Bijlage 28

(bij art. 25 K.O.)

 

Instructie voor deputaten-curatoren van de Gereformeerde Missiologische Opleiding van de gereformeerde kerken in Nederland

Artikel 1
College
1. De door de generale synode benoemde deputaten-curatoren vormen samen het college van deputaten-curatoren, hierna te noemen het college.
2. Aan het college is de naleving van het reglement opgedragen.

Artikel 2
Terugtreding of schorsing als curator
1. Wanneer een curator of een secundus niet meer voldoet aan de voorwaarde dat hij lid in volle rechten is van een van de gereformeerde kerken in Nederland, is hij verplicht terug te treden als curator respectievelijk als secundus. Hij geeft daarvan onverwijld schriftelijk kennis aan de voorzitter; als het de voorzitter zelf betreft aan de secretaris.
2. Wanneer het college van oordeel is dat een curator of secundus zich gedraagt in strijd met de norm van Schrift en belijdenis of in de vervulling van zijn taak als curator of secundus schromelijk tekort schiet, zal het college hem schorsen. Het moderamen draagt er zorg voor dat binnen een maand nadien een vergadering wordt gehouden, waartoe alle curatoren en hun secundi tijdig worden uitgenodigd. Deze vergadering beslist of de schorsing wordt ingetrokken of verlengd dan wel gevolgd door ontslag. Een beslissing wordt slechts genomen indien de geschorste curator of secundus tijdig in de gelegenheid is gesteld, zich ter vergadering van curatoren en hun secundi te doen horen.
3. De curator die als zodanig is teruggetreden dan wel is geschorst of ontslagen, zal indien het college daarom verzoekt, binnen een week alle bescheiden die hij als curator respectievelijk als secundus onder zijn berusting heeft, ter beschikking van het college stellen.

Artikel 3
Het college en de studiebegeleider
1 Het college benoemt de studiebegeleider met inachtneming van de door de generale synode van Arnhem 1981 (acta, art. 107, I-A-3) gestelde voorwaarden: hij moet theoloog zijn, met kennis van zendingszaken en beschikken over organisatorische kwaliteiten.
2 a. Het college ziet erop toe, dat de studiebegeleider zich gedraagt overeenkomstig zijn ondertekeningsformulier en zich houdt aan zijn instructie.
b. Het college is bevoegd de studiebegeleider te schorsen en te ontslaan. Ingeval van schorsing roept het binnen een maand een vergadering van curatoren en hun secundi bijeen, waarin beslist wordt of de schorsing wordt ingetrokken of verlengd dan wel gevolgd wordt door ontslag. Een beslissing wordt slechts genomen indien de geschorste studiebegeleider tijdig in de gelegenheid is gesteld, zich ter vergadering van curatoren en hun secundi te doen horen.
3 Het college nodigt de studiebegeleider uit zijn vergaderingen geheel of voor een gedeelte bij te wonen.

Artikel 4
Het college en de docent algemene theologische vakken
1. Het college benoemt en docent algemene theologische vakken.
2. a. Het college ziet erop toe, dat de docent algemene theologische vakken zich gedraagt overeenkomstig zijn ondertekeningsformulier en zich houdt aan zijn instructie.
b. Het college is bevoegd de docent algemene theologische vakken te schorsen en te ontslaan. In geval van schorsing roept het binnen een maand een vergadering van curatoren en hun secundi bijeen, waarin beslist wordt of de schorsing wordt ingetrokken of verlengd dan wel gevolgd wordt door ontslag. Een beslissing wordt slechts genomen indien de geschorste docent tijdig in de gelegenheid is gesteld zich ter vergadering van curatoren en hun secundi te doen horen.

Artikel 5
Het college en de overige docenten
1. Het college benoemt docenten bijzondere theologische vakken en docenten algemene en bijzondere niet-theologische vakken.
2. a. Het college stelt de taakomschrijving voor deze docenten vast en ziet erop toe dat zij hun taak op behoorlijke wijze vervullen.
b. Het college is bevoegd deze docenten te ontslaan. Ingeval van ongevraagd ontslag zal de betrokken docent zich binnen een maand kunnen beroepen op een vergadering van curatoren en hun secundi die binnen een maand nadat de secretaris het beroepsschrift ontvangen heeft zal worden gehouden. In deze vergadering zal worden beslist of het ontslag al of niet zal worden gehandhaafd. De beslissing wordt slechts genomen indien de betrokken ontslagen docent tijdig in de gelegenheid is gesteld zich ter vergadering van curatoren en hun secundi te doen horen.

Artikel 6
Financiën
1. Het college stelt elk jaar uiterlijk in de maand november een begroting vast die betrekking heeft op de onderscheiden uitgaven en onkosten van het jaar daarna.
2. Het college stelt over elk jaar per 31 december een balans en een staat van baten en lasten op, alsmede een toelichting op deze stukken. Al deze stukken worden binnen vier maanden na afloop van het kalenderjaar door het college vastgesteld nadat het rapport van de in lid 3 genoemde controle is uitgebracht.
3. Het college draagt zorg voor de controle van de jaarstukken met inachtneming van de aanwijzingen van de generale synode.
4. De penningmeester is belast met het beheer van de geldmiddelen en het voeren van de financiële administratie van de GMO volgens een afzonderlijke instructie.

Artikel 7
Overige taken en bevoegdheden
1. Het college benoemt en ontslaat de secretaris van de studie-adviescommissie.
2. Het college doet regelmatig de studiecongressen bezoeken door een curator die daarover schriftelijk rapporteert.
3. Het college belegt elk jaar een bijzondere vergadering waartoe alle docenten worden uitgenodigd.
4. Het college belegt elk jaar ten behoeve van een ruimere kring van belangstellenden een themadag voor de behandeling van een actueel missiologisch onderwerp.
5. Het college draagt de verantwoordelijkheid voor de instandhouding van de bibliotheek van de GMO.

Artikel 8
Vergaderingen
1. Het college vergadert tenminste vier keer per jaar.
2. De voorzitter en de secretaris zijn samen bevoegd een vergadering uit te schrijven. Wanneer drie curatoren dat verzoeken, dienen zij een vergadering te doen plaatsvinden binnen een maand nadat het verzoek door de secretaris werd ontvangen.
3. De notulen van elke vergadering worden, zo mogelijk, in de eerstvolgende vergadering vastgesteld en door de voorzitter en de secretaris ondertekend.

Artikel 9
Bevoegdheid bezwaarde curator
Als een curator zich zodanig bezwaard voelt door het beleid of een beslissing van het college, dat hij van oordeel is zich te moeten wenden tot een vergadering van curatoren en hun secundi, zullen de voorzitter en de secretaris op zijn verzoek binnen een maand een zodanige vergadering uitschrijven, onverminderd de bevoegdheid van de betrokken curator zich te wenden tot de eerstvolgende generale synode.

(Heemse 1984/5, art. 75-7;
Spakenburg-Noord 1987, art. 84)