|
DE TWEEËNDERTIGSTE ZITTING.
Den 14en December, Vrijdagvoormiddag.
Dewijl de Vijf Artikelen van de Goddelijke Praedestinatie, en de daarbij gevoegde hoofdstukken, alzoo te zamen verknocht zijn, dat het eene zonder het andere kwalijk kan verhandeld en wel verstaan worden, is goedgevonden, den Remonstranten te belasten, dat zij ook hun gevoelen van de vier andere Artikelen bij geschrift zouden stellen, en den naastvolgenden Maandag der Synode overleveren. Daarenboven hen te vermanen, dat zij hun artikelen veel liever bevestigend dan ontkennend wilden stellen, dat is, liever wilden zeggen wat zijgevoelden, dan wat zij niet gevoelden; om des te beter van hun gevoelen te mogen oordeelen; en zoo zij daarna de verwerping van het tegenovergestelde gevoelen daarbij willen voegen, dat zij hetzelve zouden mogen doen. Dit is den ontbodenen Remonstranten belast. Ook heeft de praeses hen vermaand, dat zij liever wilden blijven bij de quaestiën, die de leer van de troostelijke verkiezing aangingen, dan de leer van de verwerping hatelijk overhalen. Zij hebben geantwoord, dat zij letten zouden op hetgeen de praeses hen vermaand had.

|