|
DE TWEEËNVIJFTIGSTE ZITTING.
Den 10en Januari, Donderdagvoormiddag.
Zijn voorgelezen de aanmerkingen van Z ieder collegie op de artikelen, door den praeses voorgesteld en is geoordeeld, dat in diezelve het gevoelen der Remonstranten wel en getrouwelijk genoeg was uitgedrukt. Vanwege welken arbeid de praeses bedankt is. Zijn eenige dingen bij sommigen waargenomen, die bekwamelijker veranderd of gezegd konden zijn. Velen hebben geoordeeld, dat het beter zoude geraden zijn deze artikelen in weinigere te verkorten, en dat voornamelijk de fundamenteele en de noodigste bewaard, en onderscheiden worden, van degenen, die bij consequentie daaruit volgen. Hiervan zijn eenige proeven door de Theologen uit GrootBrittanje, door die van ZuidHolland, en door den scriba Festus Hommius, aan de Synode getoond en overgegeven. De adviezen, aangaande de wijze in deze zaak verder te procedeeren, waren door velen niet daarbij gevoegd. Derhalve konde dienaangaande nog niets geordineerd worden.
|