|
De 169ste ZITTING.
Den 22 Mei des Woensdags, des voormiddags.
Alzoo Everhardus Vosculius en Johannes Schotlerius, Predikanten te Kampen, voor deze Synode beschuldigd, en ettelijke malen opgeroepen zijnde, niet verschenen waren (om welke hardnekkigheid zij voor dezen al in het Predikambt zijn geschorst geweest), is goedgevonden hunne zaak te onderzoeken uit de schriften, aan deze Synode overgeleverd. En, tot dien einde gelezen zijnde de stukken van beschuldigingen, en derzelver voornaamste bewijzen; is geoordeeld, dat ze geheel en al zullen verbannen worden; en dat men dit oordeel den Achtbaren Magistraat, mitsgaders de Kerk en Classe van Kampen, zal bekend maken; en den Magistraat verzoeken, dat ze gelieven te zorgen, dat in hunne plaats terstond andere bekwame en rechtzinnige Predikanten wettelijk mogen worden in de plaats gesteld, en in plaats van de voorlezingen, die in de Kerk geschieden, wederom publieke Predikatiën aangesteld.
|