Uitgebreid zoeken
Kerkrecht.nl
Help
Contact

Acta of Handelingen der Nationale Synode, in den naam onzes Heeren Jezus Christus, gehouden door ...


auteur(s): Donner, J.H.Hoorn, S.A. van den
genre: Acta
bundel:
tijdschrift:
jaargang:
uitgever: Donner
plaats: Leiden
jaar: 1883-1886
druk: 1
ISBN/ISSN:
aantal pagina's: 963
Editie ''in de tegenwoordige spelling naar de oorspronkelijke Nederduitsche uitgave" en onder toezicht van J.H. Donner en S.A. van den Hoorn. Een reprint van deze editie verscheen bij uitgeverij Den Hertog, Houten in 1987. Het corrigeren en invoeren van deze Acta is verzorgd door de heer J.A. Meijer te Woudenberg.

  • Titelpagina en voorreden
  • Zitting 1-25
  • Zitting 26-50
  • Zitting 51-75
  • Zitting 76-100
  • Zitting 101-125
  • Zitting 126-150
  • Zitting 101-125
  • Zitting 126-150
  • zitting 151-154
  • zitting 36
  • De Oordelen der Uitheemsche Theologen
  • Het Vijfde Artikel
  • De Oordelen der Uitheemsche Theologen
  • Het Oordeel der Gedeputeerden van de Nederlandsche Kerken
  • Oordeel Nat.Synode Geref.Kerken van Frankrijk
  • Na-handelingen Nationale Synode
  • zitting 155 t/m 180
  • inhoudsopgaven, verwijzingen en verbeteringen
  • Zitting 36


    DE ZESENDERTIGSTE ZITTING.

    Den 19en December, Woensdagvoormiddag.

    Zijn verschenen de Gedeputeerden der Gereformeerde Kerk van Kampen, bij welke ook gevoegd was de E. D. Johannes Acronius, Professor der H. Theologie in de Academie van Franeker, en de Kerk van Kampen voor eenen tijd in den dienst des Woords bij leening bedienende, dewelke bij geschrifte twaalf hoofdstukken van beschuldiging tegen Eduard Vosculius, Thomas Goswinius, Assuerus Matthisius en Johannes Schotlerus, predikanten der kerk van Kampen, voorgesteld hebben, en meteen in wat een groot perijkel de Gemeente, die aldaar bij de aangenomene leer volhardde, gesteld was.
    Dat haar namelijk dagelijks door dreigementen van de tegenpartij vrees werd aangejaagd van uit den tempel en ook uit de stad geworpen te worden.
    [139]
    Daarom baden zij ook op het ernstigste de Synode, dat deze Gemeente in haren nood en klachten terstond geholpen mocht worden.
    De Overijselsche Gedeputeerden hebben de Synode vertoond, dat de voornoemde predikanten der Kerk van Kampen, in hunne Synode ook waren beschuldigd geweest, en dat hunne zaak aldaar niet ten volle was afgehandeld; en dat zij, nog niet vrijgesproken zijnde, tot deze Nationale Synode geappelleerd hadden, gelijk bleek uit dezelve acten, dewelke voorgelezen werden.
    Daarop beraadslaagd zijnde, hoewel deze zaak voornamelijk scheen te behooren tot de personeele zaken, die alsdan eerst verhandeld zouden worden, wanneer de leerstukken afgehandeld zouden zijn, dewijl nochtans de Gereformeerde Kerk aldaar in merkelijk perijkel scheen te steken, en de voorschreven predikanten ook van vele hoofdstukken der leer beschuldigd werden;is goedgevonden, dat de andere twee predikanten, Vosculius en Schotlerus, die onder de gedaagden niet verschenen, terstond tot de Synode ontboden worden.
    De tijd nu van de oproeping is, naar advies van de E. Heeren Gecommitteerden, gelaten in het oordeel en de discretie van praeses en assessoren, opdat zij, na behoorlijk onderzoek van den stand derzelve Kerk, denzelven zouden verhaasten of verlengen, naardat zij het noodig zouden achten.
    Voorts, opdat men den nood derzelverKerk te hulp zoude komen, is goedgevonden, den E. Magistraat van de stad Kampen uit naam der Synode door brieven te bidden, dat zij de voornoemde Kerk tegen allen overlast en alle ongelijk door hunne autoriteit wilden beschermen, en meteen die twee predikanten belasten, dat zij voortaan het volk tegen de voorzeide Kerk met hunne scheldpredikatiën niet zouden ophitsen, maar zich vreedzaam en stil daarin dragen.
    De E. Gecommitteerden op het verzoek van de Synode hebben ook hunne missiven aan den E. Magistraat van Kampen tenzelven einde daarbij gevoegd.
    En dewijl toenmaals het feest der geboorte van Christus voorhanden was, waardoor de handelingen der Synode voor eenige dagen moesten opgeschort worden, hebben de Gecommitteerden aan de uitheemschen verzocht en de inlandschen vermaand, dat zij zich allen gelijk, om de onzekerheid van het winterweder, binnen de stad zouden houden, opdat terstond na de feestdagen iedereen tot de Synodale handelingen mocht wederkeeren.
    De praeses heeft daarbij gedaan, dat de E. Ouderlingen, gedeputeerd van de Synode van Friesland om gewichtige oorzaken uit publieken naam thuis waren ontboden, en dat zij derhalve voor eenen tijd zouden absent zijn.
    Dit heeft de Synode dus hun ook toegelaten, en vermaand, zoo haast als het doenlijk zoude wezen, wederom te keeren.