bestuur van de Nederlandse Lutherse Gemeen­ten, Amsterdam 1987.
J. Plomp, Een kerk in beweging, Kampen 1987.
J.M. Vlijm en H.W. de Knijff (red.), Elkaar verstaan, ’s-Gravenhage 1991.