Bijlage 34

(bij art. 65 K.O.)

 

Instructie voor deputaten voor de pastorale verzorging van dove en slechthorende gemeenteleden (DSH)

1. Deputaten voor dove en slechthorende gemeenteleden regelen en begeleiden de speciale toerusting van de predikant;
2. zij staan de predikant met raad en daad terzijde, begeleiden hem en zien toe op de uitvoering van de hem gegeven instructie, naar de wijze waarop ouderlingen volgens art. 21 KO toezien op de ambtsdienst van hun medeambtsdragers;
3. zij behandelen eventuele klachten uit het midden van de kerken over het functioneren van de predikant; zij zullen echter alleen klachten in behandeling nemen als de klagende instantie eerst zelf getracht heeft met de predikant tot een oplossing te komen; zaken betreffende opzicht en tucht over de predikant laten zij over aan de kerkeraad;
4. zij trachten samen met de predikant de pastorale verzorging van de dove en slechthorende gemeenteleden te stimuleren en te coördineren; zij voorzien de predikant van de voor zijn werk benodigde communicatie-apparatuur;
5. zij vragen aan de in het land bestaande dovencommissies een jaarplan in te dienen voor de aanvang van elk jaar;
6. zij vragen jaarlijks, onder verwijzing naar een bijgevoegde beknopte begroting, aan de kerken om een bijdrage per ziel voor het landelijke werk ten bate van de doven en slechthorenden;
7. zij stellen tijdig aan de kerk te Zwolle-Zuid het bedrag ter beschikking voor het voldoen aan de verplichting die voor deze kerk voortvloeit uit de overeenkomst met de Vereniging Samenwerking Emeritering;
8.1. zij vergaderen minimaal vier maal per jaar;
8.2. zij wijzen naast de samenroeper, die als voorzitter optreedt, uit hun midden een secretaris en een penningmeester aan;
8.3. zij nodigen in de regel de predikant voor de arbeid onder doven en slechthorenden en de vertegenwoordiger van de kerk te Zwolle-Zuid uit om als adviserende leden aan hun vergaderingen deel te nemen;
9. zij bezien opnieuw het ‘Formulier voor de bevestiging van een dienaar van het Woord ten behoeve van de ambtelijke verzorging van de dove en slechthorende broeders en zusters in de Gereformeerde Kerken in Nederland’ (Rapport, bijl. 2) met betrekking tot de wijze waarop de Schrift wordt aangehaald;
10. zij onderzoeken of er middelen voorhanden zijn om Schrift en belijdenis zo dicht mogelijk bij de dove en slechthorende broeders en zusters te brengen;
11. als er een vacature ontstaat handelen zij naar de instructie van Ommen (Acta art. 42, besluit 6).
12. zij rapporteren aan de volgende generale synode; dit rapport dient drie maanden voor de aanvang van de generale synode aan de kerken te worden toegezonden.

(Berkel en Rodenrijs 1996, art. 35)