|
Inhoudsopgave
WOORD VOORAF
Gebruikte afkortingen
1. Inleiding, Probleem- en doelstelling
2. De geschiedenis van de vluchtelingenkerken in London
3. De Franse en Nederlandse kerk onder Elizabeth
4. Italiaanse en Spaanse protestanten in Londen
5. De vreemdelingen en de vluchtelingenkerken
6. De lidmaten van de vluchtelingenkerken
7. De ouderlingen en diakenen van de vluchtelingenkerken, 1568-1585
8. De predikanten
9. Beleidsinstanties en beleidsinstrumenten
10. Het beleid van de kerken
11. De handhaving van de kerkelijke tucht in de Nederlandse kerk
12. De handhaving van de kerkelijke tucht in de Franse kerk
13. De handhaving van de kerkelijke tucht in de Italiaanse kerk
14. De tucht in de drie vluchtelingenkerken: een vergelijking
15. De vreemdelingenkerken en de Nederlandse Opstand
16. Extern kerkelijk beleid I. Synodes en classes
17. Extern kerkelijk beleid II. Opleiding en steun
18. Een vergelijking met andere gereformeerde kerken
19. De Nederlandse, Franse en Italiaanse kerken in Londen 1568-1585. Een balans
Bijlagen
Summary
Archivalia en literatuur
Registers
|
4.1 Spaanse protestanten in Engeland. |
[29] 4. ITALIAANSE EN SPAANSE PROTESTANTEN IN LONDEN
4.1. Spaanse protestanten in Engeland
In de eerste jaren van de regering van Elizabeth I leidde een kleine Spaanse 'kerk' een vluchtig bestaan in Londen1. In deze paragraaf staat de vraag centraal welke status deze kerk in Londen tijdens haar korte bestaan bezat. Daarvoor komt achtereenvolgens aan bod de vraag uit welke groepen de Spaanse kerk haar leden recruteerde, wie haar voorganger was, en hoe de relatie van deze kerk tot de gevestigde vluchtelingenkerken in Londen was. Uit welke mensen bestond die Spaanse 'kerk'? Het aantal Engelsen dat in staat was om predikaties in het Spaans te begrijpen zal beperkt zijn geweest tot hoog opgeleide edelen en kooplieden, waarbij we vooral denken aan de vertrouwdheid met de Spaanse taal van kooplieden in Londen en aan de connecties die zij hadden met Spaanse kooplieden, onder andere in de metropool Antwerpen. Een tweede beperkende factor ligt in de problemen die in Londen residerende Spaanse onderdanen met hun regering mochten verwachten bij aansluiting bij een protestantse kerk. De ambassadeur van Spanje hield de bewegingen rond de 'ketters' nauwkeurig in de gaten, en bracht daarvan verslag uit aan de landvoogdes der Nederlanden en aan koning Philips II zelf2. Aan de andere kant kunnen wij ons voorstellen dat de Engelse regering motieven had om Spaanse predikanten te steunen, bijvoorbeeld het terugdringen van het katholicisme onder de Spaanse kolonie in Londen. De kern van de Spaanse kerk in Londen werd gevormd door een groep monniken die in 1557 het klooster San Isidro in Sevilla ontvlucht was om vervolging door de Inquisitie te ontkomen. Deze groep vluchtte aanvankelijk naar Genève, waar zij deel uitmaakten van de Italiaanse gereformeerde kerk3. In 1559 ging een aanzienlijk deel van deze groep door naar Londen, om een nieuw bestaan op te bouwen. De groep omvatte in ieder geval de ex-prior van het San Isidro klooster, Francesco Farias, de ex-vicaris luan de Molinas en de ex-monniken Cipriano
__________
1) De belangrijkste bronnen voor de Spaanse kerk in Londen zijn vooral te vinden in Eduard Boehmer: Bibliotheca Wiffeniana. Spanish Reformers of Two Centuries from 1520. Their Lives and Writings according to the late Benjamin B. Wiffen's Plan and with the use of his materials, 3 vols (Strassburg/ London 1883-1904), J.H. Hessels: Ecclesiae Londino-Batavum Archivum IIen III. 1, Cambridge 1889 en 1897. De beste beschrijving in A.G. Kinder: Casiodoro de Reina, Londen 1975. Over de belangrijkste Spanjaarden in Londen zie ook Paul J. Hauben: Three Spanish Heretics and the Reformation (Etudes de philologie et d'histoire III), Genève 1967.
2) Kinder: Casiodoro de Reina, p. 22, 24.
3) Archives de Genève, Ms 1477 bis: Libro di Memorie da me Vincenzo Burlamachi, fol. 7r, geeft in 1558 (hoewel in een ander handschrift de -duidelijk onjuiste-jaaraanduiding 1556 staat) als nieuwe leden van de Italiaanse kerk op: 'Merchio Vras di Siviglia, Cipriano Valleria di Siviglia (traduttor della biblia i.m.), Giovanni di Mollina, di Varracina d'Arragone, Alonso Battista di Canaria, Lopes Cortes di Castiglia, Gio: di Vivares di Vagliadoli' (Valladolid). Reeds enige tijd was Francesco Farias in deze gemeente ingeschreven, (ibidem, fol. 6v.). In 1568 treffen we in die gemeente aan 'Ruy Dies' en Onorio Vsas, de laatste blijkens de aantekening uit Sevilla afkomstig. In 1569 volgen wederom twee Spanjaarden: Alonso Battista en Pietro Paulo 'Spagnuolo', ibidem, fol. 15r.
[30] de Valera en -op een later tijdstip- Antonio del Corro4. Misschien moeten nog enkelen toegevoegd worden. Zo is het mogelijk dat 'Hernando de Almara' geidentificeerd moet worden met de ex-monnik Hernando de León. Voor de opbouw van de gemeente was men vooral aangewezen op de groep Spanjaarden die in Londen woonden. Hoe groot was die groep? De Return van 15685 spreekt van 95 in totaal, mannen, vrouwen en kinderen. Dat aantal was echter aanzienlijk kleiner. Bij een controle van deze Return blijkt dat minstens 20 van hen in feite Nederlanders zijn, geboren in de gebieden van koning Philips II6. Daarnaast blijken de negen 'Spanjaarden' in het huis van de Florentijnse koopman Roberto Ridolfi in feite Italianen te zijn. Zij zijn vermoedelijk als Spanjaarden geteld omdat zij de mis bijwonen in de woning van de Spaanse ambassadeur7. Naar alle waarschijnlijkheid heeft de Spaanse kolonie in Londen dus circa 50 a 60 zielen geteld. Onder hen waren dan ook nog diegenen te vinden, die het oude geloof trouw bleven en die dus in de Return te vinden zijn onder het hoofdje 'no church' of onder het hoofdje 'goes to the Spanish Ambassador to hear mass'. Een andere groep Spanjaarden in Londen, die we in 1569 aantreffen, komt ook niet voor het lidmaatschap van de Spaanse kerk in aanmerking: het betreft een groep van tien gestrande Spaanse zeelieden, die zich op het onderschepte soldij-convooi bevonden met bestemming Antwerpen8. Het aantal Spanjaarden in Londen, dat tot deze protestantse kerk behoorde, kan derhalve niet groter geweest zijn dan zo'n 20 a 30 mensen. Het is heel wel mogelijk dat de Spanjaarden Gaspar Zapata9, Balthasar Sanchez10 en Franciscus de Abrego tot deze groep behoorden. Zij werden in september 1563 door een onderzoekscommissie ondervraagd over
__________
4) Kinder: Casiodoro de Reina, p. 16.
5) Dit is de eerste lijst uit de betreffende periode waarop wij gegevens betreffende nationaliteit terugvinden. De gedachte, dat de Spaanse kolonie voor deze tijd groter is geweest, vooral ten tijde van het huwelijk van Philips II met Maria Tudor, lijkt aannemelijk. Juist in de tweede helft van de zestiger jaren verslechterde de relatie tussen de Spaanse en de Engelse kroon, om een dieptepunt te bereiken in december 1568. Men zie hierover G.D. Ramsay: The Queen 's Merchants and the Revolt of the Netherlands. The End of the Antwerp Market, Part II, Manchester UP, 1986, in het bijzonder hoofdstuk VII: 'Elizabeth, Alva and the merchants', p. 153-173.
6) Cf. bijvooorbeeld Returns 3, pp. 385, 420, 424.
7) In diens huis in Bridge Ward Within, de parochie van St. Bennet, Gracechurch Street, cf. Returns 3, p. 378.
8) Zij bevinden zich in de huizen van twee victualiers in Blackfriars, nl. 'John Waters' en Richard Alford (Returns 3, 428).
9) Een drukker uit Sevilla, gevlucht om religie, maar in 1565 in Spanje weer katholiek geworden. Kinder vermoedt dat hij agent-provocateur is geweest, en bewust heeft geprobeerd Casiodoro de Reina in discrediet te brengen. Cf. Kinder: a.w., p. 29, 31, 35.
10) Manufacturier van suikerwaren, en in goeden doen. Al in 1564 op £15 geschat, hetgeen oploopt tot £100 in 1576 en 1582. Bij de verplichte lening in 1588 wordt hij aangeslagen voor £100. Misschien mede als gevolg hiervan in 1589 geschat op slechts £20. Returns 1, 2 en 3, register in voce Santes. Hij was diaken van de Franse kerk in januari 1571, en ouderling van dezelfde kerk in 1583 (Blijkens de ACTA NL II, nr. 537 en 3092). Bij zijn dood in 1596 liet hij bij testament ten behoeve van een armenhuis in Tottingham het bedrag van £640 na, en voor het armenhuis van de Franse kerk het bedrag van £300.
[31] de opinies van Casiodoro. Men mag verwachten dat zij deze opinies van De Reina kenden uit een nauwer contact, bijvoorbeeld door het bijwonen van zijn preken. Het is bekend dat enkele Spaanse religievluchtelingen een kort verblijf in Londen hadden in deze tijd. Franciscus Zapata, de voormalige secretaris van de onderkoning van Napels, behoorde tot die groep11. Een derde categorie van mensen die men in de Spaanse kerk kon aantreffen waren Italianen en Nederlanders. Hun aanwezigheid in de Spaanse kerk is voor een deel terug te voeren op de steeds strakkere organisatie, en de toenemende geloofsdiscipline in de Nederlandse en Franse kerken. Ook de capaciteiten van De Reina als prediker kunnen een rol gespeeld hebben. Ook deze groep is vermoedelijk niet groot geweest, vooral omdat deze mensen de preken in het Spaans moesten kunnen verstaan. Deze barrière zal voor mensen die met het Latijn of met het Italiaans overweg konden waarschijnlijk wel te nemen zijn geweest, maar het vereiste toch wel een behoorlijke opleiding. Het zal dus wel om mensen gegaan zijn van enig aanzien. Uit de ondervraging door de commissarissen van de bisschop zou het lidmaatschap van de Sardijn Angelus Victorius12 en de uit Antwerpen afkomstige Jeremias Ackerman13 kunnen blijken. Ook de Italiaanse humanist en ingenieur Jacobus Acontius14, de bekende Nederlandse koopman en historicus Emanuel van Meteren, en nog enkele door de Nederlandse kerk in mei 1561
__________
11) Kinder, a.w., p. 29n. Deze Francisco Zapata was in Londen om De Reina te helpen met de vertaling van de bijbel in het Spaans.
12) Angelus Victorius was een religievluchteling uit Sardinië. Hij leefde in Londen sinds ongeveer 1561 als schoolmeester in Blackfriars in Farringdon Ward Within. Eerst behoorde hij tot de Spaanse kerk in Londen. Na het vertrek van Casiodoro de Reina sloot hij zich aan bij de Franse kerk. In 1571 sloot hij zich desondanks aan bij een deputatie van Italianen die de Franse kerk vroegen om hulp bij het behouden van de Italiaanse predikant Giovanni Battista Aurellio. In 1569 is hij gehuwd met Anne, die afkomstig is uit Frankrijk. Zij hebben een zoon 'John'. In november 1572 werd hij in de Franse kerk afgehouden van het avondmaal wegens een weigering zich neer te leggen bij arbitrage in een geschil met een zekere Nadali (Farias?). In 1593 is hij nog steeds actief als schoolmeester. In 1576 en 1582 wordt hij geschat op het bescheiden bedrag van £5. In 1593 zou hij lid zijn van de Anglicaanse kerk. Actes I, 57, 70; Actes II, register in voce; A.G. Kinder: Casiodoro de Reina, London 1975, register in voce. Returns 1, p. 392, 394, 414; Returns 2, p. 16, 180, 252; Returns 3, p. 410. Returns 1593, nr. 1114 (p. 217).
13) In 1561 als lid van de Franse kerk genoemd, terwijl zijn vrouw Anna in de Nederlandse kerk thuishoort. Van beroep zou hij 'serrarius' zijn. In 1568 staat hij op een lijst van mensen die behoord hebben tot de Nederlandse kerk, maar die nu elders kerken. Hij is dan suikerwarenmaker ('comfetmaker') en woont in de rijke Londense ward van Castlebaynard, evenals een aantal voormalige en toekomstige leden van het Nederlandse consistorie. In 1574 behoorde hij tot de ouderlingen van de zojuist ingestelde Middelburgse kerkeraad. F. Nagtglas: De algemeene kerkeraad der Nederduitsch Hervormde Gemeente te Middelburg, p. 69.
14) Die later ouderling werd van de Spaanse kerk, cf. A.G. Kinder: Casiodoro de Reina, p. 23. A.J. Jelsma: Waarom de reformatie mislukte (Kamper Oraties 2), Kampen 1993, p. 7 vlgg.
[32] geëxcommuniceerden behoorden tot deze groep15. De Genuese edelman Antonio Giustiniano heeft mogelijk ook de predikaties gehoord16. De kerk werd bediend door de eerder genoemde ex-monnik uit het klooster San Isidro te Sevilla, Casiodoro de Reina17. Daar schijnt hij het middelpunt geweest te zijn van een protestantse cel van kloosterbroeders. Hij vluchtte voordat in het klooster een onderzoek naar ketterij ingesteld werd in de zomer van 1557. Sinds zijn vlucht werkte hij samen met anderen aan de vertaling van de bijbel in het Spaans. Na een kort verblijf in Genève, waar hij vermoedelijk tot de Italiaanse kerk behoorde, en Frankfurt, kwam hij in 1558 of 1559 in het gezelschap van zijn ouders in Londen aan. Liever dan zich aan te sluiten bij de in staat van heroprichting verkerende Franse of Nederlandse kerk, verzamelde hij een groep om zich heen om in het Spaans diensten te houden. Casiodorus schreef op het eind van 1559 een geloofsbelijdenis van 21 hoofdstukken om de goedkeuring van de bisschop en van de andere kerken in Londen te krijgen. Deze confessie vond inderdaad de goedkeuring van Edmund Grindal, bisschop van Londen. In 1560 krijgt de Spaanse groep de kerk van St. Mary Axe ter beschikking, terwijl De Reina een royale toelage van Elizabeth ontvangt van £60, driemaal zo veel als de Italiaanse predikant Michelangelo Florio in 1551 ontving18.

|