|
DE NEGENENVEERTIGSTE ZITTING.
Den 7en Januari, Maandagvoormiddag.
De praeses heeft te kennen gegeven, dat D Isaacus Welsingius, predikant van Hoorn, van 't oordeel der Noord-Hollandsche Synode tot de Nationale. in 't stuk zijner schorsing van het predikambt had geappelleerd, en brieven van den Doorl. Prins van Oranje waarmede zijn zaak der Synode werd gerecommandeerd, mede gebracht. Dewelke ook zijn voorgelezen. Ook zijn overgeleverd en gelezen de brieven van Johannes Rodingem, predikant derzélver Kerk, enrector der school in dezelve stad, in gelijke zaak van schorsing tot de Synode appelleerende. Is besloten dat men op deze appellen en brieven letten zoude, wanneer men gekomen zoude zijn tot de verhandeling van de personeele zaken, en dat men hun zulks bijtijds zoude te kennen geven. De praeses is voortgegaan in 't dicteeren van de vraagstukken, tot verklaring van het eerste Artikel, getrokken uit de schriften der Remonstranten.
|