Artikel 6

Beroep naar een andere kerk

Wanneer predikanten beroepen worden naar een andere kerk, zal de beroeping eveneens geschieden door de kerkeraad en de diakenen, met medewerking van de gemeente en met inachtneming van de plaatselijk vastgestelde regeling.
De kerken zullen zich houden aan de generale kerkelijke bepalingen over de beroepbaarheid van predikanten die buiten Nederland gediend hebben in kerken van gereformeerde belijdenis en over het meer dan eenmaal beroepen van dezelfde predikant in dezelfde vacature.
Kerken zonder predikant in actieve dienst zullen beroepen met advies van de consulent die door de classis aangewezen is.
Voor alle kerken geldt dat de goedkeuring van de classis vereist is. Aan haar zullen de volgens dit artikel beroepen predikanten een goede attestatie inzake leer en leven tonen. De eveneens vereiste goedkeurig van de gemeenteleden is verkregen, wanneer de naam van de beroepen predikant op twee achtereenvolgende zondagen in de kerk is afgekondigd en er geen wettig bezwaar is ingebracht.
De bevestiging zal plaatshebben in een eredienst, waarbij het daarvoor vastgestelde formulier dient gebruikt te worden.

 

Regeling voor de beroeping van een predikant

Zie: Bijlage 1B-1

 

Ontwerp voor een beroepsbrief

Zie: Bijlage 2-1

 

Toelating van buitenlandse predikers

Predikers uit gereformeerde kerken buiten Nederland hebben bewijs over te leggen aangaande hun beroep tot de dienst, belijdenis en wandel. Zij hebben voorts zich te onderwerpen aan een colloquium aangaande leer en wetenschap, dat eenzelfde graad van ontwikkeling eist als het preparatoir en peremptoir examen van de door de gereformeerde kerken in Nederland toegelatenen. Indien zij echter reeds voorheen door deze kerken waren toegelaten, zal men eenvoudig een onderzoek instellen, of zij, wat de leer aangaat, dezelfden zijn gebleven.

(Dordrecht 1893, art. 165)

 

Colloquium aangaande leer en wetenschap

Het colloquium aangaande leer en wetenschap, waarvan gesproken wordt in art. 165 van de acta van de synode te Dordrecht 1893, zal worden gehouden door de classis, bijgestaan door de deputaten naar art. 49 K.O. van de particuliere synode, en zal inzonderheid gaan over kennis van de gereformeerde leer en kerkregering.

(Groningen 1927, art. 161)

 

Korte bediening

Daar de korte bediening van een kerk tegen haar belang strijdt, wordt de kerkeraden ernstig ontraden, om leraars, die nog geen twee jaar in hun standplaats werkzaam zijn, te beroepen.

(Dordrecht 1893, art. 168; Groningen 1899, art. 28)

 

Herhaling van beroep

Het voor de tweede maal beroepen van dezelfde dienaar van het Woord in dezelfde vacature zal niet zonder toestemming van de classis mogen geschieden.

(Dordrecht 1893, art. 164)

 

Verwisseling van predikanten

De synode adviseert aan kerken en dienaren van het Woord naar de volgende regels te handelen:
1. indien twee kerken en haar dienaren van het Woord door onderlinge samenspreking tot overeenstemming inzake de verwisseling van predikanten gekomen zijn, gaan deze kerken op dezelfde dag over tot het beroepen van elkaars dienaren van het Woord en ontvangen later op deze wijze van beroep de goedkeuring van de classis;
2. aan de particuliere synoden wordt door de generale synode aanbevolen elk twee deputaten ad art. 49 K.O. aan te wijzen, tot wie de kerken en (of) dienaren van het Woord zich kunnen wenden als tot vertrouwensmannen om in gevallen als bovengenoemd van raad en bijstand te dienen en
3. bedoelde deputaten van een particuliere synode kunnen zich verstaan met die van een ander ressort, opdat verwisseling tussen kerken uit verschillende ressorten desgewenst  wordt bevorderd.

(Sneek 1939, art. 67)

 

Advies van de classicale consulent

Bij het advies van de classicale consulent naar art. 6 K.O. komt ook in aanmerking de vraag, of de beroepende kerk in staat is de beroepen leraar naar eis van Gods Woord te onderhouden.

(Dordrecht 1893, art. 169)

 

Emeritaats-honorarium

De synode legt er nadruk op, dat reeds aanstonds bij het beroepen het emeritaats-honorarium dienst vastgesteld te zijn.

(Arnhem 1902, art. 144; zie voor een ontwerp voor
emeritaats-regeling: Bijlage 8-1)

 

Rapport deputaten dienst en recht

Besluit 6:
kerkenraden en predikanten op te roepen mee te werken aan initiatieven die worden ontplooid met betrekking tot de mobiliteit van predikanten, en deputaten dienst en recht te informeren wanneer bij een predikant de wens ontstaat van verandering van standplaats.

Gronden:
1. een grotere doorstroom van predikanten van de ene gemeente naar de andere kan mogelijkerwijs het ontstaan van probleemsituaties in een bepaalde gemeente waar een predikant te lang werkzaam is, voorkomen;
2. in de praktijk van de actuele hulpverlening door deputaten dienst en recht (en eerder al deputaten ad art. 14 KO) is gebleken dat het meewerken aan herplaatsing van een predikant of het bewerken van een ruiling een uitstekend instrument kan zijn om gerezen moeiten op te lossen; daarvoor zouden deputaten tijdig op de hoogte moeten zijn van mogelijkheden die ontstaan doordat een gemeente vacant wordt, of doordat een predikant bereid blijkt een beroep naar elders in overweging te nemen.

(Amersfoort 2005, art. 55)