|
DE TWEEËNZESTIGSTE ZITTING.
Den 17 en Januari, Donderdagvoormiddag.
Is verschenen en in de Synode plechtiglijk ingevoerd de Eerw. en Achtb. D. Thomas Goadus, Doctor der H. Theologie, gezonden van den Machtigsten Koning van Groot-Brittanje, en in de plaats van D.D. Josephus Hallus, die vanwege zijn ziekte genoodzaakt werd in zijn vaderland weder te keeren, gesteld. Wiens (hoewel afwezig zijnde) schrift openlijk gelezen is, waarin dezelve Doctor Hallus zeer beleefdelijk en zeer heerlijk van de Synode zijn afscheid nam. En is goedgevonden, dat de praeses, een assessor en een scriba hem wederom zouden gaan begroeten. Zijn ook voorgelezen de brieven der H. M. Heeren Staten-Generaal, die getuigenis gaven van deze verwisseling. En, nadat hij een treffelijke redevoering tot de vergadering gedaan en den Synodalen eed gezworen had, is hij onder de leden dezer Synode toegelaten. De E. Doctor Sibrandus Lubbertius heeft openlijk deze vraag verklaard,. of uit deze plaatsen der Schriftuur Joh. 3: 36 enz. 6: 40. Heb. 11:6 en 1 Cor. 1:12 kan bewezen worden, dat het besluit van de geloovigen zalig te maken, het geheele besluit is van de predestinatie ter zaligheid. De Gedeputeerden der Kerk van Kampen hebben schriftelijk den hoogsten nood derzelver Kerk te kennen gegeven, en verzocht, dat men haar met ten eerste zoude willen te hulp komen. Is goedgevonden, dat den naasten Maandag de praeses, met eenigen hem bijgevoegd, hen particulierlijk zoude hooren. En zijn de E.E. Heeren Gecommitteerden verzocht, dat zij ook eenigen tot kennis van deze zaak uit de hunnen wilden bijvoegen.

|