|
[935]
HANDELINGEN
der Nationale Synode, gehouden te Dordrecht, nadat de Uitheemsche Theologanten vertrokken waren. ______________
De 155ste ZITTING.
Den 13 Mei des Maandags, des voormiddags.
Is voorgesteld, dat dit het goedvinden was van de Heeren Politieke Commissarissen, dat de (Canones) Artikelen van de Kerken-ordening, beraamd in de laatst gehouden Nationale Synode, van deze Synode zouden overzien en onderzocht worden. De Gedeputeerden van de Zuid-Hollandsche Kerken hebben begeerd en aangehouden, dat de nog overblijvende bezwaren aangaande de leer, eerst mochten afgedaan worden, eer men kwam tot verhandeling van die dingen, die tot de regeering der Kerk behooren. De Praeses heeft hun beloofd, dat men daarna die bezwaren zoude voornemen, als de verhandeling van de Kerkordening zoude ten einde zijn; met welke voorwaarde en beloften zij zich tevreden hebben gehouden. Zijn opgelezen de (Canones) Artikelen van de Kerken-ordening, gesteld in de laatste Nationale Synode, gehouden in 's Gravenhage, Anno 1586. Is goed gevonden, de Latijnsche, Fransche en Nederlandsche exemplaren van de Nederlandsche belijdenis met elkander te vergelijken, dewijl in al de uitgaven eenige verscheidenheid in sommige woorden werd gevonden, om uit de uitgaven van deze drie talen een exemplaar te formeeren, en hetzelve voor het toekomende te autoriseeren, en in deze vergelijking inzonderheid te letten op het exemplaar, in de Nederlandsche Fransche Kerken tot nog toe voor authentiek gehouden. Tot dit werk zijn aangewezen Antonius Thysius, Hermannus Faukelius, Daniel Colonius, Festus Hommius, en Godefridus Udeannus.

|