Uitgebreid zoeken
Kerkrecht.nl
Help
Contact

Boersma, O., Vluchtig voorbeeld. De Ned., Fr. en It. vluchtelingenkerken in Londen, 1568-1585, 1994


auteur(s): Boersma, O.
genre: Historisch kerkrecht
bundel:
tijdschrift:
jaargang:
uitgever:
plaats: Kampen
jaar: 1994
druk: 1
ISBN/ISSN: 90-9006956-9
aantal pagina's: 319
PROEFSCHRIFT
ter verkrijging van de titel van doctor in de godgeleerdheid, aan de Theologische Academie, uitgaande van de Johannes Calvijnstichting te Kampen, op gezag van de rector dr. C. Houtman, hoogleraar in het Oude Testament, in het openbaar te verdedigen op vrijdag 18 maart 1994 des namiddags te drie uur
in de aula van de Theologische Universiteit, Oudestraat 6 te Kampen.
De digitalisering van dit boek is verzorgd door de heer H. Oost te Zuidhorn.

  • Inhoudsopgave
  • WOORD VOORAF
  • Gebruikte afkortingen
  • 1. Inleiding, Probleem- en doelstelling
  • 2. De geschiedenis van de vluchtelingenkerken in London
  • 3. De Franse en Nederlandse kerk onder Elizabeth
  • 4. Italiaanse en Spaanse protestanten in Londen
  • 5. De vreemdelingen en de vluchtelingenkerken
  • 6. De lidmaten van de vluchtelingenkerken
  • 7. De ouderlingen en diakenen van de vluchtelingenkerken, 1568-1585
  • 8. De predikanten
  • 9. Beleidsinstanties en beleidsinstrumenten
  • 10. Het beleid van de kerken
  • 11. De handhaving van de kerkelijke tucht in de Nederlandse kerk
  • 12. De handhaving van de kerkelijke tucht in de Franse kerk
  • 13. De handhaving van de kerkelijke tucht in de Italiaanse kerk
  • 14. De tucht in de drie vluchtelingenkerken: een vergelijking
  • 15. De vreemdelingenkerken en de Nederlandse Opstand
  • 16. Extern kerkelijk beleid I. Synodes en classes
  • 17. Extern kerkelijk beleid II. Opleiding en steun
  • 18. Een vergelijking met andere gereformeerde kerken
  • 19. De Nederlandse, Franse en Italiaanse kerken in Londen 1568-1585. Een balans
  • Bijlagen
  • Summary
  • Archivalia en literatuur
  • Registers
  • 5.4. Rijke kooplieden en de vreemdelingenkerken.

    5.4. Rijke kooplieden in Londen en de vreemdelingenkerken

    De Italiaanse kooplieden in Londen vormden in het begin van de regering van Elizabeth een belangrijk deel van de economische elite. In 1564 vinden we dertien Italianen op een totaal van zevenentwintig personen in de hoogste belastingcategorie (£50 of meer). Het ligt voor de hand om bij deze Italiaanse natie in Londen onmiddellijk te denken aan de Italiaanse protestantse gemeente, die sinds 1565 diensten hield in de kapel van de Mercers' Hall. De relatie tussen Italiaanse kooplieden en Italiaanse kerk blijkt echter niet zo eenvoudig. Driekwart van de in Londen gevestigde Italianen behoorde in 1568 nier tot de Italiaanse kerk in Londen. Een klein deel van hen was op dat tijdstip lid van de Anglicaanse kerk, maar velen namen een voorzichtige neutraliteit in acht, in afwachting van de uitkomst van de onzekere politieke en kerkelijke situatie tijdens de eerste jaren van het bewind van koningin Elizabeth. Misschien werd de neutraliteit voor sommigen ingegeven door het feit dat ze rekening moesten houden met terugkeer naar Italië. Dan zou overgang tot het protestantisme bij hun terugkeer tot problemen kunnen leiden. Maar los hiervan hebben we reden te veronderstellen dat de meerderheid van de Italiaanse kooplieden, althans tot en met 1570, in feite roomskatholiek gezind was. In 1568 moest de Italiaanse natie, waartoe ook een tiental Nederlandse kooplieden behoorde, een postmeester kiezen. Voor deze functie kwamen twee kandidaten in aanmerking: de Brugse koopman Raphaël van de Putte, op dat moment nog sympathiserend met de vluchtelingenkerken, na 1569 volwaardig lid van de Nederlandse kerk. De andere kandidaat was eveneens een Nederlander, de Waalse koopman Geoffroy Maréchal uit Bergen in Henegouwen, een man van wie we weten dat hij Spaansgezind41 was, en naar alle waarschijnlijkheid ook roomskatholiek42. Twee predikanten, Jean Cousin van de Franse kerk en Hieronimus Ferlitus van de Italiaanse, schreven de Privy Council aan ten faveure van eerstgenoemde. Maréchal werd gekozen. Het tekent de verhoudingen binnen de Italiaanse natie dat de vergadering waarin dit gebeurde plaatsvond ten huize van Roberto Ridolfi, een koopman uit Florence die rond deze tijd nauwe contacten onderhield met kringen die werkten aan de val van Elizabeth. De eerste en invloedrijkste ondertekenaars behoorden

    __________

    39) Whitechapel, Eastsmithfïeld, Bishopsgate Ward Without en de plaatsjes noordelijk hiervan.

    40) In 1571 is de verdeling als volgt: In Langborn Ward wonen achttien leden van de Italiaanse kerk, in Broad Street Ward twaalf, in Aldgate twaalf, in Candlewick Street Ward elf, in Tower acht, in Bridge Ward Within zes, in Billingsgate Ward vijf en in Portsoken Ward vier. In deze wijken woont derhalve meer dan driekwart van de geregistreerde 98 leden van de Italiaanse kerk in 1571.

    41) Dit leiden we af uit het feit dat in 1568 gezanten van de hertog van Alva in zijn huis verblijf houden.

    42) In de returns is hij consequent aangeduid met de term 'of no church'.




    [49] ofwel tot de mensen die in het huis van de Spaanse ambassadeur naar de mis gingen43, of op zijn minst tot diegenen die tot laat in de zestiende eeuw zich ver hielden van vreemdelingenkerken èn Anglicaanse kerk. Deze verhoudingen binnen de Italiaanse natie veranderden na 1570. In dat jaar proclameerde de paus zijn bul tegen Elizabeth, waardoor de Engelse autoriteiten een scherpere anti-roomskatholieke koers gingen houden. Dit werd nog versterkt door de ontdekking van het complot tegen Elizabeth van Engelse roomskatholieke edelen en Italiaanse kooplieden in 1571 door Francis Walsingham. De betrokken Italianen vluchtten, de Italiaanse natie boette aan invloed in. Dit bood de Nederlandse kooplieden, en vooral de protestanten onder hen, de gelegenheid de leidende rol van de Italianen over te nemen. In 1564 waren zeventwintig in Londen wonende buitenlanders op een bedrag getaxeerd van vijftig pond sterling of hoger. De helft van deze groep was in dat jaar van Italiaanse origine, éénderde was Nederlander. Zij woonden vooral in de oostelijke helft van de City, met name in Billingsgate, Langborn en Tower Ward. Slechts twee van hen behoorden tot een vluchtelingenkerk, de Italiaanse44. Zeven van hen gaven op tot de Engelse kerk te behoren, vijf tot geen enkele. De overigen behoorden vermoedelijk óf tot de Engelse, óf tot geen enkele kerk. Hun namen zijn niet terug te vinden in de lijsten van lidmaten van de Nederlandse, Franse of Italiaanse vluchtelingenkerken uit de zestiger jaren45. Hieronder zijn hun namen gegeven, met gegevens over hun natie van herkomst, woonplaats in Londen, taxatie en kerklid maatschap, ontleend aan de return van 1568 46.

    NAAM                NATIE         WARD               BEDRAG       KERK (1568)
    Jerom Benaglio    Italiaan       Tower Ward       £ 100.         Ital. kerk
    Niccolo de Gozzi  Italiaan       Tower Ward,      £ 100.         geen kerk
    Fraunces Wynter Nederlander Tower Ward,      £ 50.
    John Combers     Fransman     Broad Street W. £ 50.
    Anthony Guarras Spanjaard     Dowgate Ward   £ 100.         geen kerk
    Cornelius Devoys Nederlander  Farringdon extra £ 150.
    Nicholas de Nayle Italiaan      Aldgate Ward      £ 280.
    Innocent Lucatelli Italiaan      Aldgate Ward       £ 50.
    Reynold Wolf Nederlander       Farringdon infra    £ 60.       Engelse kerk
    Arnold Brickman Nederlander    Farringdon infra    £ 50.
    Fraunces the Pytcher Italiaan  Farringdon infra    £ 100.
    Sciala Cavalcanti Italiaan,      Bridge Within        £ 100.        geen kerk
    Peter & John Boxe Nederlanders Billingsgate Ward £ 100.        geen kerk
    John Harmon Klevenaar          Billingsgate Ward   £ 60.        Engelse kerk
    Anthony Donato Italiaan         Billingsgate Ward   £ 140.        Engelse kerk
    Dr. Cesar Italiaan                 Bishopsgate Ward   £ 80.

    __________

    43) De enige plaats in Londen waar dit toegestaan werd.

    44) Dit waren de Venetiaan Jeronimus Benaglio en de Florentijnse arts van Robert Dudley, graaf van Leicester, dr. Giuglio Borgarucci.

    45) De lidmatenlijsten van de Nederlandse en Franse kerk uit 1561-62 zijn te vinden in Returns 1, p. 269-292. Die uit 1568 in Idem, p. 367-377 en 394-399. Die van de Italiaanse kerk in Idem, p. 387-88.

    46) Returns 1, p. 293-315. De betreffende Lay Subsidy lijst is incompleet, vooral door beschadiging van de gegevens over Tower Ward, waar veel rijken woonden. De volgende personen, inclusief twee compagnonschappen, komen voor op deze lijst.



    [50]
    Dr. Martyn            Italiaan(?)        Bishopsgate Ward      £ 150.
    Dr. Julio Borgarucci Italiaan,           Cripplegate Ward       £ 70.      Ital. kerk
    Dr. Masters 9                              Cripplegate Ward       £ 50.
    Christian Saftyng    Nederlander      Candlewick Str.W      £ 50.       Engelse kerk
    Jacques della Faille  Nederlander      Langborn Ward         £ 200.
    Leonard Taddye &
    Paul Fortune Italianen                   Langborn Ward          £ 100.      Engelse kerk
    Benedetto Spinola    Italiaan          Langborn Ward          £ 200.      Engelse kerk
    John Broughe           ?                   Aldersgate Ward         £ 50.
    Bowen Faith             ?                   Aldersgate Ward        £ 50.

    In 1576 is de groep van mensen geschat op £50 of meer gegroeid tot 45 personen. Net als in 1564 zijn twaalf van hen Italiaan. Het aantal Nederlanders is gegroeid door de immigratie van verschillende Nederlanders van éénderde tot tweederde en bedraagt nu 29 personen. Drie personen zijn afkomstig uit Duitse gebieden47. Twee Spanjaarden komen op de lijst voor, en één Fransman.
    Significant is de verschuiving in het kerklidmaatschap. In 1576 behoorden 27 van de 45 hoogst getaxeerden tot één van de drie vreemdelingenkerken. Tot de Nederlandse kerk behoorden dertien personen, tot de Franse negen, terwijl de kleine Italiaanse kerk zes personen telde die tot de economische elite van Londen gerekend mogen worden. Een minderheid van eenvijfde beschouwde zichzelf als lid van de Anglicaanse kerk, terwijl eenzelfde percentage buiten elk kerkverband bleef. Dit betekent dat in twaalf jaar tijd de gereformeerde vluchtelingenkerken in Londen van een aandeel van 8% naar een meerderheid van 60% gegaan zijn in het economische vooraanstaande deel van de vreemdelingengemeenschap. Deze samenhang van kerkelijke gezindte en rijke kooplieden krijgt nog meer betekenis wanneer we kijken naar aanwezigheid van deze groep in de kerkeraden. Van deze vijfenveertig vinden we vijftien ouderlingen of diakenen van vreemdelingenkerken. Dat betekent dat één op de drie van de rijkste buitenlanders in Londen in 1576 ouderling of diaken is in de Franse, Nederlandse of Italiaanse kerk. Acht van hen waren actief in de Nederlandse kerk, zes in de Franse en één (de Antwerpse koopman Pieter van de Walle) in de Italiaanse. De Antwerpse koopman Mattheus Luis ging kort na 1569 over van de Franse kerk, waarin hij ouderling was, naar de Nederlandse. Ook in deze kerk werd hij later ouderling48.

    __________

    47) Hierbij moet aangetekend worden dat Johannes Radermacher, geboren in Aken, al lange tijd in Antwerpen en Londen woonde in dienst van de Antwerpse firma Hooftman.

    48) Hier volgt de lijst uit 1576 met herkomst en kerkelijk lidmaatschap van personen, getaxeerd op £50 of meer. NB: '*' duidt op vervulling van het ambt van diaken of ouderling in de betreffende kerk. Dertien van hen behoorden tot de Nederlandse kerk: Pieter Trioen*, Jan Godschalck, Melchior van As*, Jan de Coninck*, Pieter Samijn, Johannes Radermacher*, Mattheus Luis*, Jan van der Beke*, Gillis Hueriblock*, Lucas van de Walle, Peter Bauters*, Michiel Corselis* en Gillis Bontenaken. Tot de Franse kerk behoorden de volgende acht: Hans van Hulst* (Frankrijk), Guillame Saintine(NL), Hans van Hofstadt* (NL), Francois Bishop* (NL), Pierre du Bosquiel* (NL), Balthasar Sanchez* (Spanje), Nicholas Fontaine* (Frankrijk) en Arnold de la Rue (NL). Lid van de Italiaanse kerk waren Jacques Hoefnagels (NL; lid 1571), Agostino de Nale (Italië; lid 1583), Dominico Buissere (Italië), Bastian Segni* (Italië), Pieter van de Walle* (NL), en Julio Borgarucci





    [51] Deze trend blijkt zich door te zetten. Bij de Lay Subsidy van 1582 treffen we 48 personen aan getaxeerd op £50 en hoger. Een grote meerderheid van 38 personen is uit de Nederlanden afkomstig, het aantal rijke Italianen is met de helft teruggelopen tot zes, terwijl drie Duitsers en één Spanjaard het beeld completeren. Het aantal van hen dat behoorde tot één van de vreemdelingenkerken in Londen is nu opgelopen tot 36, precies tweederde van het totaal aantal vreemdelingen in deze categorie. Onder hen treffen we nu 22 ouderlingen en diakenen van die kerken aan, ofwel zo'n 46% van het totaal. Twaalf ambtsdragers waren actiefin de Nederlandse kerk, negen in de Franse en één in de Italiaanse. Nog vijf personen rekenden zich tot de Engelse kerk, drie Nederlanders en twee Duitsers. Elf personen, vijf van de zes Italianen uit deze belastingcategorie en zes Nederlanders49, behoorden niet tot enig wettelijk toegestaan kerkgenootschap.
    In 1588 legde de Engelse overheid een verplichte lening op aan de meest welgestelde leden van de vreemdelingengemeenschap ter bestrijding van de Spaanse Armada50. Hiervoor kwamen 38 buitenlanders in aanmerking. De meesten van hen dienden £100 bij te dragen, een enkeling £200 of £300. Bijna driekwart van hen was van Nederlandse afkomst, eentiende van Italiaanse. De rest bestond uit telkens één Schot, Spanjaard, Duitser en Fransman. Meer dan driekwart van deze mensen was lid van één van de vreemdelingenkerken, terwijl veertien van hen in die kerken een ambt uitoefende, zeven van hen in de Nederlandse, vijf in de Franse en twee in de Italiaanse kerk. Tot de Engelse kerk behoorden drie personen. Drie rekenden zich tot geen enkel kerkgenootschap. In 1599 is het beeld in grote lijnen hetzelfde gebleven, zij het dat het aantal buitenlanders dat hoog getaxeerd werd aanzienlijk bleek afgenomen.
    De vooraanstaande kooplieden in Londen blijken derhalve in de loop van de periode 1565-1600 steeds meer verbonden te zijn met één van de vluchtelingenkerken. Was in 1564 nog geen 8% lid van de Franse, Nederlandse of Italiaanse kerk, in 1588 behoorde driekwart van de belangrijke kooplieden tot één van deze kerken. Deze ontwikkeling komt deels door toetreding tot de vluchtelingenkerken, deels doordat aanvankelijk armere leden van deze kerken tot grote welstand kwamen en zo toetraden tot de economische elite van de stad.

    __________

    (Italië).
    Eveneens negen personen uit deze groep behoorden tot de Engelse kerk: Benedict Spinola (Italië), Joos van Herpe (NL), Peter Serys (NL, werd later lid Franse kerk), Jan Fenix (NL), HenningeTyon (NL), John Bowry (Frankrijk), Robert Lemon (NL), Roger James (Schotland) en Tyce Rutton (Kleef). Negen personen waren noch van de Engelse, noch van één van de vluchtelingenkerken lid: Anthony Frederigo (Italië), PhilippoGualterotti (Italië), John Dingens (NL), Maarten della Faille(NL), Anthony Guarras (Spanje), Alexander Pallavicini (Italië), Andreas de Lo[we] (NL), Niccolö de Gozzi (Italië), Acerbo Velutelli (Italië) en Diogenes Francischini (Italië).

    49) Onder wie Maarten della Faille, de vertegenwoordiger van zijn Antwerpse familie in Londen.

    50) De lijst is te vinden in Returns 2, 414-414.