(Cap. II) Van den kerckenraet ende andere kerckelicke versamelinghen

Artikel
34

19. Alle jaren (tenware dat de noot korter tijt vereysschede) sullen tesamen koemen vier, vijf of meer ghenabuerde classen, tot welcke versamelinghe twee dienaers ende twee ouderlinghen uut een yeghelicke classe koemen sullen ende, hoewel ander dienaers ende ouderlinghen derseluer bijwesen moghen, soo en sullen nochtans gheene dan de affghesondene keurstemmen hebben.