Bijlage 17

(bij art. 18 K.O.)

 

Instructie voor deputaten-curatoren van de Theologische Universiteit van de gereformeerde kerken in Nederland.

Artikel 1
College
1. Curatoren vormen tezamen het college van deputaten-curatoren, dat uit zijn midden een president, een secretaris en een assessor kiest die jaarlijks aftreden doch terstond herkiesbaar zijn.

Moderamen
De president, de secretaris en de assessor vormen tezamen het moderamen. Het college wijst een curator aan die bij verhindering van een van de moderamenleden het moderamen aanvult.

Delegatie
2. Het college van deputaten-curatoren kan een of meer van zijn taken delegeren aan een of meer curatoren of aan een commissie van curatoren. Het college blijft aansprakelijk voor het geheel van de aan curatoren opgedragen taken.

Artikel 2
Terugtreding als curator
1. Wanneer een curator of een secundus niet meer voldoet aan de eis dat hij lid in volle rechten is van een van de gereformeerde kerken in Nederland, behoort hij terug te treden als curator respectievelijk als secundus. Hij geeft daarvan onverwijld schriftelijk kennis aan de president; als het de president zelf betreft aan de assessor.
2. De president respectievelijk de assessor geeft van het terugtreden van een curator of een secundus kennis aan een of meer curatoren en/of secundi, indien en voor zover dit bevorderlijk is voor de goede voortgang van de werkzaamheden.

Schorsing
3. Wanneer het college van deputaten-curatoren van oordeel is dat een curator of een secundus zich gedraagt op een wijze die een lid van de gereformeerde kerk niet past of in de vervulling van zijn taak als curator of secundus schromelijk tekort schiet, zal het college hem schorsen. Het moderamen draagt er zorg voor dat binnen een maand nadien een vergadering wordt gehouden, waartoe alle curatoren en hun secundi tijdig worden uitgenodigd. Deze vergadering beslist of de schorsing wordt ingetrokken, verlengd of gevolgd door ontslag. Een beslissing wordt slechts genomen indien de geschorste curator of secundus tijdig is uitgenodigd om in de vergadering te verschijnen en, indien verschenen, in de gelegenheid is gesteld zich te doen horen.

Afdracht van bescheiden
4. De curator of secundus die is teruggetreden of ontslagen of als zodanig heeft bedankt, draagt er zorg voor dat binnen een week nadien alle bescheiden die hij als curator respectievelijk secundus onder zijn berusting heeft, ter beschikking van het college komen.

Artikel 3
Algemene taak
1. Aan het college van deputaten-curatoren is opgedragen de behartiging van hetgeen in algemene zin kan strekken ten nutte van de Theologische Universiteit.

Opleggen beperking van werkzaamheden
2. Indien het college van oordeel is dat een docent zich in leer of leven dermate heeft misgaan dat hem een beperking van zijn werkzaamheden moet worden opgelegd, legt het hem de beperking op die het, gelet op de omstandigheden, raadzaam acht.
Indien het daartoe redenen aanwezig acht, bevordert het college, ingeval de beperking in de werkzaamheden is opgelegd aan een hoogleraar, de zo spoedig mogelijke bijeenroeping van een generale synode teneinde deze nader te laten oordelen; betreft de beperking de werkzaamheden van een universitair (hoofd)docent of de bibliothecaris, dan oordeelt de eerstkomende generale synode nader.

Extra verlof
3. Het college kan aan een docent, gehoord de redenen, verlof geven buiten de gewone vakanties, doch in de regel slechts eenmaal in een periode van drie jaren en voor een periode van ten hoogste drie maanden.

Bezoek colleges en examens
4. Het college doet tenminste twee maal per cursusjaar colleges en examens bezoeken door telkens twee curatoren die over hun bevindingen schriftelijk aan curatoren rapporteren.
Ieder van de curatoren heeft te allen tijde toegang tot colleges en examens.

Klacht van student
Het college doet uitspraak inzake een bij hem binnengekomen klacht van een student over een aan deze door de senaat opgelegde tuchtmaatregel.

„Schooldag” commissie
6. Het college benoemt jaarlijks een commissie, die belast is met de voorbereiding van een jaarlijks te organiseren „Schooldag” en daarover schriftelijk aan hem rapporteert.

Rapport
7. Het college zendt het aan elke gewone generale synode uit te brengen rapport aan alle kerken toe, uiterlijk drie maanden voor de aanvang van de generale synode.

Publicatie in pers
8. Het college verstrekt aan de pers een kort verslag van hetgeen in zijn vergadering is behandeld, voor zover daarvoor in aanmerking komend. Hetzelfde geldt met betrekking tot een jaarlijks door de senaat en een door de bibliothecaris op te stellen verslag.

Artikel 4
Overig personeel, formatieplan
1. Het college van deputaten-curatoren stelt tezamen met het college van deputaten-financieel een formatieplan op dat aangeeft het aantal en de kwaliteit van de functies die moeten worden bezet door het overige personeel als bedoeld in art. 7, lid 1, van het Statuut.

Benoeming, schorsing, ontslag
2a. In geval van een vacature in de functie van pedel, of beambte van de bibliotheek, selecteert en benoemt het college van deputaten-curatoren een persoon ter vervulling van die vacature; het college beslist tevens over schorsing en ontslag van personen in genoemde functies werkzaam.
2b. In geval van een vacature in een andere functie selecteert en benoemt het college van deputaten-financieel; dit college beslist tevens over schorsing en ontslag van personen in deze functie werkzaam.

Arbeidsvoorwaarden, instructie
3. De vaststelling van de arbeidsvoorwaarden en van de instructie van het in lid 1 bedoelde overige personeel geschiedt door het college van deputaten-curatoren tezamen met het college van deputaten-financieel.

Toezicht
4a. Het college van deputaten-curatoren houdt toezicht op de functieuitoefening van de pedel en de beambten van de bibliotheek en heeft tenminste eenmaal per jaar een onderhoud met ieder van hen.
4b. Met betrekking tot het personeel in de andere functies rusten gelijke verplichtingen op het college van deputaten-financieel.

Stichting als werkgeefster
5. In de arbeidsovereenkomsten, af te sluiten met de leden van het in lid 1 bedoelde overige personeel, treedt de stichting ‘Stichting voor de financiële verzorging van de opleiding tot de dienst des Woords in de gereformeerde kerken in Nederland’ als werkgeefster op. Het college van deputaten-financieel machtigt als bestuur van de stichting het college van deputaten-curatoren onherroepelijk tot de in lid 2a en 4a met betrekking tot bedoeld personeel omschreven handelingen.

Artikel 5
Vergaderingen
1. Een vergadering van curatoren wordt uitgeschreven wanneer de president en de secretaris gezamenlijk dit wenselijk achten en wanneer tenminste drie curatoren daarom verzoeken.
De notulen van elke vergadering worden, zo mogelijk, in de eerstkomende vergadering vastgesteld en door de president en de secretaris ondertekend.

Jaarlijkse agenda
In de vergadering omstreeks de opening van de cursus komen aan de orde:
a. de verkiezing van het moderamen,
b. het verslag van de senaat,
c. het verslag van de bibliothecaris,
d. de regeling van het bezoeken van colleges en examens.
In de vergadering omstreeks het einde van de cursus komen aan de orde:
a. de benoeming van een rector,
b. het vaststellen van het collegerooster.

Hoogleraren ter vergadering
3. De hoogleraren hebben het recht de vergaderingen bij te wonen met raadgevende stem, met name wanneer zaken aan de orde zijn die speciaal hun werk regarderen.
Als regel laat de senaat zich ter vergadering (of gedeelte ervan) vertegenwoordigen door rector en secretaris.

Artikel 6
Instructie deputaten-financieel en reglement docenten
Curatoren nemen kennis van de instructie voor deputaten-financieel en van het reglement voor docenten en geven, voor zover nodig, hun medewerking aan de uitvoering van de daarin opgenomen bepalingen.
Het college van deputaten-curatoren vergadert tezamen met het college van deputaten-financieel wanneer dit door tenminste een van beide colleges gewenst wordt geacht.

Artikel 7
Bevoegdheid bezwaarde curator
Iedere curator, die zich zodanig bezwaard gevoelt door het beleid of een beslissing van het college van deputaten-curatoren, dat hij van oordeel is zich te moeten wenden tot een vergadering van curatoren tezamen met hun secundi, kan de president en de secretaris verzoeken een zodanige vergadering, te houden binnen drie maanden na het verzoek, uit te schrijven, onverminderd zijn bevoegdheid zich te wenden tot de eerstkomende generale synode.

(Groningen-Zuid 1978, art. 59, bijlage 10b, blz. 456-458;
Arnhem 1981, art. 108; Spakenburg-Noord 1987, bijlage Xc, blz. 408-411;
Ommen 1993, art. 60)