|
Inhoudsopgave
WOORD VOORAF
Gebruikte afkortingen
1. Inleiding, Probleem- en doelstelling
2. De geschiedenis van de vluchtelingenkerken in London
3. De Franse en Nederlandse kerk onder Elizabeth
4. Italiaanse en Spaanse protestanten in Londen
5. De vreemdelingen en de vluchtelingenkerken
6. De lidmaten van de vluchtelingenkerken
7. De ouderlingen en diakenen van de vluchtelingenkerken, 1568-1585
8. De predikanten
9. Beleidsinstanties en beleidsinstrumenten
10. Het beleid van de kerken
11. De handhaving van de kerkelijke tucht in de Nederlandse kerk
12. De handhaving van de kerkelijke tucht in de Franse kerk
13. De handhaving van de kerkelijke tucht in de Italiaanse kerk
14. De tucht in de drie vluchtelingenkerken: een vergelijking
15. De vreemdelingenkerken en de Nederlandse Opstand
16. Extern kerkelijk beleid I. Synodes en classes
17. Extern kerkelijk beleid II. Opleiding en steun
18. Een vergelijking met andere gereformeerde kerken
19. De Nederlandse, Franse en Italiaanse kerken in Londen 1568-1585. Een balans
Bijlagen
Summary
Archivalia en literatuur
Registers
|
[229] 18. Een vergelijking met andere gereformeerde kerken
Aan het eind gekomen van de behandeling van de drie vluchtelingenkerken in Londen wil ik in een korte schets een vergelijking maken met de kerk in Genève en met de Nederlandse gemeente in Wezel. De keuze van deze laatste kerk is mede ingegeven door de zeer recente verschijning van de kerkeraadsprotocollen van deze kerk.
18.1. Genève
Genève fungeerde omstreeks het midden van de zestiende eeuw als brandpunt van het gereformeerd protestantisme. Calvijn, en later Beza, hebben een indrukwekkende verzameling correspondentie nagelaten met vele vooraanstaande reformatoren. In deze paragraaf willen we kijken naar de kerk van Genève en ons de vraag stellen in hoeverre de structuur en de activiteiten van het consistorie van de gereformeerde kerk van Genève een voorbeeld zijn geweest bij de ontwikkeling van de vluchtelingenkerken in Londen na 1559. Op grond van een recent artikel van R.M. Kingdon1 en een studie van E. William Monter2 onderzoeken we de structuur, leden en activiteiten van het 'consistoire' van de kerk van Genève. Het consistoire van Genève was in essentie een burgerlijk instituut, op één hoogte functionerend met commissies van toezicht op bouwwerken, financiën, graanvoorziening3. Het bestond uit drie, later twaalf leken. De stadspredikanten en die van de omliggende dorpen waren lid ex officio. Bij volledige opkomst vormden zij een meerderheid in het consistoire4. De leken werden gekozen uit de Kleine Raad, het dagelijks stadsbestuur, en uit de Raad van Tweehonderd. Elk jaar stelde de Kleine Raad een kandidatenlijst voor het ouderlingschap op, die -in principe-eerst voorgelegd werd aan de predikanten. De termijn van de ouderlingen was in beginsel één jaar, maar van de mogelijkheid tot verlenging werd een ruim gebruik gemaakt. De aldus gekozen ouderlingen ontvingen voor het vervullen van hun functie een bescheiden presentiegeld. Het consistorie beschikte over twee gesalarieerde beambten: de secretaris, wiens taak bestond uit de notulering van de genomen besluiten, en de 'officier' die tot taak had personen voor het consistorie te dagvaarden. Kingdon is in staat ons een globale indruk te geven van hun beroep en status. De meesten waren koopman of leden van de gestudeerde klasse en behoorden tot de hoogste laag van de
__________
1) R.M. Kingdon: 'Calvin and the Establishment of consistory discipline in Geneva: the Institution and the Men who directed it', in NAKG 70 (1990), p. 158-172.
2) 'The Consistory of Geneva, 1559-1569', in: Enforcing Morality in Early Modern Europe, Londen 1987, p. 467-484.
3) Deze alinea op grond van het artikel van Kingdon, a. w., p. 162-164.
4) In 1564 bestond het predikantencorps, de 'Vénérable Compagnie des pasteurs', uit negentien predikanten.
[230] bevolking, de 'bourgeois'5. Aan het eind van het leven van Calvijn, een tijd waarin de helft van de bevolking uit religievluchtelingen bestond, konden ook burgers die geen 'citoyen' waren het ouderlingschap op zich nemen. Het betrof veelal zeer weigestelden of personen met bijzondere verdiensten voor de stad6. Het predikantencorps van Genève bestond daarentegen tot diep in de zeventiende eeuw (bijna) geheel uit buitenlanders, niet zelden niet als burger van de stad ingeschreven. Deze omstandigheid stond borg voor vele conflicten met 'oude' inwoners, die de autoriteit aanvochten van de predikanten, die zij zagen als buitenlandse indringers. Het voorzitterschap van het consistorie was in handen van één van de vier burgemeesters van de stad7. De ouderlingen waren gekozen uit de stadsraden, en uit dien hoofde in de eerste plaats aangesteld voor het burgerlijk bestuur. Voor hen vormde het werk in het consistorie slechts een deel van hun werkzaamheden. Hun aanwezigheid, en het voorzitterschap van een van de burgemeesters, maakte het consistoire een mengvorm van van kerkelijk en burgerlijk gezag. De hoge sociale status van de ouderlingen benadrukte hierbij het 'regeringsaspect' van het consistorie, eerder dan het kerkelijke aspect. Kwam dit nu ook tot uiting in het opzicht dat het consistoire uitoefende op de inwoners van Genève? De activiteiten van het consistoire van Genève Gezien de voorbeeldfunctie van Genève voor het gereformeerd protestantisme zou men mogen verwachten dat de registers van dit consistoire al lang geleden voorwerp van onderzoek zouden zijn geweest. Dat zijn ze ook wel geweest, o.m. in de bekende studie van W. Kohier, Zürcher Ehegericht und Genfer Konsistorium8. Zoals Kingdon onlangs heeft aangetoond, zijn Köhlers statistieken over de activiteiten van het consistorie van Genève 'completely worthless'. Zij zijn gebaseerd op een transcriptie van delen van registers door de negentiende eeuwse Geneefse oudheidkundige F.-A. Cramer. Deze transcriptie bevat echter een selectie van circa 5% uit de registers van het consistorie, waarbij hij bovendien voorkeur aan de dag legde voor 'spectaculaire gevallen'. Elke studie die zich op deze selectie heeft gebaseerd, moest een sterk vertekend beeld geven van de feitelijke activiteiten van het consistorie9. In de nabije toekomst mogen we een volledige transcriptie van alle registers van het consistorie van Genève verwachten10.
__________
5) Van lagere statuur waren de 'citoyens'. Verder afdalend langs de sociale ladder vinden we de 'habitants', veelal knechten en tijdelijke bewoners zonder bezittingen van betekenis. Ibidem, p. 163.
6) Ibidem, p. 164.
7) Ibidem, resp. 162; p. 164-165.
8) Twee banden, Leipzig 1942.
9) Voor het voorgaande zie men Kingdon, a.w., p. 169-170.
10) Over het project van publicatie van de acta van het consistorie van Genève zie Kingdon, a. w., p. 170-172. Men hoopt op korte termijn (1994) een eerste deel over de jaren 1542-1544 te publiceren. Het zal nog wel even duren voordat dit project tot in de jaren 1560-1570 is beland, wanneer we ze naast de vroegst bekende 'Londense' acta kunnen leggen. De vroegste aantekeningen van het consistorie in
[231] Voor een gedetailleerde beschrijving van de activiteiten van het consistorie van Genève moeten we ons derhalve baseren op een artikel van E. William Monter, die de activiteiten van het consistorie heeft onderzocht11. Hij onderzocht hiertoe tien, naar zijn zeggen representatieve vergaderingen van het consistoire uit de jaren 1559-156312. Hij kwam tot de volgende conclusies: (1) Per vergadering werden zestien agendapunten behandeld. (2) De meeste opgeroepen personen werden niet geëxcommuniceerd [sic!13]. (3) De zaken in deze tien vergaderingen resulteerden in 52 excommunicaties. (4) Sommige personen kwamen eerder met een verzoek bij het consistorie dan dat ze verschenen op bevel. (5) Zijn algemene indruk is dat tweederde van de opgeroepen personen er vanaf kwam met een vermaning (rémontrance). (6) Een standaard activiteit van het consistorie is het bijleggen van twisten en ruzies. Deze eindigen door elkaar te vergeven en dit te bekrachtigen met een handdruk en een verklaring dat men elkaar voortaan voor 'gens de bien' houdt. (7) Toch registreert Monter nog ongeveer vijf excommunicaties14 per week gemiddeld, hetgeen naar zijn berekening resulteert in jaarlijks 260 excommunicaties. (8) Twee hoofdoorzaken van excommunicatie registreerde hij: in de eerste plaats sexuele overtredingen, in de tweede rebellie, waaronder het consistoire vooral illegale deelname aan het avondmaal verstaat. (9) Andere redenen voor excommunicatie zijn een aantal gevallen van diefstal, vijf gevallen van superstitie/domheid, vijf leugenaars (onder wie ook valse aangevers bij het consistorie werden verstaan), één vandaal, één woekeraar en één persoon die zich in Frankrijk als roomskatholiek had voorgedaan15. Naast een onderzoek naar de activiteiten van het consistoire heeft Monter onderzoek gedaan naar de criminele processen in Genève in het jaar 156216. Het is voor het onderzoek naar de handhaving van de kerkelijke tucht in Londen zeer verhelderend. Uit zijn bevindingen blijkt dat veel zaken die in Genève onder het strafrecht vielen in de vluchtelingenkerken in Londen door het consistorie afgehandeld mochten worden. Een restant van het 'corpus corporatum et civile' dat de vluchtelingen in 1550 werd toegestaan? In onderstaande tabel staan de
__________
Emden dateren van 1557.
11) 'The Consistory of Geneva, 1559-1569' in Enforcing Morality in Early Modern Europe, Variorum Reprints, London 1987, p. 467-484.
12) Namelijk die van 06-04-1559; 18-01-1560; 25-04-1560; 21-11-1560; 11-09-1561; 09-10-1561; 22-10-1562; 04-02-1563; 23-09-1563; 02-12-1563.
13) Het onderhavige artikel dateert uit dejaren zestig. Monter was zich het onderscheid blijkbaar niet bewust tussen de verschillende trappen van de discipline. Hij onderscheidde niet tussen afhouding van het avondmaal en afsnijding (excommunicatie maior). Het duidelijkst is dit op te maken uit het artikel 'The Consistory of Geneva', p. 477. Hier constateert Monter zelf al dat de excommunicatie als regel tijdelijk was.
14) Bedoeld is uiteraard weer afhouding van het avondmaal.
15) Deze laatste rekende Calvijn tot de 'Nicodemieten', naar Nicodemus uit het evangelie naar Johannes.
16) 'Crime and Punishment in Calvin's Geneva, 1562' in: Enforcing Morality in Early Modern Europe. Variorum Reprints. London 1987, p. 265-290.
[232] strafrechtelijke overtredingen (totaal 197 gevallen) behandeld door de Geneefse overheid in 156217:
Echtbreuk, verkrachting, ontucht: 39 Moord: 5 Diefstal en heling: 40 Ruzie met geweldpleging: 5 Beroepsmisdrijven: 21 Blasfemie/Vloeken: 4 Rebellie18: 17 Illegale terugkeer na verbanning: 4 Tovenarij: 11 Opposanten contra kerk19: 4 Misdrijven van de nachtwacht: 6 Ketterij: 3 Laster: 8 Homosexualiteit: 2 Fraude: 6 Niet classificeerbaar, triviaal: 20
Men ziet dat zaken van huwelijk en sexualiteit in Genève vrij spoedig vielen onder de criminele justitie. Ongeoorloofde sexuele omgang werd standaard bestraft met drie dagen gevangenis op water en brood. Desondanks komt ook William Monter tot de conclusie dat het consistorie zaken van huwelijk en sexualiteit behandelde met de vooropgezette bedoeling 'to uphold the dignity of marriage in every way possible'20. Hekserij, een verschijnsel dat we in Londen alleen maar in de milde vorm van waarzeggerij ontmoet hebben, kwam in Genève vaker voor, en werd strenger bestraft. Vijfmaal werd eeuwige verbanning uitgesproken, tweemaal de doodstraf21. Het is een intrigerend verschijnsel dat de criminelejustitie in Genève soms kerkelijke straffen oplegde. Een onboetvaardig molenaar die de beroepsregels overtreden had, kreeg de verplichting om catechismus-onderwijs te volgen voor een jaar. Een boer die per ongeluk een kind had overreden, hetgeen nooit ontdekt was, maardiezich uit gewetenswroeging na vijfjaar vrijwillig bij de autoriteiten meldde, kreeg als straf om publiek berouw te tonen en een jaar lang de zondagsdienst bij te wonen(!).
Conclusie De bevoegdheden van het consistoire van Genève overtroffen die van willekeurig welk consistorie in Londen. Het opzicht van het consistorie betrof immers alle inwoners van Genève. Elke gedoopte werd tot de kerk gerekend. Daarnaast mocht het consistoire dan een subcommissie zijn van de Raden van Genève, het kwam in het centrum van de macht te staan door het bezit
__________
17) Ontleend aan 'The Consistory of'Geneva 1559-1569', Ibidem, p. 262-264.
18) Rebellie of 'arrogantie' t.o.v. diverse autoriteiten, bijv. predikanten, ouders of publieke officials.
19) Zaken in verband met de zogenaamde 'Perrinisten', de politieke tegenstanders van Calvijn die vanaf 1555 in ballingschap waren.
20) In het artikel 'The consistory of Geneva 1559-1569' in Enforcing Moraliry in Early Modern Europe, p. 473.
21) Over de relatief milde behandeling van hekserij in Genève zie men het tweede deel van de bundel Enforcing Moraliry in Early Modern Europe, dat geheel aan de bestudering van de vervolging van hekserij is gewijd: hoofdstukken 9 tot en met 14 onder de titel 'Witchcraft and Associated Crimes', p. 435-370.
[233] van het exclusieve recht van excommunicatie. Daarnaast kon het consistorie, vanwege de vermenging van kerkelijk en wereldlijk opzicht, veel macht uitoefenen door de personele verbinding van magistraat en kerkelijk opzicht. Juist de behandeling van bepaalde zaken door de criminele justitie vestigt onze aandacht op het feit dat het consistorie van de verschillende vluchtelingenkerken in Londen een ruime bevoegdheid bezat om te handelen met de eigen gemeenteleden in zaken die elders gemakkelijk onder de criminele justitie zouden zijn gevallen.

|